ZWEEDS MODEL AAN REVISIE TOE

Jaren was het Zweedse model voor veel landen een lichtend voorbeeld. Harmonie tussen werkgevers en werknemers, hoge welvaart, weinig werklozen en een bloeiende industrie. Terwijl Oost-Europa hoopte dat Zweden als alternatief kon dienen voor het falend communisme, is het Zweedse model ingestort. De Derde Weg blijkt dood te lopen, inflatiebestrijding gaat niet langer samen met lage werkloosheid en de sociaal-democratische regering heeft het bijltje erbij neergegooid.

D e badplaats Saltsjobaden, even ten zuiden van Stockholm, houdt een winterslaap. Zeemeeuwen glibberen over het vliesdunne ijs in de haven voor het Grand Hotel, waar verlaten aanlegstijgers wachten op zomerse gasten. Het gepuf van een motorsloep onderstreept de weldadige rust die deze bekoorlijke rand van de Zweedse archipel beheerst. Tegen dit decor van dennen, rotsen en water werd in 1938 de basis gelegd voor het Zweedse model. Tijdens een historische topontmoeting tussen de leiders van de Zweedse Werkgevers Confederatie (SAF) en de vakcentrale voor fabrieksarbeiders LO in het Grand Hotel werd de 'geest van Saltsjobaden' geboren, de overtuiging dat consensus tussen werkgevers en werknemers mogelijk is en tot goede resultaten voor beide partijen kan leiden. 'Het akkoord van Saltsjobaden heeft aangetoond dat consensus zinvol kan zijn', vertelt de nu 76-jarige Rudolf Meidner die namens de bonden bij de ontmoeting aanwezig was en in de decennia daarna een van de toonaangevende economen in Zweden werd. In Saltsjobaden werd de toon gezet voor onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers, die later de hoeksteen van het Zweedse model zouden vormen.

Het 'model' werd in de afgelopen decennia synoniem voor de Zweedse welvaartsstaat, gekenmerkt door goede sociale voorzieningen en actieve werkloosheidsbestrijding. Lage werkloosheid, een omvangrijke collectieve sector en winstgevende multinationals leken er perfect samen te gaan.

Crises

Ruim vijftig jaar na Saltsjobaden kampt Zweden met een van de grootste naoorlogse politieke crises en wordt in brede kring aan het model getwijfeld. Snel stijgende inflatie, aangewakkerd door het onvermogen de loonontwikkeling in de hand te houden, waren voor de sociaal-democratische regering aanleiding een pakket strenge deflatoire maatregelen af te kondigen. Omdat het harmoniemodel faalt, moesten een loon- en prijsstop de economie afkoelen.

De sociaal-democraten moesten de geplande noodgreep vorige week bekopen met een nederlaag in het parlement. Het kabinet van premier Carlsson diende onmiddellijk zijn ontslag in. Het Zweedse model lijkt aan een revisie toe, juist op het moment dat het model zich in hernieuwde buitenlandse belangstelling mag verheugen. Voor de landen in Oost-Europa, op zoek naar een waardig opvolger voor het communisme, leek Zweden een aanlokkelijk alternatief. De vrije krachten van de markt garanderen er meer efficiency dan de staat in de centraal geleide planeconomie, terwijl sociale voorzieningen en de herverdeling van welvaart middels hoge belastingen de fouten van het kapitalisme corrigeren.

Beatrix

De actuele ontwikkelingen in Zweden zijn overigens niet alleen van belang voor de jonge regimes in het Oosten maar ook voor Nederland, dat in de afgelopen tweeeneenhalf jaar veertig overheidsdelegaties naar Stockholm stuurde om het Zweedse model te bestuderen. Ook koningin Beatrix raakte tijdens haar staatsbezoek in 1987 onder de indruk van de Zweedse prestaties. De politieke crisis van nu brengt de problemen van Zweden voor het internationale voetlicht. In werkelijkheid verkeert het model al langer in moeilijkheden. 'We begonnen het model in 1970 te exporteren, juist op het moment dat de hoogtijdagen ervan voorbij waren', zegt Bo Carlsson, als econoom werkzaam bij de werkgeversorganisatie SAF.

