Oprechte dwaze kloot

De huidige bloei van de Belgische filmindustrie kan misschien nog het best afgemeten worden aan de veelzijdigheid van de recente speelfilmproduktie. Naast een artistiek hoogtepunt als Hugo Claus' Het sacrament en een vernuftig staaltje van internationale coproduktie als Dominique DeRudderes Wait Until Spring, Bandini staat een commercieel doortimmerd werkje als Koko Flanel. Twee jaar geleden bewees de Vlaamse komiek Urbanus tot ieders verrassing met Hector een groot filmpubliek in Belgie en Nederland aan te spreken. Voor het vervolg, Koko Flanel, werd het winnende team van Urbanus, regisseur Stijn Coninx en producent Erwin Provoost herenigd.

Technisch gesproken beschikt Koko Flanel over meer flair en raffinement dan Hector, maar het geheim van Urbanus' succes blijft een even groot raadsel als bij zijn filmdebuut. De roem van de komiek is niet in eerste instantie verbreid via de televisie, maar in het theater. Hoewel Urbanus daar op een groot vast publiek kon rekenen, is zijn succes als filmkomiek veel aanzienlijker. Dat is merkwaardig, want je kunt Urbanus met de beste wil van de wereld geen echte filmkomiek noemen. Hij moet het vooral hebben van een kinderlijk-onschuldige charme en het optimaal benutten van een soort boerse underdog-positie. Hoewel ook Koko Flanel enkele aantrekkelijke scenes bevat, is het toch in eerste instantie een film van en met een 'performer'. Het stramien van het scenario is zo oud als de weg naar Rome. De vogelkastjesverkoper Placide Smellekens (Urbanus) moet zijn vader op diens sterfbed beloven een vrouw te zoeken en binnen het jaar een kind te krijgen. Zijn onverwachte entree in de reclamewereld biedt daartoe grootse mogelijkheden. Nadat hij tijdens een fotosessie op de Brusselse Grote Markt per ongeluk in beeld verschenen is, stijgt zijn ster tot astronomische hoogte.

Voor een satire op de wereld van glamour en geld mist Koko Flanel de scherpte. Dit milieu is eerder een aanleiding tot het etaleren van kolder, waarbij elementaire wetten van continuiteit en scenario-logica schouderophalend geschonden worden.

Het is niet moeilijk de autobiografische toon in Koko Flanel te herkennen. De verbazing van Koko Flanel over zijn succes in de mediawereld staat tamelijk dicht bij die van Urbanus over een ongerijmde sterstatus. De pose van Urbanus als buitenstaander en 'dwaze kloot' doet nog steeds authentiek aan; misschien is die oprechtheid wel de voornaamste reden dat hij zo veel mensen aan zich weet te verplichten.

Al is Koko Flanel volgens artistieke normen een zeer middelmatig produkt, er is geen reden om aan te nemen dat het publiek niet opnieuw massaal zal toestromen. Voor de filmindustrie in de Lage Landen is dat een goed teken; dergelijke pretentieloze komedies rond een lokaal geliefde komiek vormen in bijna elk land een economische basis voor een gezond filmklimaat.

Koko Flanel. Regie: Stijn Coninx. Met: Urbanus, Bea van der Maat, Willeke van Ammelrooy, Herbert Flack, Jan Decleir. In 73 theaters.