Poulenc slaat 3 vliegen in 1 klap met belang Roussel

PARIJS, 22 febr. - Met de verwerving van 35 procent van het farmaceutische concern Roussel-Uclaf heeft Rhone-Poulenc, Frankrijks grootste en mondiaal het negende chemieconcern, drie vliegen in een klap geslagen. Bestuursvoorzitter Jean-Rene Fourtou leek gisteren even tevreden over de jongste versterking van zijn groep als over de groeicijfers van het concern.

Het belang in Roussel-Uclaf van 1,2 miljard gulden, vergroot namelijk andermaal de farmaceutische tak van Rhone-Poulenc, een van de belangrijkste groeisectoren van het concern. Bovendien brengt het Rhone-Poulenc in een uitstekende positie voor onderhandelingen met de grotere Duitse branchegenoot Hoechst, die 54,5 procent van Roussel-Uclaf bezit. Beide chemieconcerns ontplooien nogal wat activiteiten in kostbare onderzoeksintensieve sectoren als geneesmiddelen, agrochemie en biotechnologie. 'We zoeken samenwerking, mogelijk door onderlinge overdracht van activiteiten', zo lichtte gisteren algemeen-directeur Jean-Marc Bruel toe.

De derde reden voor de tevredenheid ten slotte is de versterking van de financiele positie van Rhone-Poulenc, die het afgelopen jaar nogal is verzwakt door een stevig aantal overnemingen.

Het aardige namelijk van de verwerving van het belang in Roussel-Uclaf is dat het Rhone-Poulenc niets kost. De desbetreffende aandelen komen van de Franse staat, die ze doorschuift naar het chemieconcern waarin het 100 procent van de zeggenschap en ruim drie-kwart van de aandelen heeft. Het cadeautje voor Rhone-Poulenc is een vestzak-broekzak-operatie van de Franse overheid, uitgevoerd in het kader van een grote herschikking in de nationale chemie.

Met het oog op het wegvallen van de Europese binnengrenzen verdeelt Frankrijk zijn vele, relatief versplinterde chemiebelangen onder de grote staatsconcerns Rhone-Poulenc, Elf-Aquitaine en Atochem/ Total. Doel daarvan is sterke conglomeraten te vormen die ieder op specifieke terreinen de internationale concurrentie tegemoet kunnen treden. Rhone-Poulenc concentreert zich daarbij vooral op de fijnchemie, agrochemie en farmacie, terwijl de andere twee meer gericht zijn op de basale petrochemie. De recente opdeling van de kunstmestfabrikant Orkem, tussen Elf en Total, is daarvan een voorbeeld.

Net als in Italie lag in het industriebeleid in Frankrijk tot voor enkele jaren vooral nadruk op nationale (werkgelegenheids-) belangen en veel minder op internationale ontwikkeling van de chemische industrie. De chemie lijkt de laatste jaren echter de vrije teugel gegeven om de opgelopen relatieve achterstand in te lopen.

Vooral Rhone-Poulenc heeft zich met verve op de internationale markt ontplooid. Daarbij heeft het voortdurend twee doelen voor ogen gehad. Net als veel andere chemieconcerns wil Rhohe-Poulenc vooral in de fijnchemie groeien. De marges zijn daar hoger en de conjuncturele afhankelijkheid is minder groot dan in de bulkchemie. Daarnaast was grotere aanwezigheid wenselijk in de Verenigde Staten, goed voor 40 procent van de mondiale chemieconsumptie.

Spraakmakende overnemingen waren die van de agrochemiedivisie van het Amerikaanse Union Carbide in 1986 (omzet 900 miljoen gulden) en die van de divisie anorganische chemicalien van het Amerikaanse Stauffer in 1987 (omzet ruim 1 miljard gulden). Het afgelopen jaar was het ook goed raak. Zo verwierf Rhone-Poulenc de chemische divisie van het Britse mijnbouwconcern RTZ, met 25 fabrieken in de VS, en het Amerikaanse GAF-SSC, voor samen ruim 3 miljard gulden. Het kocht verder de Amerikaanse chemiebedrijven Miranol, Marshall en de Canadese vaccinfabrikant Connaught. Op dit moment onderhandelt Rhone-Poulenc in de VS over de koop van 68 procent van het farmaconcern Rorer, waarvoor het ongeveer 4 miljard gulden in aandelen en contanten over heeft.

Die koopwoede heeft zijn sporen nagelaten. In 1987 gaf Rhone-Poulenc aan overnemingen 1,5 miljard gulden uit, in 1988 1,1 miljard en in 1989 4,1 miljard.

Bovendien zorgden investeringen van respectievelijk 1,7 miljard gulden, 2 miljard en 2,3 miljard ervoor dat de afgelopen drie jaar de kasstroom telkens te kort schoot om alles uit eigen zak te betalen.

De uitgifte van extra aandelen kon de afgelopen twee jaar niet voorkomen dat de schuldenlast steeg. Stond in 1988 tegenover een eigen vermogen van 9,1 miljard gulden nog 4,8 miljard aan schulden, het afgelopen jaar nam het eigen vermogen toe tot 10,2 miljard gulden, maar de schuldenlast steeg bijna twee keer zo hard tot 6,9 miljard.

Maar Rhone-Poulencs topman Fourtou ziet de wat verzwakte financiele situatie van het concern niet als een bedreiging. De situatie was aan het begin van de jaren '80 vele malen slechter. In 1982 overtrof de schuldenlast van Rhone-Poulenc het eigen vermogen met een factor 5 en pas in 1987 lag het eigen vermogen weer boven de schuld. Fourtou verwacht de komende twee jaar een half miljard aan baten uit de verkoop van minder-gewenste bedrijfsonderdelen te ontvangen. Daarnaast wil het concern even pas op de plaats maken om de aangekochte bedrijven te kunnen integreren.

Bovendien zijn de jongste cijfers van Rhone-Poulenc niet slecht. De omzet groeide vorig jaar met 11,8 procent tot 24,3 miljard gulden, de netto winst steeg met 18,4 procent tot 1,36 miljard. Inmiddels gebeurt 48 procent van de produktie buiten Frankrijk, en wordt drie-kwart van de omzet in het buitenland geboekt, waarvan 3,2 miljard gulden in de VS. Daarmee lijkt het concern op de goede weg om de ambities van Fourtou te verwezenlijken. 'In het jaar 2000 moeten we tot de tien grootste farmaceutica-fabrikanten ter wereld behoren en op onze andere werkterreinen tot de grootste vijf', zo zei hij gisteren.