'Hollanden moeten stoppen met verstarde discussies'

DEN HAAG, 22 febr. - Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht als ook Flevoland zouden een Europese regio van groot economisch, maatschappelijk en cultureel belang kunnen worden. Daarvoor zou dan van belang zijn dat de bestuurders van deze provincies 'de wat verstarde discussies over de bestuurskundige functies en staatsrechterlijke bevoegdheden vervangen door een discussie over de vraag hoe zij moeten inspelen op het nieuwe, grenzeloze Europa van 1992 dat met rasse schreden op ons afkomt'. Dat betoogde de Rotterdamse cultuursocioloog prof. A. C. Zijderveld gisteren tijdens een bijeenkomst in de Ridderzaal waar de colleges van Provinciale Staten van Noord- en Zuid-Holland de scheiding, 150 jaar geleden, van de provincies herdachten. Sinds de oude provincie Holland in 1840 officieel werd gescheiden in Noord- en Zuid-Holland zijn deze provincies, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Friesland of Limburg, gebieden zonder eigen taal, dialect of folklore, met andere woorden betrekkelijk bloedarm en kleurloos gebleven, volgens Zijderveld. Beide provincies zijn naar zijn mening niet veel meer dan abstracte bestuursstructuren zonder overtuigingskracht, maatschappelijke verankering en gezag.

In de bijzondere, gecombineerde Statenvergadering van beide provincies waarin zij gisteren hun officiele ontstaan herdachten, plaatste de Leidse historicus prof. J. Th. Bank de splitsing ook in internationaal-politiek licht. Namelijk als resultaat van de Afscheiding van Belgie (1830) en de feitelijke 'souvereiniteitsoverdracht' van rijksgebied aan het zuidelijke buurland, in 1839. Verder moest het niet gaan, meenden velen; als zeemogendheid moest Holland machtig en onverdeeld blijven. Het voorstel tot bekrachtiging van de splitsing kwam dan ook niet van de regering maar in eerste instantie uit het parlement.