Serviers hebben Kosovo niet gewonnen maar verspeeld

ROTTERDAM, 22 febr. - Demonstraties, barricades, dertig doden, honderden gewonden, showprocessen tegen politici, zuiveringen, stakingen, troepenzendingen, uitgaansverboden, tanks op straat, over betogers scherende vliegtuigen: weer wordt in Kosovo onderstreept dat Servie, toen het vorig jaar de autonome provincie met geweld een flink deel van haar provinciale autonomie afnam, Europa heeft opgezadeld met een potentieel nieuw Ulster.

Het is, sinds vorig jaar het parlement van Kosovo met de tanks voor de deur en de belangrijkste leiders van de Albanese meerderheid in de gevangenis instemde met de opgave van die autonomie, een hele tijd rustig geweest in de provincie. Tenslotte gold sinds vorig jaar onafgebroken de uitzonderingstoestand en heeft het leger zich niet teruggetrokken. Maar het is een afgedwongen rust gebleven en er moest een moment komen waarop de Albanezen weer de straat op zouden stromen.

Niet bekend

En het moest gebeuren omdat de Albanezen geen andere uitweg hebben: als protesten zonder echo blijven moet je luider schreeuwen, zei de schrijver Ibrahim Rugova uit Kosovo vorig jaar al tegen Der Spiegel. Het kan best zijn, zo voegde hij daaraan toe, 'dat er in Joegoslavie krachten zijn die een burgeroorlog wensen: als bij ons schoten vallen kan dat dienen ter rechtvaardiging van een verscherping van de onderdrukking. En als het verzet tegen de Servische hegemonie in Kosovo in het buitenland als terrorisme te verkopen valt kan men erop rekenen dat de internationale sympathie voor onze zaak snel verdwijnt.'

Dat gesprek leverde Rugova een vinnige opmerking op van Vlasi's opvolger als partijchef, Rahman Morina: 'Als Rugova zo doorgaat komt hij voor de rechter, hij bedreigt de democratie in Joegoslavie.' Na maart vorig is de zeggenschap over de politie, de economie, de justitie, de territoriale verdediging en de internationale betrekkingen in Kosovo overgegaan in Servische handen. Maar ook andere sectoren worden onder het motto 'eenheid van de republiek' door Serviers gedomineerd. Het aantal Albanese schoolklassen is drastisch gereduceerd. Alleen al vorig jaar moesten elfduizend Albanese scholieren noodgedwongen afzien van een middelbare schoolopleiding. In de Servische pers is het afgelopen jaar steen en been geklaagd over 'de druk' die in Kosovo zou worden uitgeoefend op 'Serviers, Montenegrijnen en loyale Albanezen', over vijandige leuzen op muren, over schade die is toegebracht aan gewassen, over brandstichting, de verspreiding van pamfletten, over 'de grootschalige anti-Joegoslavische campagne van vijandige Albanese emigranten', met hun 'vervalsingen en leugens'.

En hoe meer er wordt geklaagd, hoe meer ontslagen er in Kosovo vallen onder Albanese bedrijfsdirecteuren en burgemeesters, leden van gemeenteraden, partijcomite's, jeugd-, vrouwen- en sportorganisaties, vakbondscomite's en wat dies meer zij: een zichzelf versterkend mechanisme.

