Bondsrepubliek kreunt onder doorgaande exodus uit Oosten

UNNA-MASSEN, 23 febr. - De Bondsrepubliek begint te kreunen onder de aanhoudende invasie van Oosteuropeanen. 'De opvangcentra zitten tjokvol. De doorstroming stagneert wegens gebrek aan woningen. Voor de meesten zal het jaren duren voordat ze uitzicht krijgen op een behoorlijke woning', zegt R. Hauschild van de vereniging van Westduitse gemeenten.

Nog dagelijks trekken tussen de 2.000 en 2.500 Oosteuropeanen, het merendeel uit de DDR, hoopvol de Westduitse grens over. Ze hebben recht op onderdak en een uitkering. 'De toestroom roept steeds meer wrevel op. De stemming verslechtert. Van de jubel bij het openen van de Muur is niets meer over', zegt plaatsvervangend hoofd S. Pogadl van het immigratiebureau van de deelstaat Noordrijnland-Westfalen in Unna-Massen.

De Bondsrepubliek snakt naar een adempauze, meent Pogadl. Wellicht worden na de verkiezingen in de DDR op 18 maart nieuwe afspraken gemaakt. Minister H. Heinemann (sociale zaken) van Noordrijnland-Westfalen zinspeelde daar woensdag, tijdens een bezoek aan Unna-Massen, in elk geval op. DDR-burgers zouden wat hem betreft alleen nog in West-Duitsland opgenomen moeten worden als ze werk hebben of ten minste een woning. 'Een verhuizing van Cottbus in de DDR naar Dusseldorf zou niet anders behandeld moeten worden dan een verhuizing van Munchen naar Hamburg.'

Mortuarium

In sporthallen, kazernes en fabrieksloodsen zijn de afgelopen maanden duizenden stapelbedden geplaatst. Jeugdherbergen, internaten, hotels en pensions kregen een onverwachte bestemming. De stad Dusseldorf heeft hotelboten ingezet. De gemeente Minden overweegt een oude gevangenis op te lappen en in Langenfeld wordt het voormalige mortuarium op zijn geschiktheid bekeken. 'Veel gemeenten zijn ten einde raad. Ze hebben alle denkbare capaciteit benut. Soms zitten twee gezinnen in een flatje', zegt Hauschild.

In de gymzaal van een leegstaande school aan de Eierstrasse in Dortmund zijn langs de wanden zestien hokken afgetimmerd. Voor de ingangen hangen dekens. In het midden staan enkele overvolle vuilniszakken open, rechts liggen lompen. Drie radio's strijden ondanks het vroege uur luid om aandacht voor verschillende zenders. 'Weer bijna geen oog dichtgedaan', moppert Mike Bruckner (20). Op de deur hangt een dringende oproep om de nachtrust te respecteren. 'Het kan niet de bedoeling zijn dat we ons als slampampers ontwikkelen. Want hoe snel heet het dan: de Oostduitsers maken er een zooitje van en van zulke Duitsers kunnen we beter afzien.'

Mike grinnikt. Half januari is hij overgekomen uit Zwickau in de DDR. Sindsdien 'woont' hij in de gymzaal, in afwachting van betere tijden. 'We hebben wel afspraken gemaakt over schoonmaken en geen lawaai maken, maar de meesten trekken zich daar niets van aan.' De Oostduitse exodus duurt onverminderd voort. Maar in sociologisch opzicht zijn er grote verschillen, zegt Hauschild. 'Toen de grens nog dicht zat en de DDR-burgers via de ambassades in Praag, Boedapest en Warschau kwamen, ging het om zeer gemotiveerde mensen, die grote persoonlijke risico's namen. Want zonder toestemming de DDR verlaten was streng verboden. Na het openen van de Muur zijn ook velen gekomen die in de DDR andere problemen hadden, met geld, met drank, met relaties. Vrouwen en mannen die hun gezin in de steek lieten. Profiteurs die op onze sociale voorzieningen afkomen. Vrijbuiters die wel een gok in het Westen willen wagen. En na de gedeeltelijke amnestie ook nogal wat ex-gevangenen.' Vorig jaar kwamen bijna 344.000 Oostduitsers en ruim 377.000 andere Oosteuropese Duitsers naar de Bondsrepubliek. De deelstaten hebben onderlinge afspraken gemaakt over hun opvang. Noordrijnland-Westfalen heeft het grootste contingent en moet ongeveer eenderde van de nieuwkomers onder zien te brengen. Het immigratiebureau in Unna-Massen regelt aan de hand van een bepaalde formule hun verdeling over de gemeenten die grondwettelijk tot opname zijn verplicht. Voor vrijwel alle grotere steden is inmiddels een opname-stop van kracht. Ze zitten vol.

