Gezondheidszorg is beland in een genante situatie

Zes zwakzinnigen stappen naar de rechter om een plaats af te dwingen in een gezinsvervangend tehuis. Het aantal mensen dat gemiddeld langer dan vier weken op ziekenhuisopname wacht, beloopt naar schatting 50.000. Hartpatienten trachten langs juridische weg een dottercatheterisatie te krijgen, die zij volgens de dokter nodig hebben. Ons land, dat wereldwijd respect heeft verworven met zijn zorg voor zieken, zwakken en weinig vermogenden, lijkt met z'n gezondheidszorg in korte tijd beland in een genante crisis. Beschamend is vooral dat mensen voor de onafhankelijke rechter de zorg moeten bevechten waarop ze via hun verzekering - het fonds, de partculiere maatschappij of de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) - gewoon recht hebben. Een andere akelige ontwikkeling is de willekeur die onvermijdelijk het ziekenhuis is binnengeslopen. Het is immers onmogelijk dat een arts die van de vijftig patienten op de lijst er maar tien kan behandelen, uitsluitend kiest op grond van medische criteria. Het maken van de meest verantwoorde keus zou hem al voor een dagtaak stellen.

Dat bij de politieke keus voor krapte in de capaciteit de grens van het aanvaardbare is overschreden lijdt geen twijfel. Voor iedereen is duidelijk dat de individuele patient op dit ogenblik schade ondervindt van de bewust gecreeerde tekorten.

Zowel de zes zwakzinnigen, als de dotterpatienten, als de gigantische wachtlijsten laten zien dat er binnen onze gezondheidszorg een solidariteitsafbraak heeft plaats gehad, die snel moet worden hersteld.

Niet aansprakelijk

Vooral de uitspraak van de rechter inzake de plaatsing van de zwakzinnigen zal interessant zijn. De verzekeraars kunnen namelijke nergens op worden aangesproken. Van - in dit geval - de AWBZ is nooit vernomen dat een faillissement dreigt en dat zwakzinnigen maar even moeten wachten op een plaatsje. De 'verbindingskantoren' zijn gewoon bereid te betalen voor datgene waar de verzekerde recht op heeft. Het is echter de overheid die tussen verzekeraar en verzekerde is gaan staan om een halt toe te roepen aan de stijgende kosten van de gezondheidszorg, die uit de 'collectieve middelen' wordt betaald.

De ontstane situatie is geredeneerd vanuit het assurantieprincipe redelijk vergelijkbaar met een goed verzekerde automobilist, die de schade na een aanrijding niet gerepareerd kan krijgen, omdat de minister het totaal aan uitdeukers heeft teruggebracht tot een aantal dat hij redelijk acht.

In de jaren '82 en '83 was daar in de gezondheidszorg aanleiding toe wegens het nijpende economische klimaat. Er kwam een bouwstop, het aantal ziekenhuisbedden moest omlaag en directies werden gedwongen zich aan een budget te houden. Toen al werd in toenemende mate gewezen op de brokken die van dit beleid te verwachten waren. Klaagzangen van ziekenhuisdirecties en profetieen van rekenaars die de bui zagen hangen, hebben vooral op het vorige kabinet (en de kamerfracties waarop het steunde) nooit enige indruk kunnen maken. Terwijl de economische noodzaak toen al niet meer zo dwingend was, wilde Den Haag niet luisteren, laat staan de teugels laten vieren.

De vraag wat de rechter zal bepalen inzake de zwakzinnigen is zo interessant, omdat hij haast niet anders kan dan de staatssecretaris aanspreken op diens verantwoordelijkheid zorg te dragen voor voldoende capaciteit. Bij een procederende hartpatient ligt dat iets anders. Omdat het om een veel acuter en minder structureel probleem gaat, kan hij een fonds (particuliere verzekeraars maken er meestal geen punt van) dwingen een operatie in het buitenland of een 'luchtbrug' te vergoeden. Voor zwakzinnigen bestaan die mogelijkheden niet.

Het is te wensen dat de huidige staatssecretaris wat meer oor heeft voor de mensen die het weten kunnen, omdat er heel fundamentele rechten van mensen op het spel staan.

Fragiel

Het is om meer dan een reden te hopen dat de wachtlijsten snel tot het verleden zullen behoren. In de eerste plaats omdat het hoogst treurig zou zijn dat mensen onomkeerbare gezondheidsschade oplopen door het feit dat zij maanden op een behandeling moeten wachten; zij hebben met het betalen van premie immers ook geen maanden gewacht.

In de tweede plaats is er een zaak van nationaal belang in het geding. Een land als Groot Britannie heeft met zijn National Health laten zien dat ziekenhuiswachtlijsten een particulier circuit inviteren, dat alleen bereikbaar is voor de mensen die het kunnen betalen. En degeen die geld genoeg heeft zal geen wachtlijst dulden. Als onze overheid particuliere klinieken blijft verbieden, maar er tegelijkertijd een voedingsbodem voor kweekt, zal de 'richesse' zich spoedig in somptueuze villa's in de grensstreek kunnen laten behandelen. Dat zal vervolgens betekenen dat de gewone ziekenhuizen hoe langer hoe meer met de 'slechte risico's' blijven zitten. En zo glijdt de gehele Nederlandse gezondheidszorg weg naar Engelse toestanden, waar de echtgenote van de stichter van de National Health nog niet zo lang geleden twee jaar op een heupoperatie moest wachten. Op hetzelfde moment werden en worden de welgestelden daar dagelijks in advertenties uitgenodigd zich zonder oponthoud onder behandeling van een paar ondernemende dokters te stellen.

De ontwikkelingen in Groot-Brittannie hebben getoond hoe een even trotse als fragile solidariteit om zeep geholpen wordt, een solidariteit die juist een sterk vergrijzende generatie op de been zou moeten houden.

De allerzwaksten zien zich voor normale zorg gedwongen de gang naar de rechter te gaan. (Foto Vincent Mentzel/ NRC Handelsblad)