Separatisme

De Servische overval op Kosovo van vorig jaar werd gerechtvaardigd met het argument dat Kosovo zich als autonome provincie de facto had losgemaakt van de moederrepubliek Servie, dat de provincie werd geplaagd door corruptie, nepotisme en nationalisme, dat hulpgelden werden verspild, dat de Servische minderheid gevaar liep en dat de Albanezen zich bij Albanie dreigden aan te sluiten. Sommige van die verwijten zijn zonder twijfel terecht gemaakt: er was - en is - corruptie, nepotisme en nationalisme, er worden en zijn hulpgelden verspild. Maar dat zijn verschijnselen die overal in het zuiden en oosten van Joegoslavie voorkomen, ook in Servie. Dat Serviers zijn geterroriseerd is ook voorgekomen - maar de Albanezen kunnen met recht en reden volhouden dat ook Albanezen zijn bedreigd, mishandeld, vermoord, en dat de gelijkgeschakelde Servische pers wel moord, brand en provocatie roept als er in Kosovo zes Albanezen op een straathoek staan, maar zwijgt als het graf wanneer er Albanezen worden geterroriseerd. En ze kunnen ook met recht en reden volhouden dat het regime van Rahman Morina meer daadkracht aan de dag legt bij het doorvoeren van zuiveringen dan bij het bestrijden van de crisis. Het verwijt van het separatisme lijkt onzinnig. De meeste Albanezen in Kosovo zouden weinig heil zien onder het in Albanie nog zo trots wapperende vaandel van de communistische orthodoxie te worden geplaatst, en omgekeerd zou het orthodoxe Albanie weinig prijs stellen op het gezelschap van 1,7 miljoen ongedisciplineerde, ongeindoctrineerde Joegoslavische Albanezen. Een 'Albanese optie' zou alleen denkbaar zijn als het huidige regime in Tirana zou plaatsmaken voor een wat minder dogmatisch bewind.

Wat de Albanezen van Kosovo echter wel willen is een eigen republiek, en zo vreemd is die eis niet gezien de omvang van de bevolking: alleen al in Kosovo wonen 1,8 miljoen Albanezen. Met de honderdduizend en meer Albanezen in Macedonie en de andere deelrepublieken zijn ze als volk groter dan de Slovenen, de Macedoniers en de Montenegrijnen, die wel een eigen republiek hebben. Voor Servie is die eis altijd zeer bedreigend geweest: zonder Kosovo is het niet meer Joegoslavie's grootste republiek, in oppervlakte en bevolking, en raakt het zijn leidende rol kwijt. En die leidende rol, vindt de conservatieve Servische president Slobodan Milosevic, de drijvende kracht achter de feitelijke annexatie van Kosovo en Vojvodina, moet juist worden versterkt.

Spiraal

De onrust van deze maand maakt duidelijk dat de annexatie een Servisch probleem heeft opgelost, maar vele nieuwe problemen heeft geschapen. Het optreden van de Serviers heeft de andere republieken in de gordijnen gejaagd: zij voelen zich bedreigd. Niet voor niets klaagde eerder deze maand de Sloveense partijsecretaris Sonja Laker dat 'de tragische spiraal van burgerlijk, sociaal en staatsgeweld in Kosovo door de dogmatici wordt misbruikt om Joegoslavie te kosoviseren'.

De annexatie heeft de republieken en de etnische groepen verdeeld en tegen elkaar opgezet, het Joegoslavische imago in het buitenland geschaad, buitenlandse investeerders afgeschrikt en elke consensus over hervormingen bemoeilijkt. In die zin is niet Azem Vlasi een contra-revolutionair, maar Slobodan Milosevic: hij heeft het staatkundig evenwicht van Joegoslavie verstoord, hij onderdrukt de Albanezen en hij jaagt de republieken uit elkaar.

En de escalatie gaat door. Er zijn nieuwe tanks, nieuwe troepen gestuurd. Milosevic heeft zijn Serviers opgeroepen zich massaal in Kosovo te vestigen: 100.000 mensen moeten in de roerige provincie gaan wonen. Hij was nog nauwelijks uitgesproken of een comite in Kosovo riep de Albanezen die de afgelopen jaren naar West-Duitsland, Zweden, Frankrijk en andere Westerse buitenlanden zijn geemigreerd, op naar Kosovo terug te keren.

Milosevic blijft hopen op een Servisch Kosovo. Het lijkt onzinnig: er is ooit een mogelijkheid geweest om van de Albanezen goede Joegoslaven te maken. Maar er is geen kans om goede Serviers van hen te maken. In die zin is Kosovo vorig jaar niet voor Servie gewonnen, maar juist voor Servie verloren gegaan.