Selectie bondscoach Vicini afgelopen twee jaar als collectiefsterker geworden; Italie is in de ban van 'Baggiomania'

ROTTERDAM, 21 febr. - Toen Azeglio Vicini in augustus 1986 Enzo Bearzot als bondscoach van het Italiaanse nationale team opvolgde, nam hij zich voor de Italianen aanvallend te laten voetballen. De toen 52-jarige 'commissario tecnico', die sinds 1969 de Italiaanse jeugdselecties onder zijn hoede had, was ervan overtuigd dat Italianen wel degelijk offensief kunnen spelen en stoelde zijn opvattingen op de aanwezigheid van jeugdige talenten als Vialli, Giannini, Donadoni en Mancini met wie hij in 1982 achter Spanje tweede werd in het wereldkampioenschap voor spelers onder 21 jaar.

Het mocht dan ook voor niemand een verrassing zijn dat de Squadra Azzurra op het Europees kampioenschap van 1988 in de Bondsrepubliek onder impuls van Vicini zeer sprankelend voetbal etaleerde. Met name Gianluca Vialli leek in de eerste wedstrijden uit te groeien tot de held van het EK. Met zijn clubgenoot van Sampdoria, Roberto Mancini, vormde hij een uiterst gevaarlijk spitsenduo, dat vooral gevoed werd door de elegante middenvelder Giuseppe Giannini van AS Roma. Pas tegen de tactisch sterke Russen moesten de Italianen zich gewonnen geven. Van het frisse spel was plotseling geen sprake meer.

Basis

De basis van het team van twee jaar geleden is nog steeds dezelfde. In collectieve kracht is de selectie van Vicini, die twee WK's naast bondscoach Valcareggi en drie naast Bearzot meemaakte, sterker geworden met de 'oude' (29) libero Franco Baresi van AC Milan in de beste jaren van zijn leven. Met de volgroeide doelman Walter Zenga van Inter en zijn clubgenoten, de meedogenloze mandekkers Riccardo Ferri en Giuseppe Bergomi en zijn jonge clubgenoot Paolo Maldini vormt hij een solide verdediging. De afwezigheid van Baresi (vervangen door de al afgeschreven 31-jarige Vierchowod van Sampdoria) en Ferri (vervangen door Ferrara van Napoli), gevoegd bij het ontbreken van Donadoni en Vialli, geldt vanavond dan ook als een grote verzwakking.

Op het middenveld stagneert de ontwikkeling van de begenadigde Giannini, maar Vicini heeft zijn troetelkind het volste vertrouwen gegeven, waardoor de Romein in het nationale elftal beter speelt dan bij zijn club. In het blauwe shirt krijgt hij dan ook veel steun van de Napolitaanse zwoeger De Napoli, misschien vanavond ook van de al dertigjarige Ancelotti van Milan, die na bijna twee jaar door Vicini is teruggehaald in de selectie, en de getalenteerde Marocchi van Juventus, die de plaats van Milans Donadoni inneemt. Het grote probleem schuilt in de aanval. Scoren doen de Italianen de laatste wedstrijden weer te weinig. Een groot deel van de productieve aanvallers in de Serie A zijn buitenlanders: Van Basten, Klinsmann, Maradona, Dezotti, Careca, Voller, Rui Barros. De beste Italiaan, Vialli, wordt bovendien al maanden geplaagd door een voetblessure en hoopt over twee weken zijn rentree in de competitie te maken. Zonder Vialli is zijn clubgenoot Mancini op internationaal niveau niets waard, dus mag deze vanavond de wedstrijd tegen Nederland op de televisie volgen. Het spitsenduo wordt nu gevormd door de trage maar kopsterke Carnevale van Napoli en Baggio, het wonderkind van Fiorentina. Roberto Baggio zal zich niet op zijn plaats voelen. De net 23-jarige 'fantasista' (artiest) speelt liever achter de twee spitsen, vanwaar hij zijn gevreesde dribbels en schoten kan inzetten. Zoals hij in het begin van dit seizoen Napoli in het eigen San Paolo-stadion voor aap zette, of zoals bij zijn debuut tegen Bulgarije in het najaar van 1989 toen hij twee doelpunten maakte, de eerste uit een strafschop, de tweede na een solo.

Luxeprobleem

Baggio zorgt voor een luxeprobleem. De bondscoach heeft voor Baggio's geliefkoosde posities al een toezegging gedaan aan Giannini en Donadoni. Vicini selecteerde de kleine speler, die op zijn vijftiende een meniscusoperatie onderging en op zijn achttiende nog eens een ingreep aan zijn kruisbanden, onder druk van de pers. De bondscoach zal straks op het WK met goede argumenten moeten komen om de man die van dezelfde club komt als Paolo Rossi, Lanerossi Vicenza, te passeren. Voetbalminnend Italie is in de ban van 'Baggiomania'. Juventus wil hem kopen van de grafelijke familie Pontello, de eigenaars van Fiorentina, maar de supporters wensen Baggio te behouden en illustreerden dat met een massale demonstratie voor de zetel van de Florentijnse club. Baggio zwijgt.

Onbegrijpelijk is de visie van Vicini ten aanzien van Toto Schillaci, de 25-jarige Juventus-schutter die de derde plaats op de topscorerslijst achter Van Basten en Baggio inneemt met twaalf doelpunten. Schillaci scoorde de strafschoppen niet meegerekend zelfs even vaak als Van Basten, beiden elf. De Nederlander had vijf strafschoppen nodig. Vicini is nog niet bezweken onder de druk van de pers. Hij acht de spits uit Palermo, die al wordt vergeleken met de legendarische Siciliaan Pietro Anastasi, nog niet rijp voor het grote werk, zelfs niet voor een oefenpartijtje tegen Nederland.

Vicini voelt zich sterk. Zelfs onder de bemoeizucht van AC Milan-president Berlusconi bezwijkt hij niet. De media-tycoon wil dat het nationale elftal bestaat uit ten minste acht spelers van Milan. Slechts Zenga, Vialli en Baggio zouden een plaats kunnen krijgen in zijn 'nazionale ideale'.

In 1947 bestond het Italiaanse elftal zelfs uit tien spelers van het legendarische AS Torino, in 1966 maakten negen Inter-spelers deel uit van het team en in 1978 op het WK in Argentinie tijdens de halve finale tegen Nederland negen van Juventus.

Vicini reageerde woedend op de suggestie van Berlusconi en verwees hem naar de voorzitter van de Italiaanse bond Matarrese. 'Haal Van Basten weg bij AC Milan en het elftal is niet meer dan een gewone topclub', was een van argumenten waarmee hij Berlusconi van repliek diende. 'De competitie zal uitwijzen wie de beste spelers zijn voor mij en niet de macht van Berlusconi.'