EG intervenieert in VN over Indonesie

GENEVE, 22 feb. - Nederland ziet af van een interventie in de commissie mensenrechten van de Verenigde Naties over de executie vorige week van vier ex-lijfwachten van oud-president Sukarno in Indonesie. Dit omdat de Ierse ambassadeur Michael Lillis de kwestie gisteren al heeft aangeroerd namens de twaalf EG-lidstaten. Nederland is waarnemer bij het voornaamste VN-orgaan dat opkomt voor de rechten van de mens.

In voorgaande jaren zag de Nederlandse delegatie zich genoodzaakt naast de EG-interventie een afzonderlijke verklaring af te leggen met daarin de landen die Den Haag speciaal zorgen baren waar het mensenrechtenschendingen betreft. Deze speech

de commissie blijft dit jaar voor het eerst achterwege wegens een uitgebreidere EG-interventie.

In de EG-interventie worden 30 landen met name genoemd, 24 hiervan wegens voortdurende flagrante schendingen, waaronder Indonesie. De Twaalf 'betreuren' de recente executie in dat land van de vier ex-lijfwachten die 25 jaar geleden ter dood werden veroordeeld. Ook maakt de EG zich zorgen over 'onrustbarende meldingen van schendingen van de rechten van de mens in Oost-Timor', dat in november 1975 als de 27ste provincie van de Republiek Indonesie werd ingelijfd. De Twaalf constateren dat op het eiland ook het afgelopen jaar martelingen en mishandelingen zijn gemeld. De EG dringt er bij Jakarta op aan waarnemers van internationale mensenrechtenorganisaties toe te laten in Oost-Timor, zoals in augustus werd gevraagd in een speciale resolutie in de sub-commissie, een adviserend VN-orgaan over mensenrechten. De Indonesische gezant bij de VN, Wisber Loeis, verklaarde gisteren in antwoord op de speech van de EG, dat de vier terechtgestelde gevangenen waren veroordeeld voor hun betrokkenheid bij een coup-poging en 'zo humaan mogelijk' waren behandeld. Hun verzoek om gratie was afgewezen omdat zij, in tegenstelling tot vele mede-gevangenen, geen spijt hadden betuigd over hun poging de regering omver te werpen.