Gebruik van Vut-regeling sinds 1983 verdrievoudigd

DEN HAAG, 22 febr. - Voor ruim 3,6 miljoen werknemers, bijna 60 procent van de beroepsbevolking, geldt een regeling voor vervroegde uittreding (vut). Eind 1989 hadden ruim 112.000 mensen van deze regeling gebruik gemaakt.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoeksrapport 'Vervroegde uittreding in cao's' van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Minister De Vries heeft het rapport, een vervolg op een onderzoek uit november 1984, gisteren aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het aantal mensen dat gebruik maakt van de vut-regeling is sinds 1983 bijna verdrievoudigd. De groei is grotendeels het gevolg van een verlaging van de vut-leeftijd van 61,5 naar 60 jaar.

Door het toegenomen gebruik zijn de kosten van de vut gestegen. De gemiddeld premie is gestegen van 1,0 procent van de loonsom eind 1982 tot 2,8 procent eind vorig jaar. Tussen de bedrijfstakken bestaan grote verschillen in de hoogte van de premie. De werknemerspremie is in dezelfde periode verhoogd van gemiddeld 0,2 tot gemiddeld 0,7 procent.

Voor het onder het onderzoek is gekeken naar de CAO's die gelden voor meer dan 5000 werknemers en de vut-regelingen in de collectieve sector.