Kamer erkent Nederlands onmacht op monetair gebied

DEN HAAG, 22 feb. - Wie minister van financien Kok en de Vaste Kamercommissie voor financien gisteren beluisterde, kon horen dat Nederland weinig ruimte heeft voor een eigen monetair beleid.

Een verenigd Duitsland maakt die ruimte nog kleiner. Het verenigingsproces duwt op dit moment bovendien de rente omhoog.

Een sombere, soms zelfs berustende toon overheerste in het overleg tussen de Kamerleden en minister Kok over de door Bonn voorgestelde Duits-Duitse monetaire unie. 'Tsja, de realiteit is dat Nederland geografisch nu eenmaal hier is gesitueerd. Daar kunnen we in Den Haag weinig aan veranderen', zei CDA-man Van Houwelingen. 'De mogelijkheden voor een eigen nationaal beleid zijn uiterst klein.'

Volgens Van Houwelingen moeten we ook maar ophouden om dit nog te willen. Het op de voet volgen van de trend in de Bondsrepubliek is weliswaar geen automatisme, maar voor 'illusie-politiek' is geen plaats.

Het D66-Kamerlid Ybema verhoogde het algehele gevoel van onmacht door die ene keer in het recente verleden in herinnering te roepen dat Nederland de euvele moed had een opwaardering van de D-mark niet te volgen. Dat was in 1983. 'Dat had langdurig negatieve gevolgen voor het vertrouwen in de Nederlandse economie', zei het nieuwe Kamerlid dat zich in enkele maanden tijds voor zijn fractie vrijwel onmisbaar heeft gemaakt. Ybema kwam vanuit de gemeenteraad van Leeuwarden op de laatste D66-zetel de Kamer binnen; hij is de enige financieel-ecomische specialist in de fractie.

Ook Melkert van de PvdA stelde vast dat het nu eenmaal noodzakelijk is 'zich onverminderd te blijven richten op de structureel sterkste valuta binnen het EMS'.

Door de nervositeit van de kapitaalmarkt, aldus Melkert, wordt er op de al hoge rentestand als het ware nog een 'risicopremie' gelegd. Naarmate die langer blijft 'is een parallelle rente-ontwikkeling tussen de Bondsrepubliek en Nederland minder nodig', vond hij. Dat was Binnenhof-bargoens voor de suggestie dat Nederland bij een volgende verhoging van het bankdisconto door Frankfurt wellicht een keer mag passen.

Ook VVD'er De Grave dacht in deze richting. Hij noemde de hoge rentestand de prijs die Nederland thans betaalt voor koppeling van de gulden aan de mark. 'Het kan zijn dat de nieuwe Duits-Duitse situatie ertoe leidt dat we een andere plus- en min-afweging moeten maken.'

Wie van de Kamerleden van minister Kok een opbeurend woord had verwacht, hoefde niet helemaal teleurgesteld naar huis. Het beste is een situatie van rust en stabiliteit te creeren, omdat er nu eenmaal veel psychologie aan te pas komt, zei Kok. Nederland moet volgens hem voortgaan internationaal overleg te stimuleren en vertrouwen op de kracht van zijn gulden. De mogelijkheden voor een eigen Nederlands beleid op monetair terrein noemde hij niettemin 'buitengewoon beperkt'. De ontwikkeling naar een Duits-Duitse monetaire unie ging alle aanwezigen eigenlijk veel te snel. PvdA-man Melkert constateerde dat de ontwikkeling niet meer tegen te houden is, maar dat de overige Europese landen de Bondsrepubliek niet alleen met de kwestie mogen laten zitten. Voor Nederland en de EG is er alle reden 'het voldongen-feiten-gebeuren bij te buigen naar een scheppende totstandbrenging van beleidskaders', zei Melkert. Hij glimlachte fijntjes over deze gelukte frase.

Melkert en ook de anderen beseften echter allemaal dat ook de Duitsers onder grote dwang stonden door de onafgebroken stroom DDR-burgers die naar de Bondsrepubliek uitwijkt. Minister van buitenlandse zaken Genscher rekende zijn EG-collega's in Dublin deze week voor dat bij een gelijkblijvende exodus dit jaar 700.000 mensen over de Duits-Duitse grens komen. 'Het is zeer de vraag of deze uittocht wel tot staan zal komen als de Duitse monetaire unie tot stand komt', zei Ina Brouwer van Groen Links. Er zal een tijdperk van onzekerheid aanbreken en een grote werkloosheid ontstaan. Zij vond het bovendien 'een beetje bitter ten opzichte van de DDR' dat het land als het ware 'wordt opgekocht onder voordelige Westduitse voorwaarden'. Was er dan geen sanering in de DDR zelf mogelijk geweest, vroeg mevrouw Brouwer. Zij schaarde zich in de rijen van de Duitse intellectuelen en overgebleven communisten in de DDR die nog wat natreuren over de teloorgang van hun staat. Kok zei dat niets of niemand het tot staan komen van de Oostduitse exodus kan garanderen, maar dat deze zonder een pakket van maatregelen in elk geval doorgaat. Dat was dan ook niet het probleem waar hij mee zat. Kok was somber over de mogelijkheden voor medezeggenschap van Nederland en de andere EG-partners. 'Want meer dan positieve uitspraken hebben we daarover van Duitse zijde in Brussel ook niet gekregen', zei hij. 'De vinger blijft aan de pols.' Hoe de DDR uiteindelijk ook wordt gekoppeld aan de financiele pompstations van de Bondsrepubliek, zonder aanzienlijke inkomensoverdrachten is het land niet te redden. Daarover waren de minister en de financiele Kamerspecialisten het met elkaar eens. De onzekerheid over wisselkoersen, rentestanden en inflatiepercentages duurt voort. Nederland ondervindt er direct de gevolgen van, maar kan er zelf niets aan veranderen.