Lonen

In de eerste naoorlogse jaren leidt de geest van Saltsjobaden aanvankelijk tot overeenkomsten op diverse terreinen, waaronder veiligheid op de werkplek, de positie van vrouwen en scholing. Pas later zal over lonen worden gesproken. In 1956 begint de zegetocht van het harmoniemodel met het eerste centrale loonakkoord tussen SAF en LO, een mijlpaal die in Nederland nog tot 1973 op zich zou laten wachten. In de jaren zestig ontwikkelt de vakcentrale LO een maatschappijvisie waarin een sterke sturing van de arbeidsmarkt, solidariteit tussen hoog- en laaggeschoold personeel en overheidsoptreden tegen excessieve winsten vooropstaan. Ook die maatschappijvisie waarin een grote rol voor de overheid is weggelegd, wordt in eerste instantie moeiteloos opgenomen in het harmoniemodel.

De werkgevers profiteren begin jaren zestig van de vreedzame coexistentie omdat de bonden zich niet radicaal verzetten tegen automatisering. Werkonderbrekingen en stakingen worden goeddeels voorkomen. Het zijn de welvarende jaren zestig waarin solidariteit tussen hoge en lage inkomens bereikt kan worden door de salarissen van de hogere inkomensgroepen minder snel te laten stijgen dan de lonen van de fabrieksarbeiders.

Maar aan het einde van de jaren zestig moet de dwingende hand van de staat het harmoniemodel te hulp snellen. De leden van de vakcentrale LO vinden dat het harmoniemodel niet langer tot voldoende resultaten leidt. Na een wilde staking in de metaal laat de LO-leiding het voluntarisme varen en eist dat de staat een actievere rol gaat spelen bij de organisatie van arbeidsverhoudingen. Wetgeving over zaken als medezeggenschap wekken grote irritatie bij de werkgevers.

Toorn

In 1975 halen Meidner en zijn collega's zich definitief de toorn van de werkgeversorganisatie SAF op de hals met een plan om een deel van de bedrijfswinsten om te zetten in aandelen om die vervolgens te storten in speciale, door de bonden beheerste, fondsen. De vreedzame coexistentie is daarmee van de baan. Formeel duurt het nog tot 1983 voordat het systeem van centrale loononderhandelingen volledig in elkaar zakt.

De harmonie loopt eind jaren zeventig ook vast op veranderingen in de Zweedse economie. Met de groei van de collectieve sector, nu 63,5 procent van het bruto nationaal produkt, en het hogere opleidingsniveau verschijnen machtige nieuwe bonden voor middenkader en academici ten tonele. De traditionele twee-eenheid LO-SAF wordt daarmee doorbroken. 'Een deel van de moeilijkheden is ontstaan doordat de overgang van een industriele samenleving naar een diensteneconomie via de collectieve sector is verlopen', zegt Meidner. 'De sociaal-democratische regering, in haar capaciteit als grootste werkgever, heeft zich op een bepaald moment tegen de basisfilosofie van solidariteit gekeerd door de lonen in de collectieve sector te verhogen. Dat is nogal deprimerend.' De snelle groei van de collectieve sector zorgde voor een nijpend tekort op de arbeidsmarkt. Ook werden werklozen ondergebracht in (om)scholingsprojecten, wat het officiele werkloosheidscijfer kunstmatig drukt. 'Omdat werkgelegenheid heilig werd verklaard zijn er banen gecreeerd met een lage produktiviteit en zijn bovendien mensen in het arbeidsproces opgenomen die, bij voorbeeld om gezondheidsredenen, steeds weer wegvallen.'

