Scherpte en tact

Gelukkig zijn er behalve bewindsmannen tegenwoordig ook bewindsvrouwen, zoals de christen-democratische minister Maij-Weggen, die bij de kabinetswisseling in november de portefeuille van verkeer en waterstaat overnam van de liberale minister Smit-Kroes. Gisteravond verdedigde zij in de Tweede Kamer voor het eerst haar begroting en zij deed dat op een wijze die verrassing, verbazing, irritatie en ergernis wekte. Het was al bekend dat mevrouw Maij geen blad voor de mond pleegt te nemen en uiterst primair reageert, een indruk die gisteravond door het bijna vier uur durende betoog van de minister, talloze malen geinterrumpeerd, nog eens werd bevestigd.

Menigeen die in verwondering omziet naar het onbetwist uiterst levendige Kamerdebat van gisteravond kan zich afvragen of de bewindsvrouwe niet al te militant te werk ging en of zij een aantal Kamerleden niet nodeloos voor het hoofd stootte. Van een minister die onbekend lijkt te zijn met het begrip 'tact' kan een kabinet nog plezier beleven. Ook vroeger wekten ministers wel eens nodeloze ergernis, zoals de (mannelijke) minister Marchant, die van 1933 tot 1935 op Onderwijs zat. Hij beschikte over veel parlementaire ervaring.

'Toch zal het bewind van deze minister minder slagen dan dat van een zijner collega's. De reden daarvoor is vooral gelegen in zekere persoonlijke eigenschappen van de minister. In kritisch vermogen is hij onovertrefbaar. Als een zaak hem niet aanstaat ontziet hij niets en niemand. In scherpte en scherpzinnigheid van bestrijding heeft hij zijns gelijke niet. Maar hij mist daarbij tact. Hij heeft er te weinig oog voor, dat men in de politiek verstandig doet sommige personen en groepen niet nodeloos voor het hoofd te stoten. Kan dit zelfs als men in de oppositie is nog wel eens moeilijkheden baren, hoeveel eerder is dit het geval voor de bewindsman. Vooral voor de bewindsman in een kabinet dat voor het voeren van zijn beleid aangewezen is op de steun van een min of meer heterogene meerderheid. Er is dan alle aanleiding om de gevoeligheden van de verschillende groepen waaruit die meerderheid is samengesteld zoveel mogelijk te ontzien.'

Tot zover een citaat van Oud, die destijds met Marchant in hetzelfde kabinet zat. Uitgebreid geharrewar speelde zich gisteravond in de Tweede Kamer onder meer af over de plannen voor het bouwen van nieuwe tunnels. Volgens de minister van verkeer en waterstaat zouden er in beginsel vijf in de Randstad komen, ofschoon premier Lubbers, naar de GPV'er Schutte opmerkte, eerder had meegedeeld dat deze zaak nog open is. Hoe zit het nu met ministeriele homogeniteit? De minister-president spreekt nooit onwaarheid, meende minister Maij-Weggen. Aan de discussies over spitsvignetten, rekeningrijden, elektronische tolheffing en financiering van waterschappen gaan wij nu maar voorbij. Veel opzien baarde de minister intussen met een hatelijkheid aan het adres van de VVD-fractie over de wijze waarop de vorige minister Smit-Kroes het bos was ingestuurd. Was deze hatelijkheid nu werkelijk nodig? Mevrouw Jorritsma (VVD) protesteerde tevergeefs. Kamervoorzitter Deetman stond haar niet toe op de hatelijkheid van de minister in te gaan.

    • Mr. B. C. L. Waanders