De duizend woninkjes op het complex bij het immigratiebureau in Unna-Massen zitten ook vol. Telkens als een bus met immigranten arriveert, zo'n twintig keer per dag, worden ze zo snel mogelijk doorgestuurd naar een van de vijftig dependances. Daaruit leidt de weg steeds vaker naar gemeentelijke noodvoorzieningen.

Voor de dichte deur van de 'Heimat Stube', tegenover het immigratiebureau, vertelt Wolfgang Bankmann (33) waarom hij Oost-Berlijn verliet. 'Mijn vrouw is nog steeds 150 procent communiste. Zeven jaar zijn we getrouwd, maar het ging niet meer. Ik kon de scheiding krijgen als ik zou vertrekken. Maandagavond heb ik de knoop doorgehakt.' Het immigratiebureau telt vele loketten. Voor aanmelding, afmelding, begroetingsgeld, bijstand, vertalingen, legitimatiebewijzen, reiskosten. Overal staan lange rijen Oostduitsers of etnische Duitsers uit Polen, de Sovjet-Unie of Roemenie. Gabrielle Huck (37) uit Halle hoopt dat ze zich met haar twee kinderen spoedig kan voegen bij haar partner die al op 2 januari naar West-Duitsland vertrok. 'Hij heeft al een baan in Paderborn. Eigenlijk zou ik pas met de kinderen overkomen als er een woning was toegewezen, maar dat is nog niet voor elkaar. Ik kon daar niet langer op wachten.'

Sovjet-Duitsers

Paderborn (123.000 inwoners) ligt in het oosten van Westfalen. De afgelopen twee jaar zijn er 4.300 immigranten uit Oost-Europa ondergebracht. Iets meer dan de helft kwam uit de Sovjet-Unie. 'We hebben een vestiging van de baptistische gemeente. Daardoor zijn we nogal in trek bij de Sovjet-Duitsers', zegt M. Westerwinter, hoofd van de sociale dienst. Ook voor Paderborn geldt een opname-stop, met uitzondering van urgente gevallen. 'Dat zijn altijd nog zo'n zeventig immigranten per maand.' Vorige maand heeft Paderborn 24 miljoen gulden uitgetrokken om sociale woningbouw te stimuleren. 'Jarenlang is er nauwelijks sociale woningbouw geweest. Dat was niet nodig. Nu zitten we erom te springen en moeten we de mensen zolang onderbrengen in pensions en leegstaande fabriekshallen. De immigratiegolf ontregelt elke planning', zegt Westerwinter. De reguliere opvanghuizen zitten meer dan vol. Olga Berwaldt (85) weet ervan. Zeven maanden geleden kwam ze met zoon (55), schoondochter en vier kleinkinderen, de jongste is zestien, uit Kazachstan. Sindsdien wonen ze alle zeven in een vertrek van zes bij zes meter. Keuken en wasruimte worden gedeeld met vijf andere gezinnen. 'We hebben te eten en te drinken. Wat willen we nog meer? Ja, mijn liefste wens is dat mijn dochter en haar man hierheen komen. Ze willen graag, maar kregen nog geen toestemming om te emigreren.'

'Twee miljoen mensen van Duitse afkomst zitten in de Sovjet-Unie al bij hun koffers te wachten', zei minister Heinemann in Unna-Massen, doelend op de voor maart aangekondigde versoepeling van de vertrekregels voor etnische minderheden in de Sovjet-Unie. Maar voor hun ontvangst is de Bondsrepubliek nog lang niet klaar.

    • Joop Meijnen