Verzuim

Zweden is ten prooi is gevallen aan zijn eigen welvaart, zegt Carlsson. Een gemiddelde werknemer is slechts 1.470 uur per jaar op zijn werkplek, volgens Carlsson het laagste in Europa. Van de arbeidstijd in een jaar is de gemiddelde Zweed twintig procent van de tijd afwezig. Ook het ziekteverzuim lijkt extreem. In Zweedse Volvo-vestigingen was de afwezigheid wegens ziekte vorig jaar veertien procent, vergeleken met zeven procent in de rest van Europa. 'In de jaren zestig kon het model functioneren omdat de export en de produktiviteit groeiden', zegt Carlsson. 'Het model droeg zelfs bij aan de concurrentiekracht van de Zweedse industrie omdat de lage inkomensgroepen weliswaar snel in inkomen vooruit gingen maar de groei in de hoge inkomens werd getemperd.'

Maar in de huidige situatie, gekenmerkt door lage produktiviteit en stagnerende export, zijn die voordelen weggevallen.

Op de krappe arbeidsmarkt (officiele werkloosheid 1,4 procent) is loonmatiging onmogelijk. Vorig jaar stegen de lonen in de industrie met negen procent, terwijl de arbeidsproduktiviteit met maar een procent toenam. Daardoor komt de internationale concurrentiepositie van het land in gevaar en dient het schrikbeeld van stagflatie - inflatie bij een stagnerende groei - zich aan. 'Er is nog geen economische crisis in Zweden', zegt Carlsson 'maar erg ver weg kan die niet meer zijn'.

Als er niets gebeurt bevindt Zweden zich nog voor het einde van dit jaar in grote problemen, waarschuwt hij. Het tekort op de betalingsbalans zal stijgen van dertig miljard kronen in 1989 naar 55 miljard volgend jaar. Het handelsoverschot zal dalen van twintig miljard naar vijftien miljard. De economische groei zal dit jaar naar verwachting slechts een procent bedragen, terwijl de investeringsgroei zal afnemen van zeven procent in 1989 tot half procent volgend jaar. Deze vooruitzichten, gecombineerd met een snel stijgende inflatie - de demissionaire minister van financien Kjell-Olof Feldt waarschuwde vorige week voor 20 tot 25 procent - dwingt Zweden tot snel handelen.

Devaluatie

Een optie is een nieuwe devaluatie van de Zweedse kroon, opperde de demissionaire minister van arbeid Mona Sahlin vorige week. Al bij eerdere moeilijkheden in de economie grepen de Zweden naar devaluaties van de kroon om de internationale concurrentiepositie van het bedrijfsleven veilig te stellen. Begin jaren tachtig werd de kroon met 16 procent gedevalueerd. Een devaluatie zou echter de internationale reputatie van Zweden schaden. 'Een devaluatie is het duidelijkste teken van ons onvermogen', zegt Meidner. 'Het klinkt akelig', zegt Meidner 'maar er is geen andere oplossing dan een streng fiscaal beleid. De belastingen moeten omhoog en de uitgaven omlaag, hoe dan ook'.

Hij zoekt het vooral in de winsten van de bedrijven, die gemakkelijk afgeroomd zouden kunnen worden en anders toch maar naar het buitenland vloeien. De vennootschapsbelasting bedraagt nu 52 procent, maar zal in de loop van dit jaar dalen tot 40 procent. Carlsson van de SAF zoekt het vooral in de bestedingen. 'De publieke sector kan met gemak worden ingekrompen zonder dat er ook maar iemand in Zweden echt pijn leidt', zegt hij. Daarnaast is hij een fel voorstander van privatisering van, bij voorbeeld, de Zweedse ziekenhuizen. Die maatregelen houden echter in dat de werkloosheid in Zweden zal toenemen. En dat is precies wat de sociaal-democraten wilden verhinderen: inflatiebestrijding betalen met werkloosheid.

    • Michel Kerres