'Het is nu nog slechter dan onder de Roden'

DWORNIA, 21 febr. - Voorspoed hebben de boeren van het Poolse Dwornia sinds mensenheugenis nog niet gekend. In dit dorpje in Oost-Polen wonen de meeste boeren in armoedige, houten huisjes. Ze vertellen hoe de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog de mannen wegvoerden, hoe ze hier op zo'n 80 kilometer van de grens met de Sovjet-Unie in de stalinistische jaren vijftig als koelakken werden geminacht en hoe de huidige economische crisis hun bestaan bedreigt.

De 53-jarige Jan Kajda is een van de meest succesvolle boeren van het dorp. Hij heeft elf hectare land, verbouwt graan en aardappelen en wat groente voor zijn gezin. Van zijn twintig koeien heeft hij er in januari in grote haast tien verkocht om snel het krediet bij de bank af te lossen. De geplande bouw van een nieuwe stal heeft hij geschrapt. De rente van het krediet kon hij niet meer opbrengen nadat deze in het kader van het economische hervormingsprogramma van de regering verhoogd was tot het niveau van de inflatie: van 6 procent naar 40 procent per maand. Het was niet de enige tegenslag. Alle prijzen stegen met een duizelingwekkende snelheid. Zo werd kunstmest 3.000 procent duurder. Tegelijkertijd daalde de koopkracht van het Poolse publiek zo snel, dat de mensen ingrijpend gingen bezuinigen. De consumptie van vlees liep in enkele weken tijd met 30 procent terug. Economen in Warschau constateren tevreden dat de markt zichzelf corrigeert en dat de prijsstijgingen van vlees al snel gestopt zijn. Er zijn zelfs al prijsdalingen gesignaleerd. De kleine boeren in Dwornia stellen wanhopig vast dat zij te ver van Warschau wonen om thuis geslachte varkens en koeien daar op straat direct aan het publiek te verkopen en dat de opbrengst bij verkoop aan de cooperatie op het ogenblik onvoldoende is. Jan Kajda wil het nog een half jaar aanzien. Verbetert de toestand dan niet, dan sluit hij de zaak. Dan houdt hij nog twee koeien en verbouwt alleen maar om te kunnen overleven.

Zijn zoon en schoondochter, die nu nog op zijn boerderij werken, moeten dan maar andere inkomsten zoeken. De 24-jarige Sylwester Wojcik, die op de boerderij van twaalf hectare van zijn vader werkt, klaagt ook al dat niemand de slachtvarkens wil kopen die nu langzamerhand te groot worden. Het paard van de boerderij is verkocht. Over vervanging van de twaalf jaar oude tractor wordt niet meer gedacht sinds de prijzen meer dan verdubbeld zijn. De boeren in Dwornia reageren met wanhopige gebaren op de vraag of zij de huidige regering met Solidariteit steunen. 'Ik hoop maar dat waar zal blijken te zijn dat alles snel beter wordt', zegt Jan Kajda. Maar Marian Pieniak, een 58-jarige collega, gromt: 'De Roden waren slecht, nu is het nog slechter.'

Hij leende eind vorig jaar 3 miljoen zloty. Hij kocht daarmee onder andere een nieuwe tractor en een aanhangwagen. Dat kostte hem toen in december 900.000 zloty. Nu is de prijs van dezelfde tractor en wagen 16 miljoen zloty. Toen Marian van de rentestijgingen hoorde, verkocht hij snel alles wat hij maar kon verkopen. Zijn varkens, zijn koeien, alles. Hij betaalde de lening snel af, want zo'n rente van 40 procent per maand zou hij nooit kunnen opbrengen. Van zijn nieuwe tractor en wagen heeft hij geen afstand willen doen. Ryszard Pieniak, de voorzitter van de cooperatie in de streek, is een welvarend man. Hij heeft een maandsalaris van 800.000 zloty (160 gulden, ver boven modaal in Polen) en heeft bovendien een stukje land. Hij blijft met zijn voorraad kunstmest zitten. De boeren hebben geen geld om die te kopen. De hoge rente is ook voor de cooperatie, met 200 personeelsleden, een nijpend probleem. Vorig jaar werd nog een winst geboekt van 160 miljoen zloty. Dit jaar lijdt de cooperatie alleen in januari al een verlies van 300 miljoen zloty. Pieniak voorspelt dat als de situatie niet snel verbetert, de kleinschalige, grotendeels particuliere, zeer primitieve Poolse landbouw een golf van faillissementen te wachten staat. Voorzitter Gabriel Janowski van de landelijke vakbond van boeren, Boeren-Solidariteit, heeft dan ook niet anders dan kritiek op de regering. Maar tegen de regering met Solidariteit-ministers op sleutelposten actie voeren, wil hij ook niet. Hij hoopt erop dat, zodra iedereen duidelijk is dat het huidige economische beleid alleen rampspoed brengt, er meer dan nu naar de boeren zal worden geluisterd. 'Zolang de middenklasse geen politieke invloed heeft, zal er geen economische rust komen in Polen. De regering moet met een nieuw Polen beginnen, niet met het einde van Polen.'

Volgens Janowski is de regeringspolitiek met stopzetting van subsidies om de begroting in evenwicht te krijgen, veel te abrupt tot stand gekomen. Hij noemt het onzin om te beweren dat kleine boeren wel kunnen verdwijnen omdat de landbouw moet moderniseren en grootschaliger moet worden. Kleine boeren zijn volgens hem flexibeler dan grote en passen zich gemakkelijker aan veranderende marktsituaties aan. Bovendien, voor grote boeren - in Polen is tot nu toe een maximum-omvang van 40 hectare per boerderij toegestaan - zijn de prijs- en rentestijgingen even rampzalig. Janowski zegt dat inflatiebestrijding goed is, maar dat dat niet mag leiden tot afname van de landbouwproduktie. De regering zou er rekening mee moeten houden dat de levensstandaard op het platteland al lang lager is dan die in de steden. 'Soepjes van Kuron (zoals in Polen voedsel uit gaarkeukens wordt genoemd) zijn geen alternatief voor de natie.'

Voorlopig heeft de boerenleider met zijn protesten dat de economische politiek vernietigend is voor de landbouw, bij de regering niet veel gehoor. Het gaat ook niet iedere Poolse boer slecht. Janowski zelf heeft een tuinbouwbedrijf van twaalf hectare. Hij verkoopt zijn produkten rechtstreeks op de markt in Warschau of via de cooperatie aan de staatswinkels. 'Ik had god zij dank geen kredieten opgenomen. Ik behoef geen rente te betalen. Ik heb een van de beste bedrijven die denkbaar zijn. Daar kan ik uitstekend de economische crisis mee overleven.' Dit is het vijfde artikel in een serie over de Poolse schoktherapie. Eerdere artikelen verschenen op 13, 15, 16 en 20 februari.

    • Ben van der Velden