Koninklijke kan ambitieuze plannen niet zelf betalen

DEN HAAG, 22 febr. - Koninklijke Olie, een van 's werelds grootste ondernemingen, wil twee maal zo groot worden. Het meest opvallende in de toelichting die president-directeur ir. L. C. van Wachem gisteren gaf op de jaarcijfers van het concern zijn de gigantische investeringsplannen: 10, 7 miljard dollar in 1990 en nog meer daarna. 'Een enorme uitdaging', aldus de Shell-topman, 'je praat over een verdubbeling van de activa'.

Die activa belopen nu bij elkaar bijna 34 miljard Britse ponden (meer dan honderd miljard gulden). Zelfs Koninklijke Olie verdient niet genoeg om de komende vijf a zes jaar 34 miljard pond (6 miljard pond per jaar) te investeren. De door het bedrijf gegenereerde kasstroom (winst plus afschrijvingen plus enkele kleinere posten) was vorig jaar onveranderd 6,3 miljard pond groot. Maar van dat bedrag moet Koninklijke zijn aandeelhouders de komende jaren steeds 1,5 a 2 miljard pond dividend uitkeren.

Geen wonder dat Koninklijke zich niet erg scheutig toonde met zijn winstuitkering. Menige bezitter van aandelen Koninklijke Olie rekende gisteren op een douceurtje: de bekendmaking tegelijk met de jaarcijfers van de Koninklijke/ Shell Groep van een jubileumdividend, nu het concern dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert. Dat zat er niet in want nieuwe investeringen hebben kennelijk net iets meer prioriteit. Dat hoeft de belegger niet echt ongelukkig te maken want het resultaat per aandeel steeg vorig jaar van fl.12,35 gulden tot fl.15,98. Belangrijker is het vertrouwen dat de beurs toont in het beleid van Van Wachem: tussen 2 januari 1989 en gisteren liep de koers van Koninklijke olie met zo'n 20 procent op van fl.

114,50 gulden tot fl. 143,50 gulden. Per aandeel van nominaal vijf gulden wordt over 1989 in totaal fl.7,65 dividend uitgekeerd, een stijging van 7,7 procent ten opzichte van 1988, een jaar dat ook lang niet slecht was voor Koninklijke, met een dividend van fl.

7,10 per aandeel. Vorig jaar maakte Koninklijke een forse winstsprong, met 34 procent tot 13,8 miljard gulden tegen de gemiddelde wisselkoers van het pond sterling. Op basis van de huidige, gedaalde, koers zou dat fl.12,73 miljard zijn. Het rendement op geinvesteerd vermogen steeg met meer dan twee procent tot 13,7 %. Worden de voorraadeffecten en incidentele meevallers buiten beschouwing gelaten, dan resteert altijd nog een winstgroei van 13 procent. Het cijfer dat Van Wachem zelf het best de ontwikkeling vindt weergeven.

Bijna alle produktie- en omzetlijnen lopen bij het concern, dat in meer dan 100 landen actief is, omhoog en de meeste cijfers die de stijging van netto-resulaten weergeven, worden met negen nullen geschreven.

De enige dissonant vormde vorig jaar de sector chemie waar een daling van het bedrijfsresultaat van vijf procent moest worden geboekt. In 1988 jaar leverde de chemie nog ruim een derde van het bedrijfsresultaat, vorig jaar is dat aandeel gedaald tot ongeveer een kwart. In het derde kwartaal van 1989 had Koninklijke in de produktie van chemische stoffen al een flinke klap verwerkt: een daling van het resultaat met 36 procent. Toen had men net drie 'superkwartalen', zoals de directie het gisteren noemde, achter de rug, met uit de pan rijzende produktprijzen en een bezettingsgraad in de fabrieken van 95 a 100 procent.

In het jaarverslag over 1988 werd al gewaarschuwd dat die hausse in de chemie niet van onbeperkte duur zou zijn en het winstdrukkende effect is dan ook niet uitgebleven. De prijzen van produkten gingen omlaag en die van grondstoffen omhoog, mede door het beschikbaar komen van meer produktiecapaciteit. Financiele analisten van enkele Nederlandse bankinstellingen vertalen dit zelfs met een overcapaciteit. Toch verwacht de directie voor dit jaar een bezettingsraad voor de chemische fabrieken, waarin opnieuw flink is geinvesteerd, van 80 a 90 procent, mede op grond van de nog steeds toenemende vraag naar petrochemische produkten. De vooruitzichten zijn redelijk, zei Van Wachem gisteren, maar met een belangrijke voorwaarde: 'mits er niet te veel bij wordt gebouwd'. Basis voor de belangrijkste activiteiten van Koninklijke Olie is het verloop van de ruwe olieprijs. Stijgt die niet te snel dan blijft de vraag naar produkten op peil en kan het concern de produktie opvoeren en het prijsvoordeel innen. Hoewel sommigen in de olie-industrie, bijvoorbeeld concurrent BP een prijsstijging tot 25 dollar per vat voorspellen, blijft Van Wachem uitgaan van een prijsontwikkeling voor de komende jaren van tussen de 15 en 20 dollar.

Vorig jaar werd bij de opsporing en winning van olie en gas 14 procent winstgroei geboekt. De verwerking, het zeetransport en de verkoop leverde 28 procent meer winst op (hier is de factor voorraadwinsten belangrijk). De steenkoolleveranties zorgden zelfs voor 90 procent en in de metaalsector 54 procent stijging. De vooruitzichten voor de aardgasafzet worden gunstig genoemd en ook in de andere sectoren wordt een verdere stijging van produktievolumes voorzien. Koninklijke/ Shell is de grootste commerciele gasproducent ter wereld.

Als belangrijkste uitdagingen voor toekomst noemde Van Wachem de veiligheid en het milieu, winstgevendheid, nieuwe investeringen en de produktkwaliteit. De ambities van de Groep, met als belangrijkste de investeringsplannen, noemde hij groot.

In Nederland is de Koninklijke vorig jaar licht geexpandeerd met 200 miljoen gulden aan investeringen meer dan in 1988, meer orders voor andere industrieen en een lichte stijging van de olieverkopen. De personeelsbezetting nam met 275 personen af. Shell Nederland heeft zijn 'bedrijfscultuur' aangepast aan de doelstellingen van het Nationaal Milieubeleidsplan en zorgt in dat kader voor vermindering van de emissies van schadelijke stoffen en vloeistofdichte bestratingen bij benzinestations.