Geen strafvervolging voor directeuren Van der Hoop

AMSTERDAM, 21 febr. - Het bestuur van de Vereniging voor de Effectenhandel heeft na overleg met de officier van justitie besloten geen aangifte te doen wegens misbruik van voorwetenschap door twee ex-directeuren van het effectenkantoor Van der Hoop.

Het misbruik heeft namelijk volgens het onderzoek van de beurs al plaatsgevonden voor 16 februari 1989, de datum waarop de nieuwe wet die misbruik van voorkennis strafbaar stelt, van kracht geworden is. Het beursbestuur is wel een tuchtrechtelijke procedure begonnen tegen beide verdachten alsmede tegen het beurslid dat de omstreden transacties als commissionair heeft uitgevoerd.

De beide toenmalige directeuren hebben begin vorig jaar voor fl.1,6 miljoen baissetransacties in aandelen Van der Hoop verricht. Bij dergelijke 'short'verkopen worden aandelen verkocht die de verkoper niet bezit. De verkoper speculeert erop dat hij de aandelen goedkoper kan terugkopen voordat de datum waarop de aandelen geleverd moeten worden is aangebroken. In het onderhavige geval gokten de Van der Hoop-directeuren erop dat de koers van hun aandelen omlaag zou gaan na publicatie van de jaarcijfers eind februari 1989. De modelcode van de beurs houdt onder andere in dat directieleden van beursfondsen niet in de eigen aandelen mogen handelen in de twee maanden voor en in een korte periode na het bekend worden van koersgevoelige informatie zoals publicatie van de jaarcijfers.

De Van der Hoop-affaire heeft op de beurs voor grote commotie gezorgd omdat de modelcode overtreden is door drie van de eigen beursleden. De transacties zijn met opzet niet via Van der Hoop geleid maar via een andere commissionair opdat de derde directeur van Van der Hoop en de commissarissen van deze firma er geen lucht van zouden krijgen.