Ei

Laatst maakte ik weer eens een hardgekookt ei. Maar ik vergat om het op te eten en nog stommer ik liet het liggen tussen de rauwe, ongekookte eieren. Wat moest ik nu doen: al die eieren op goed geluk breken en maar kijken welke mijn gekookte eitje was? Vandaag onderzoeken we van twee eieren, een rauw en een hardgekookt, welke welke is zonder ze te breken. We hebben nodig: een rauw en een hardgekookt ei en een bord. Het eerlijkst is als je echt niet weet welk ei welk is, dus laat iemand anders de eieren voor je koken als het kan.

Neem ei nummer een, leg hem op het bord en geef met duim en wijsvinger een snelle zet zodat hij gaat ronddraaien. Zet het ei vervolgens plotsklaps stil door het met je wijsvinger af te remmen (gewoon drukken op het draaipunt - het is misschien even proberen maar lastig is het niet). Kijk goed wat het ei doet.

Doe nu hetzelfde met ei nummer twee. Je zult zien dat de eieren zich verschillend gedragen. Om te beginnen gedragen ze zich anders als je ze in beweging zet, maar nog opvallender is wat er gebeurt als je ze stopt. Het ene blijft stilliggen, maar het andere gaat uit zichzelf opnieuw draaien! Dat is het rauwe ei. Waarom? Omdat het eiwit en de dooier in het rauwe ei nog vloeibaar zijn en dan door blijven draaien als je het ei - de schaal wel te staan - hebt stilgezet. De buitenkant staat dus stil, maar de onzichtbare inhoud niet. Het tollende eierstruif duwt van binnenuit tegen de eierschaal aan, waardoor die weer in beweging komt. In het hardgekookte ei zijn eiwit en dooier hard geworden en staan die, als je de schaal stopt, dus meteen ook stil.

Deze proef is een eenvoudig voorbeeld hoe je de eigenschappen van een ding kunt testen zonder het kapot te maken. Zoiets heet niet-destructief testen. FELIX EIJGENRAAM

    • Felix Eijgenraam