'Erfurt en Thuringen zullen weer bloeien'

ERFURT, 21 febr. - De aanblik vanaf het podium op de trappen van de Domberg in Erfurt, de bloemenstad halfweg Leipzig en Frankfurt, is een treurige. Niet de ruim 100.000 mensen die uit heel Thuringen naar het eerste verkiezingsoptreden van bondskanselier Kohl in de DDR zijn gekomen, maken droefgeestig. Maar het is, zoals overal in de oude binnensteden, het decor dat treurig stemt.

Cameraploegen hebben plaatsgenomen in de onbewoonbaar geworden renaissance-huizen aan de overkant van het plein, die de beschietingen van 1813 en de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd, maar niet vier decennia socialisme. Mensen staan op de zolders door de gaten in de daken te kijken naar de zee van Westduitse vlaggen en naar het podium dat uitpuilt van politieke prominenten.

Ook al zal de weg nog rotsachtig zijn, de tijd van verval zal snel voorbij zijn als de eenheid daar is en de sociale markteconomie is ingevoerd, zo belooft Helmut Kohl. 'Erfurt zal weer bloeien. Heel Thuringen zal weer bloeien. Heel de DDR zal weer bloeien.'

Tegen het einde van zijn lange rede vol geruststellingen en klare taal richt Kohl zich tot de jeugd. Hij rept van Maarten Luther die eens als 'apostel der Duitsers' op deze trappen stond en over de komende wereld sprak. Hoezeer benijdt hij nu de achttien- en twintigjarigen. 'U bent een gelukkige generatie. U bent de eerste generatie in onze Duitse geschiedenis die ik toeroep: u hebt de kans!' Want hoe ziet de wereld er op dit moment uit? In het Verre Oosten is er Japan en Korea 'en wat er verder nog voor kleins omheen hangt'.

In het Verre Westen is er Amerika, Canada en misschien Mexico. Maar als Europa binnenkort niet 320 miljoen inwoners zal tellen, doch het dubbele aantal, zal de wereld het nieuwe millennium ingaan met Europa als sterkste economische macht. 'En hier in het centrum van het oude continent hebben de Duitsers hun plaats.' En wat die angst voor dat nieuwe Duitsland met zijn tachtig miljoen inwoners en zijn nu al ongeevenaarde economische kracht betreft: 'Wij willen vriendschap met de Sovjet-Unie, met Frankrijk, met Hongarije, met de kleine landen, de Benelux en hoe ze verder ook allemaal mogen heten. Wij zijn vol goede wil. Lang leve ons Duitse vaderland!'

Pag.5: vervolg Pag.15: Lafontaine in de aanval

En terwijl sommigen het 'Freiheit und Recht und Einigkeit' aanheffen, anderen eenvoudig 'Helmut! Helmut!' scanderen en de blaaskapel opnieuw op een portie streekmuziek trakteert, gaan ze weer omhoog: de honderden Westduitse vlaggen en de spandoeken. Zoals dat doek vlak voor de ogen van Kohl: 'God bescherme onze kanselier, de wegbereider van de Duitse eenheid'.

Daarvoor had Kohl er alles aan gedaan de 100.000 of meer Thuringers een gevoel van optimisme en zekerheid te geven. Want zij waren niet gekomen om te horen hoe Duitsland en de wereld er over tien jaar zullen uitzien, maar of ze morgen nog hun baan, hun pensioen en hun spaarcenten zullen hebben. En Kohl verzekerde dat hij de angsten van de DDR-burgers precies zo serieus nam als die van de buurlanden. Hij kondigde een 'gezamenlijk Duits systeem van sociale zekerheid' aan. De Bondsrepubliek zal de DDR in de 'moeilijke overgangstijd' helpen bij de opbouw van een pensioensysteem en een werkloosheidsverzekering.

Ook de veiligstelling van de spaarrekeningen zal men bij de invoering van de D-mark in de DDR onder het aspect 'bijzondere sociale verantwoordelijkheid' behandelen. Verbindende toezeggingen kon hij evenwel niet doen.

Kohl verdedigde in ronde bewoordingen zijn weigering om de overgangsregering in Oost-Berlijn de verlangde 'solidariteitsbijdrage' van 15 miljard D-mark te geven. Hij was niet bereid dit bedrag te storten 'in dit systeem, als niet zeker is dat het de mensen ten goede komt', zo zei hij onder groot applaus.

Alleen bij de groep van misschien 500 tegendemonstranten lokte het opnieuw een luid protest uit. Zij hadden zich met hun DDR-vlaggen en hun spandoeken 'Kohl verrecke', 'Kommt Kohl, kommt Rat, kommt Attentat' strategisch opgesteld in de hoek rechts van het podium. En van daaruit trachtten zij met hun ratels, hun deksels en hun snerpende fluitjes de redenaars het spreken onmogelijk te maken. Het publiek reageerde telkens opnieuw met 'Roten Raus!', in de naaste omgeving van het 'rode hoekje' kwam het tot niet meer dan een enkele schermutseling.

