PvdA en CDA verdeeld over verkeersplannen

DEN HAAG, 21 febr. - Twee maanden voordat het kabinet Lubbers/Kok met zijn verkeersplannen voor de komende jaren naar buiten zal komen, blijken de fracties van PvdA en CDA in de Tweede Kamer op belangrijke punten daarover drastisch van mening te verschillen.

Dat kwam gisteravond bij de behandeling van de begroting van het ministerie van verkeer en waterstaat tot uiting.

Het CDA gaat ervan uit dat het kabinet in april zal besluiten tot de bouw van nieuwe tunnels in de Randstad. De PvdA meent dat alle mogelijkheden nog open zijn, inclusief een besluit om geen tunnels te bouwen.

Het CDA vindt niet alleen dat de tunnels er moeten komen, maar dat alle bestaande wegenplannen onverkort moeten worden uitgevoerd, evenals de uitbreiding van Schiphol. Gemeenten die aan de wegenplannen weigeren mee te werken, zoals Voorschoten (Rijksweg 11) en Voorburg (Verlengde Landscheidingsweg) moeten daartoe desnoods worden gedwongen, vindt de CDA-fractie. De PvdA bepleit een 'nieuw beleid' met absolute voorrang voor openbaar vervoer en langzaam verkeer en verlangt intussen een 'zodanige terughoudendheid dat het 'nieuwe' beleid niet bij voorbaat wordt gefrustreerd'. Het CDA gaat node akkoord met een voorstel van minister Maij-Weggen om dit jaar 20 miljoen gulden die eigenlijk voor rijkswegenbouw waren bestemd te gebruiken voor het veiliger maken van fietspaden. Kamerlid Hennekam sprak van 'oneigenlijk gebruik' van dat geld en wil van Maij-Weggen de verzekering dat het bij deze ene keer blijft. De PvdA juicht het voorstel van de minister juist toe.

Als het kabinet in 1992 met de instelling van een infrastructuurfonds komt, waarin al het geld voor wegenbouw en voor infrastructuur voor openbaar vervoer en waterwegen wordt gestort, mag er van het CDA in principe geen cent van wegenbouw naar openbaar vervoer worden geschoven. De PvdA ziet in de instelling van het fonds juist een mogelijkheid om de prioriteit naar het openbaar vervoer te verleggen.

Beide regeringsfracties gaan akkoord met de tariefsverhoging van 2 procent dit jaar in het openbaar vervoer. Maar de PvdA vindt de stijging eigenlijk te hoog en staat op het standpunt dat de tarieven volgend jaar desnoods omlaag moeten, als de ontwikkeling van de autokosten daartoe aanleiding geeft. Het CDA acht de stijging van 2 procent feitelijk te laag en verlangt dat de tarieven de komende jaren in de pas zullen lopen met de kosten die de bedrijven in het openbaar vervoer maken. Die zijn dit jaar met 3,5 a 4,5 procent gestegen. Hennekam acht het niet uitgesloten dat de afspraak in het regeerakkoord om de tarieven voor het openbaar vervoer in vergelijking met de kosten van het autorijden voordeliger te maken, niet kan worden nagekomen. Bijvoorbeeld als gevolg van ontwikkelingen op de oliemarkt en daardoor dalende brandstofprijzen. De PvdA houdt absoluut aan die afspraak vast. 'Die hebben we toch bij ons volle verstand gemaakt?', vroeg Kamerlid Castricum gisteren aan Hennekam.

Wat beide regeringsfracties bindt is gezamenlijke twijfel over het rekening-rijden, zonder dat zij dit plan overigens al afwijzen, zoals de VVD wel doet. Als het gaat om de bouw van tunnels en andere wegen wordt het CDA volop gesteund door de VVD, die ook niets wil weten van het schuiven van geld voor wegen naar fietsvoorzieningen. D66 is alleen bereid te praten over de bouw van een tweede Beneluxtunnel, maar wil geen Blankenburgtunnel en wil voorlopig in Noord-Holland ook geen tweede Coentunnel en Wijkertunnel. Groen Links is tegen alle wegen- en tunnelplannen. Ook het GPV ziet weinig in de tunnels, terwijl SGP en RPF menen dat daarover nog maar eens goed moet worden nagedacht.