'Bonn moet tekort niet teveel verhogen'

DEN HAAG, 22 febr. - Nederland moet in het internationale overleg erop aandringen dat West-Duitsland zijn financieringstekort niet te veel verhoogt om de Oostduitse bestedingen te stimuleren. Een verhoging van het tekort met 0,5 procent zou verantwoord zijn. Dat adviseren de topambtenaren in de Centrale Economische Commissie (CEC) aan het kabinet. Minister Kok zei gisteren in de Tweede Kamer geen uitspraak te willen doen over de wijze waarop de Bondsrepubliek de Oostduitse bestedingen zou moeten stimuleren. 'Ik wil niet de ongevraagde adviseur van de Westduitse regering zijn bij de vraag of zijn dit probleem moeten oplossen via een tekort-financiering of via een verhoging van de lastendruk', aldus Kok.

West-Duitsland moet volgens de CEC, naast verhoging van het tekort, bezuinigingen op de bestaande uitgaven en belastingverhoging (BTW) niet uitsluiten. Het vertrouwelijk advies, dat is opgesteld onder leiding van de thesaurier van Financien, ing. C. Maas, wordt morgen in de Ministerraad besproken.

De CEC meent dat Nederland moet waarschuwen tegen een al te expansief beleid van West-Duitsland. Daarom zou de verhoging van het Westduitse financieringstekort tot 0,5 procent van het bruto nationale produkt beperkt moeten blijven. Alleen een juiste 'policy mix', waarin een beperkte tekortverhoging, voorkomt volgens de CEC dat de rente zeer sterk zal gaan stijgen. De topambtenaren menen dat het kabinet West-Duitsland moet aanspreken op de mede-verantwoordelijkheid voor een evenwichtige economische ontwikkeling.

De ambtenaren achtten het voorts van het grootste belang dat Nederland in de loop van het proces voortdurend optimaal geinformeerd wordt door de Duitsers.

Aan het CEC-advies liggen becijferingen van het Centraal Planbureau ten grondslag. Het CPB gaat ervan uit dat West-Duitsland een geldstroom naar Oost-Duitsland moet sturen ter grootte van 15 a 20 procent van het bruto nationale produkt van Oost-Duitsland. Dat komt overeen met circa 2 procent van het Westduitse bruto nationale produkt.

Het CPB veronderstelt dat dit bedrag gefinancierd wordt door het Westduitse financieringstekort te vergroten en door belastingverhoging. De Westduitse bestedingsimpuls leidt tot extra economische groei. Er zal meer inflatie komen in West-Duitsland, die de Bundesbank zal dwingen de rente te verhogen. Nederland volgt in het scenario van het CPB de Westduitse rentestijging. Dat zal een negatieve invloed hebben op de binnenlandse bestedingen, vooral de woningbouw. De investeringen in woningbouw dalen in 1990 met 1 procent en in 1991 met 5 procent. Anderzijds profiteert de nederlandse uitvoer sterk van de extra Duitse bestedingen (de export stijgt met 1 procent in 1990 en ruim 2 procent in 1991), waardoor de produktie, de bezettingsgraad en de arbeidsproduktiviteit toenemen. Met enige vertraging zal ook de werkgelegenheid stijgen (5000 extra arbeidsplaatsen in 1991). Tegelijk echter zal de inflatie aanwakkeren door zowel de hogere invoer als de hogere rente en de hoge bezettingsgraad van de bedrijven.

    • José Toirkens