PABO's pionieren met 'stille reserve'

DEN HAAG, 22 febr. - 'Werken met kinderen? (Weer) aan de slag in het basisonderwijs!' Het zou de wervende slogan van een nieuwe campagne van het ministerie van onderwijs kunnen zijn. Maar het is de al drie jaar oude kop boven een advertentie van de Haagse PABO Rijn-Delfland, een van de 18 PABO's die sinds 1987 cursussen voor 'herintredende vrouwen' organiseren. Drie jaar geleden was dat nog om emancipatorische redenen. Nu blijken deze PABO's pionier in het opsporen en bijscholen van de 'stille reserve' in het onderwijs: vrouwen die bevoegd zijn om voor de klas te staan, maar die na hun huwelijk zijn gestopt met werken. Het ministerie schat dat er tussen de 3000 en 7500 van deze vrouwen zijn. Zij zouden het dreigend tekort aan onderwijzers grotendeels kunnen oplossen.

In Den Haag rinkelt op het ogenblik dagelijks de telefoon. Of er nog plaatsen over zijn bij de 'opfriscursus'. De aandacht van de media voor het aanstaande onderwijzerstekort heeft de tanende belangstelling weer doen opleven. In 1987 waren er 110 cursisten, vorig jaar ruim 50 en nu 30. Cursusleidster P. van Antwerpen vroeg zich al af of er nog 'reserve' was. Kennelijk is een klein duwtje genoeg om vrouwen van wie de kinderen inmiddels naar school gaan, weer aan het werk te krijgen.

De cursus van Rijn-Delfland bestaat uit een kort maar krachtig programma: tien middagen van 4 lesuren, waarin behalve de nieuwe vakgebieden computers, Engels en geestelijke stromingen onderwerpen aan bod komen als 'het jonge kind in de basisschool', 'zorgverbreding' en 'schoolwerkplan-ontwikkeling'. De meeste cursisten zijn 10 a 15 jaar geleden gestopt met hun werk als onderwijzeres of (toen nog) kleuterleidster. De Wet op de Basisschool is in 1985 ingevoerd. Toch hebben de herintreedsters volgens Van Antwerpen weinig moeite met de cursus. 'Het zwaarst is de theorie. Ze moeten lessen volgen en dat zijn ze niet meer gewend. Maar als ze na 2 of 3 bijeenkomsten voor de klas mogen staan, voelen de meesten zich weer als een vis in het water.'

De (verplichte) stage beslaat minimaal 7 dagdelen, veel cursisten volgen ten minste het dubbele aantal. Van Antwerpen meent dat de vrouwen zich de verworvenheden van de basisschool gemakkelijk eigen maken doordat zij de veranderingen in het onderwijs van nabij hebben meegemaakt. Hun kinderen gingen immers naar de basisschool. Vaak meldden ze zich als leesmoeder of voor ander vrijwillig werk.

Smaak

Van Antwerpen: 'Voor wie goed op de hoogte wil raken van de ontwikkelingen in het basisonderwijs, is onze cursus te kort. Maar het is net lang genoeg om de smaak weer te pakken te krijgen. Hiaten opvullen kan altijd nog. Daar zijn nascholingscursussen voor'. De cursisten vallen uiteen in 3 groepen. Veruit de grootste groep vormen de vrouwen die zijn gestopt met werken. Tevens zijn er buitenlandse cursisten en vrouwen die een baan buiten het onderwijs hebben, maar terug willen nu ze hebben gehoord dat er in het onderwijs weer plaats is. Tot die laatste categorie behoort A. Kleynhans, in 1967 afgestudeerd als kleuterleidster en wegens de oververzadigde arbeidsmarkt van die tijd sinds 1969 werkzaam op een kantoor. Volgens haar verschilt het kleuteronderwijs van nu nauwelijks van dat aan het eind van de jaren zeventig. 'Toen richtten we ons toch ook op de lagere school? Alleen gebeurt dat tegenwoordig door de invoering van het schoolwerkplan wat explicieter.' Ook voormalig kleuterleidster L. van Doorn ziet het schoolwerkplan als de grootste verandering sinds 1980, toen zij met werken stopte. 'Onderwijzers in groep 1 en 2 werken bewuster dan wij indertijd. Ze gaan minder af op hun intuitie.' Haar vroegere kleuterschool onderhield al jaren voor de invoering van de basisschool nauwe contacten met nabij gelegen lagere scholen.

Nee, voor vrouwen die besluiten weer te gaan werken als de kinderen naar school zijn is kinderopvang het grootste probleem. Zelfs wie een deeltijd-baan wil - en dat willen de meesten - heeft die meestal nodig. Ook staatssecretaris Wallage schrijft dat kinderopvang de deelname aan de 'korte entree-cursussen' die hij wil opzetten, wel eens zou kunnen stimuleren. Oud-onderwijzeres L. Scholtes, een cursiste uit het naburige Wateringen, denkt dat ze het lesgeven wel weer onder de knie zal krijgen, zelfs als dat 'met vallen en opstaan' gebeurt. Maar of ze daarvoor de gelegenheid krijgt hangt af van de mogelijkheden voor kinderopvang. In Wateringen zijn die er in elk geval niet.