Tegenvallers

In Den Haag is weer eens een discussietje losgebarsten over de vraag waarom de belastingopbrengsten 3 miljard lager blijken dan de ambtenaren van financien hadden gedacht.

In het bedrijfsleven weet men onmiddellijk waar die 'tegenvaller' vandaan komt. Dat zit'm in het verschil in denken tussen ambtenaren en ondernemers. Ambtenaren zien een sterke economische groei. Zij weten dat hoge groei stijgende winsten betekent en verwachten dat dan ook de dividenden stijgen. Zij rekenen dus op hogere inkomsten uit vennootschaps- en dividendbelasting.

Het bedrijfsleven daarentegen gebruikt de goede tijden om wat geld opzij te zetten. Via ingenieuze constructies worden wat potjes gevormd. Het financiele speklaagje van de onderneming wordt wat dikker. Dat kan in de toekomst van pas komen. Dus groeien (zichtbare) winsten en dividenden minder dan de economische groei zou doen verwachten. Dan moeten de ambtenaren die niet gewend zijn geld te sparen voor moeilijker tijden 'tegenvallers' melden.

Koninklijke Olie

Dat blijkt ook bij Nederlands grootste onderneming. Niks jubileum-dividend. Integendeel: relatief minder geld voor de aandeelhouders Koninklijke Olie. Over 1988 werd nog ruim 57 procent van de winst als dividend uitgekeerd, maar over het afgelopen jaar minder dan 48 procent. De resterende 6,5 miljard gulden houdt Koninklijke in het bedrijf. Officieel om nieuwe investeringen te doen, hoewel bij de hoge reele rente op dit moment de haast om het geld daadwerkelijk uit te geven niet al te groot zal zijn. Zodat het banktegoed van bijna 14 miljard gulden eind vorig jaar in ieder geval tijdelijk zoveel gespekt zal worden, dat Koninklijke nu evenveel liquiditeiten heeft als Akzo en Philips bij elkaar waard zijn op de beurs.

Anders dan vele andere ondernemingen streeft Koninklijke Olie niet naar een vast pay-out percentage voor zijn aandeelhouders. Extreme voorbeelden zijn 1974, toen 96 procent van de winst werd uitgekeerd en 1984, toen maar 24 procent van de winst naar de aandeelhouders ging.

Koninklijke Olie ziet aandeelhouders niet zozeer als risicodragende partners die ieder jaar meedelen in het wel en wee. Op de lange termijn is het streven van De Koninklijke om aandeelhouders ieder jaar nominaal, maar ook reeel er iets op vooruit te laten gaan. Dat maakt het aandeel bijna een soort geindexeerde obligatie. Het betekent ook dat het management in goede jaren niet al te scheutig moet zijn, om ook in mindere jaren de aandeelhouders nog inkomensgroei te kunnen geven.

Banken

Er dreigde weer even gepraat te worden over het in rekening brengen van tarieven voor het betalingsverkeer. De banken zijn het er onder druk van de Postbank nog wel over eens dat een basis-pakket betaalverkeer voor particulieren gratis moet blijven, maar willen het bedrijfsleven laten betalen.

Dit is voor de banken niet het goede moment om te mopperen over de kosten van het betalingsverkeer. Bij de huidige rentestand van 9 procent verdienen de banken zoveel op de meer dan 50 miljard gulden die particulieren op hun betaalrekeningen tegen een vergoeding van hooguit een half procent aanhouden dat het betalingsverkeer een van de grotere winstbronnen van het bankbedrijf moet zijn.