Europese standaard voor het elektronische huis

EINDHOVEN, 21 febr. - Mevrouw grijpt in haar handtas naar de zaktelefoon om even naar huis te bellen. Met een paar drukken op de toetsen zet ze alvast de oven aan, zodat de lasagna van de traiteur straks geurend klaarstaat als ze thuiskomt. En omdat ze hoge prijs stelt op behaaglijkheid, tikt ze ook nog een paar andere cijfercombinaties in, waardoor de verwarming in haar huis gaat branden, de gordijnen zich sluiten en twee schemerlampen een stemmig licht beginnen te verspreiden. Misschien zet ze ook alvast de elektrische deken aan.

Het elektronisch huishouden, de woning waar alle elektronische apparaten met elkaar kunnen kletsen, dat is waar alle elektronicafabrikanten, van San Francisco tot Seoul, van Eindhoven tot Osaka, aan werken. Nu investeren ze tientallen miljoenen guldens om straks te kunnen oogsten op een miljardenmarkt.

Japan, altijd met een fijne neus als het erom gaat techniek om te zetten in consumentenbegeerte, heeft bij de internationale organisaties zelfs al voorstellen ingediend voor een zogenaamde standaard. Daarmee moet het mogelijk worden dat de meest uiteenlopende elektrische apparaten van de meest uiteenlopende merken met elkaar kunnen communiceren. In feite gaat het dan om een uitgebreid pakket technische afspraken, die regelen dat de boodschap die bijvoorbeeld de elektrische deurbel uitzendt, via de stroomdraden of infra-rood signalen of desnoods via de glasvezelkabel, kunnen worden begrepen door de televisie. Zodat de televisie een seintje kan geven aan de videocamera boven de voordeur. Waarna het beeld van degene die op de deurbel gedrukt heeft, in een hoekje van het tv-scherm verschijnt.

Maar ook de Europese fabrikanten werken aan een standaard. Philips-directeur dr. L. E. Zegers, leider van het Europese bedrijfsconsortium, is ervan overtuigd dat die standaard beter en breder toepasbaar zal zijn dan de Japanse versie. Hij zegt dat Japanners en Europeanen al in gesprek zijn om tot een gezamenlijke standaard te komen. 'Zo'n wereldstandaard komt er', zegt Zegers zelfverzekerd. 'Ik denk dat we vanuit een Europese sterkte zaken kunnen doen.' Dat zal tijd worden, want toen Zegers dertig jaar geleden bij Philips in dienst trad, werd er al gepalaverd over het 'huis van de toekomst', 'het slimme huis', 'de woning met afstandsbediening'.

Pag.15: Vervolg

Al in 1960 maakte het Amerikaanse blad The New Yorker zich vrolijk over een brochure van de firma Westinghouse Electric, waarin de opkomst van het 'smart house' aangekondigd werd. Is het elektronisch huishouden misschien zo'n typische dagdroom van techneuten, die nooit verder dan de tekentafels komt? Nee, dat wenst dr. Zegers, die zich al bij voorbaat had omschreven als 'nuchter' en 'wars van futurisme', toch met klem te bestrijden. Dertig jaar geleden kon je zien aankomen dat het elektronisch huishouden ooit binnen het bereik van de mensheid zou komen, zegt Zegers. Maar de tijd was er toen nog niet rijp voor, sociaal niet, technisch niet. Eerst moest de welstand groeien. Zodat mensen zich konden permitteren geld uit te geven aan comfort, vermaak en veiligheid. Eerst moest ook de chiptechnologie een hoge vlucht nemen. Zodat het 'elektronisch huishouden' handzaam en betaalbaar kon worden. Inmiddels is het zover.

Eigenlijk hoeft er nog maar een belangrijke belemmering te worden overwonnen, zegt Zegers. Er moet een wereldstandaard komen. Zodat een wasmachine van Miele kan communiceren met een koelkast van Zanussi, zodat een televisie van Sony een gloeilamp van Philips kan verstaan. Want als al die fabrikanten elk met een eigen aanpak komen om elektronische apparatuur met elkaar te verbinden, ontstaat er een babylonische spraakverwarring. En dan komt die markt voor 'geintegreerde huis-systemen' nooit van de grond.

Dat weten de fabrikanten ook best. Maar als een onderneming zich zo oppermachtig voelt, dat ze alle anderen haar aanpak denkt op te kunnen leggen, zal ze dat zeker proberen. De Europese bedrijven zagen dan ook met zorg hoe het Japanse bedrijfsleven en de Japanse overheid de rijen sloten om tot een gezamenlijke standaard voor het elektronisch huishouden te komen. En ze besloten ook een front te vormen, in het kader van het Europese technologieprogramma Eureka. Daarbij ging het om firma's als Thorn EMI, Electrolux, Siemens, GEC, Thomson en Philips.

Later vonden ze het zelfs nodig 'nog meer vaart achter hun inspanningen te zetten', zegt Zegers. Dat betekende meer geld, meer mankracht, meer bedrijven. Sinds een jaar werken nu elf Europese partners samen in het kader van een Esprit-project. Het consortium heeft bij de Europese Commissie in Brussel al voorstellen gedeponeerd voor een vervolgproject.

Maar zitten de consumenten wel te wachten op een strijkijzer dat flirt met de platenspeler en op een koelkast die een innige relatie met de oven onderhoudt? Staan de mensen werkelijk te springen om zulke alomvattende elektronische huissystemen? 'Nee', meent Zegers. En nog eens: 'nee.' Maar wat ze wel willen, zegt Zegers, is meer comfort. Dus bij voorbeeld een afstandsbediening voor alle audio- en video-apparaten. Of bij voorbeeld een schermpje waarop ze kunnen aflezen of alle lampen uit zijn en hoeveel stroom ze hebben verbruikt. En wat ze ook willen, zegt Zegers, is meer veiligheid. Dus bij voorbeeld een elektronische versie van het ouderwetse spionnetje. Of een afzuigkap met rookmelder, die bij onraad onmiddellijk de brandweer belt. Daarbij denkt Zegers nadrukkelijk niet aan een verre, verre toekomst. Hij is ervan overtuigd dat op basis van bestaande apparaten en bestaande verbindingen al reeksen 'nuttige en betaalbare toepassingen' te vinden zijn. Een volledige integratie van alle apparaten volgt dan wel later vanzelf, zegt Zegers. 'Stap voor stap.'

Een ontwikkeling die volgens hem nog zal worden versneld doordat steeds meer bejaarden en thuiswerkers een steeds grotere behoefte krijgen aan extra voorzieningen in huis.

Het Britse National Economic Development Office voorspelt dat in het jaar 2003 veertig procent van alle woningen zal zijn uitgerust met elektronische huis-systemen. Het Amerikaanse blad Electronic House voorziet rond de eeuwwisseling een markt van tientallen miljarden dollars. Directeur Zegers daarentegen wenst zich niet aan stoutmoedige prognoses te buiten te gaan. Maar dat het elektronisch huishouden er komt, daaraan twijfelt hij geen seconde.

    • Dick Wittenberg