Tweede Kamer deelt onvrede over Duitse eenwording

DEN HAAG, 21 feb. - Bij een grote meerderheid van de Tweede Kamer heerst een sterk gevoel van onbehagen over wijze waarop Nederland dreigt te worden uitgeschakeld in het onderhandelingsproces over de Duitse eenwording. Alle grote fracties steunen de opvatting van minister van buitenlandse zaken Van den Broek dat de huidige in internationaal verband gemaakte afspraken 'onvoldoende' zijn.

Het CDA-Kamerlid Gualtherie van Weezel vindt het teleurstellend, dat de Westduitse regering niet uit zichzelf heeft voorgesteld de buurlanden bij het proces te betrekken. Buitenlandspecialisten van de andere partijen denken daar net zo over. 'Ik had het normaal gevonden als Bonn daarover contact met ons had opgenomen en zich niet had beperkt tot het voorstellen van gesprekken tussen de beide Duitse staten en de vier mogendheden', zegt fractievoorzitter Van Mierlo van D66. Hij vreest dat deze ongevoelige houding van Bonn tegenover buurlanden en bondgenoten als Nederland, Belgie, Luxemburg en Denemarken een structurele onvrede oproept, die niet gunstig is voor de inpassing van de Duitse eenwording in het Europese eenwordingsproces. 'Niemand wil deze animositeit, maar het lijkt erop alsof de krachten voortdurend toch in die richting gaan. Het uitschakelen van de buurlanden door Bonn draagt daar toe bij.'

Formule

De Westduitse minister Genscher heeft vorige week in de wandelgangen van het overleg tussen de NAVO- en Warschaupactlanden in Ottawa een 'Twee plus Vier' formule weten te bewerkstelligen. Die houdt in dat de beide Duitse staten na de verkiezingen in de DDR op 18 maart eerst met elkaar tot overeenstemming komen over de wijze van hereniging. Hun plan wordt vervolgens besproken in een overleg tussen vertegenwoordigers van de beide staten met die van de vier voormalige bezetters Amerika, Sovjet-Unie, Engeland en Frankrijk.

Aan het einde van dit jaar moet het eindresultaat wordt voorgelegd aan een topberaad van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). Dit orgaan, waarin alle Europese staten en Amerika en Canada in zitting hebben, kan niets meer aan het besluit veranderen. Minister van den Broek spreekt in een notitie aan de Tweede Kamer, die morgen in een plenair debat aan de orde komt, dan ook van 'het in ontvangst nemen' van de resultaten.

De zes betrokken landen bij de Twee plus Vier formule hebben in Ottawa hun afspraak gemaakt zonder met de anderen te overleggen. Er kwam in een stuk daarover zelfs te staan dat deze zes landen de vestiging van de Duitse eenheid zouden bespreken, 'met inbegrip van de veiligheidsaspecten van de buurlanden'.

Van den Broek heeft daar direct verzet tegen aangetekend. 'Ik zal proberen donderdag een uitspraak van de Kamer te krijgen, waarin Van den Broek wordt verzocht met volledige inzet een regeling te bewerkstelligen die voorkomt dat Nederland slechts achteraf wordt geiformeerd', zegt het VVD-Kamerlid Weisglas. 'Wij willen meepraten en in zekere zin ook meebeslissen. Daar hebben wij recht op, gezien de voorgeschiedenis.'

In de eerste plaats moeten we meepraten over de toekomstige vorm waarin het herenigde Duitsland deel uitmaakt van de NAVO. 'Dat is niet zo maar een kwestie die de Duitsers en de vier mogendheden alleen aangaat. Dat heeft directe gevolgen voor de veiligheidspositie van Nederland.' Het tweede punt dat Weisglas aangeeft, betreft de samenwerking binnen de Europese Gemeenschap, in het bijzonder de Europese Monetaire Unie die door de voorgenomen Duits-Duitse Monetaire Unie sterk wordt beinvloed. 'Dat deel van het overleg gaat over de toekomstige structuur van Europa. Daar willen wij bij zitten.'

De VVD-fractie vindt dat minister van financien Kok op dit punt juist heeft gereageerd. In een brief aan de Kamer heeft de minister onder meer aangegeven dat er adequate garanties nodig zijn voor een monetair beleid dat 'niet leidt tot verstoring van rente- en wisselkoersverhoudingen'.

Oldenzaal

Het PvdA-Kamerlid Van Traa vindt het nogal voor de hand liggen, dat Nederland op veel directere wijze bij het onderhandelingsproces over de toekomstige positie van Duitsland wordt betrokken. 'Onder bepaalde omstandigheden, die wij hopen te kunnen vermijden, kan een geheel andere veiligheidssituatie aan de grens bij Oldenzaal ontstaan. Daaruit volgt direct dat wij een recht hebben bij het denkproces daarover te worden ingeschakeld.' De PvdA-fractie is het derhalve eens met de door minister Van den Broek gevolgde lijn van verzet tegen de afgesproken regeling.

Voordat Nederland wordt geconfronteerd met definitieve afspraken moet er volgens Van Traa duidelijkheid over een groot aantal punten bestaan. Wat gebeurt er na toetredeing van het DDR-deel tot de EG met de Europese landbouwpolitiek? Als de DDR er geheel bij komt, wie betaalt dan de enorme extra last die daardoor ontstaat? Dezelfde vragen gelden ten aanzien van het ontwikkelingsfonds, de sociale afspraken binnen de EG en de consequenties voor het beleid op het terrein van concurrentie en mededinging. Als de Bondsrepubliek erg veel subsidies voor de ontwikkeling van de DDR-industrie beschikbaar stelt, kunnen volgens de PvdA-fractie scheve concurrentieverhoudingen ontstaan. 'Voordat in het Twee plus Vier overleg besluiten worden genomen, moeten deze in NAVO-kring zijn goedgekeurd', aldus Van Traa. 'Al voordat het overleg begint, moet in feite aan NAVO-zijde duidelijk zijn welke onderhandelingspositie wordt ingenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van gedachten over een Duitse neutraliteit en over de plaats van de 195.000 man Sovjet-troepen die er nog in Midden-Europa mogen overblijven. Waar moeten die eigenlijk worden gelegerd als ze niet meer in Tsjechoslowakije en Hongarije kunnen blijven?' De vier grotere fracties zijn tegenstander van een neutraal herenigd Duitsland: het land moet ingebed zijn in de NAVO-structuur. Ook in dat opzicht steunen zij het standpunt van minister Van den Broek. 'Ik zou me er echter heel goed mee kunnen verzoenen dat op het voormalige grondgebied van de DDR Sovjet-troepen gelegerd blijven. Die concessie zullen we waarschijnlijk moeten doen om het NAVO-lidmaatschap voor Moskou aanvaardbaar te maken', zegt Van Mierlo. Maar dat acht hij een zaak die net zo goed Duitsland als Nederland aangaat. 'Het Duitse vraagstuk is een Europees vraagstuk.'