Spaarbanken-spook achtervolgt Bush

NEW YORK, 22 febr. - Eind vorige zomer dacht de Amerikaanse overheid eindelijk van het verstikkende spaarbankenprobleem af te zijn. Goed, de sanering kostte meer dan iedereen had willen toegeven - 166 miljard dollar over tien jaar - en het had wat langer geduurd dan verstandig was, maar de kogel was door de kerk en alle politici konden opgelucht ademhalen. Iedereen had immers boter op het hoofd, en hoe eerder het uit de publiciteit verdween, hoe beter.

Maar helaas, het probleem is weer terug in de kranten. De man die de afwikkeling had moeten leiden en door iedereen geschikt werd geacht heeft zich al na vijf maanden teruggetrokken. De kostenraming is nu al te laag; en president Bush lijkt geen zin te hebben in te grijpen. Sommigen zeggen dat als het Witte Huis niets doet, de spaarbanken opnieuw een politiek probleem voor de Republikeinen kunnen worden; het is nu al zeker dat het overheidstekort door de oplopende verliezen weer wat zal worden aangedikt.

De oplossing die in augustus vorig jaar werd geaccepteerd komt kort gezegd hierop neer. Een speciaal overheidsorgaan zou alle insolvabele spaarbanken onder zijn hoede nemen. De banken zouden open blijven, en de kosten van bedrijfsvoering zouden worden gedragen door het overheidsorgaan, de Resolution Trust Corporation. De RTC wordt eigenaar van de banken - de naam, de filialen, de deposito's, de leningen, de verbeurde onderpanden etc. - en probeert ze zo snel mogelijk te verkopen. Kopers mogen zes maanden de leningen bestuderen en dan zeggen welke ze willen houden en welke ze willen teruggeven aan RTC. Liquidatie op die manier zou de overheid ruwweg 166 miljard dollar kosten, zo was de schatting.

Dat was het doel van de RTC: de onzekerheid wegnemen, een schatting maken van de kosten voor de overheid, zo snel mogelijk de boel saneren door verlies te nemen en de insolvabele spaarbanken terug te brengen in de normale economie.

Wat is er mis gegaan? Te veel verschillende departementen willen toezicht houden op de RTC, zodat die geen snelle beslissingen kan nemen. En de wetten die het Congres vorig jaar heeft aangenomen om een herhaling van het debacle te voorkomen schrikken potentiele kopers van de 'geschoonde' spaarbanken af. Ze kunnen niet meer voor een habbekrats een geldmachine kopen. Het Congres werd er eerst van beschuldigd de spaarbanken te goedkoop weg te geven; nu lijkt het doorgeslagen naar de andere kant.

Het resultaat is dat de verkoop van spaarbanken hapert. Dat betekent dat de Amerikaanse overheid voor onbepaalde tijd de facto eigenaar zal blijven van bijna een kwart van de spaarbanken van de Verenigde Staten.

Niet alleen dat: die spaarbanken verliezen voortdurend geld. Volgens William Seidman, voorzitter van de RTC, kosten de banken onder zijn hoede 5 miljoen per dag om ze open te houden, en verliezen hun beleggingen iedere dag 9 miljoen dollar aan waarde. Dat laatste kan een aantal jaren doorgaan, en op jaarbasis zou dit betekenen dat de RTC ruim 5 miljard dollar verliest. Dat zijn de extra kosten van de impasse. Maar de spaarbanken gingen failliet doordat zij roekeloos werden beheerd, of slachtoffer werden van economische tegenslagen. De RTC (beheerder van die failliete banken) is nu eigenaar van miljarden aan leningen die nooit worden terugbetaald; duizenden huizen, gebouwen en stukken land die in beslag zijn genomen nadat clienten failliet gingen; en beleggingspapier dat vaak maar een deel van zijn oorspronkelijke waarde heeft. De spaarbanken onder de hoede van de RTC bezitten bijvoorbeeld samen 2 miljard dollar aan 'junk bonds', die op het ogenblik vrijwel allemaal onder hun aankoopwaarde zitten.

Het afschrijven of afwaarderen van al die bezittingen was al ingecalculeerd, maar zoals Seidman het Congres duidelijk probeerde te maken, hoe langer dat duurt, hoe meer die bezittingen in waarde verliezen.

Niemand durft nog een nieuw bedrag te noemen in plaats van de 166 miljard dollar, waarmee Washington had leren leven.

Intussen heeft de RTC vorig jaar al 20 miljard dollar uitgegeven en 319 banken onder beheer, waarvan 49 zijn verkocht of geliquideerd. Nog eens 195 staan op de wachtlijst, en woordvoerder Felisa Neuringer zegt zonder omhaal dat dat 'zeker niet het einde betekent.' Het ziet er naar uit president Bush vroeg of laat moet beslissen wat erger is: spaarbanken voor een habbekrats weggeven, en het risico lopen dat schurken er winst mee maken; of jarenlang zelf het beheer voeren over langzaam leegbloedende banken.

    • Michiel Bicker Caarten