De enige keer dat de woorden van Helmut Kohl met fluittonen uit het grote publiek werden beantwoord, was toen hij waarschuwde toch vooral niet op de SPD te stemmen. 'Want de SPD heeft niets begrepen van de geschiedenis en heeft niets begrepen van de economie.'

Want hij was Gorbatsjov en de socialistische buurlanden weliswaar dankbaar dat deze de 'Wende' in de DDR mogelijk hadden gemaakt, maar het was toch ook 'onze politiek' geweest. Het woord 'Wirtschaftswunder' had hij nooit gemogen. Het was het schrandere kader van de sociale markteconomie geweest, samen met het Marshall-plan, dat de Bondsrepubliek zo groot en krachtig had gemaakt. En terwijl de CDU tegenover het 'waanzinnige regime' in Oost-Berlijn zich altijd standvastig had gedragen, verdienden die sociaal-democraten het begrip 'Wendehals' in opvallende mate. Hij had niet vergeten hoe de SPD nog in 1987 als uitgangspunt nam 'dat de tweestatelijkheid nog zeer lang zal duren omdat men er geen hoop op mag vestigen dat het ene systeem het andere systeem afschaft'.

'En als Willy Brandt nu door de DDR reist en doet alsof hij altijd voor de eenheid was, dan herinner ik u eraan dat hij de eenheid de 'levensleugen' van de tweede republiek heeft genoemd.' De woorden waren zeker in Erfurt misplaatst. De Erfurters herinneren zich nog maar al te goed hoe zij in maart 1970 in even groten getale naar het station waren getogen om Willy Brandt te verwelkomen, de eerste bondskanselier die met zijn gedurfde Ostpolitik en dit eerste bezoek aan de DDR probeerde een einde te maken aan de Koude Oorlog tussen de twee Duitslanden. 'Met mijn verstand kies ik voor Kohl', zegt een man die destijds ook voor het hotel stond waar Brandt uiteindelijk aan het venster verscheen maar niet meer dan schuchtere blikken van verbondenheid kon zenden. 'Met mijn hart kies ik voor Brandt.' Voor de 'Alliantie voor Duitsland' is het goed dat Helmut Kohl in totaal zes keer naar de DDR zal reizen voordat op 18 maart de verkiezingen zullen worden gehouden. (Aan het verbod van de Ronde Tafel op 'gastsprekers uit het buitenland' laat geen enkele grote Westduitse partij zich ook maar iets gelegen liggen). De drie partijen (Demokratischer Aufbruch, DSU en CDU-Ost) die door Kohl met harde hand tot een stembusalliantie zijn samengevoegd, zouden zonder Kohl slechts op een fractie van het publiek dat ze gisteravond in Erfurt op de been brachten, kunnen rekenen.

Op tal van spandoeken lieten de mensen weten dat hun dorp de bondskanselier begroette. 'Grafenwiesbach groet Helmut Kohl.'

De drie partijleiders mochten voor Kohl hun woordje doen, maar geen van drieen wist echt enthousiasme op te wekken. Zij hadden ook niet veel meer te bieden dan 'de hartelijke groeten aan de beste burgers en burgeressen van Erfurt en Thuringen'.

Wolfgang Schnur, lange jaren advocaat van vervolgden, groette in zijn wat demagogisch klinkende rede 'zelfs die lafaards in dat rode hoekje die nog niet weten wat democratie is'.

Ook zij moesten toch weten dat alles te danken was aan 'dr. Helmut Kohl'. Hij zei dat zo vaak dat hij begon te lijken op de Oostduitse kruising van wethouder Hekking en prof. dr. ir. Akkermans.

De toon van DSU-leider Hans-Wilhelm Ebeling, de dominee uit de beroemde Thomaskerk in Leipzig, is nog altijd die van een prediker. Na de catastrofe van de nazi-tijd volgde voor de DDR de tweede catastrofe, die van het socialisme. De verkiezingsleuzes van deze Franz-Josef Straussfan en zijn door Strauss' opvolger, Theo Waigel, samengesmede partij zijn dan ook alle varianten op hetzelfde thema: toekomst in plaats van socialisme, vrijheid in plaats van socialisme, welvaart in plaats van socialisme.

Van de CDU-Ost kreeg secretaris Martin Kirchner meer applaus dan voorzitter Lothar de Maiziere. Kirchner, de ambitieuze advocaat met het rode brilmontuur, komt niet alleen uit het naburige Eisenach, maar wilde ook eerder breken met de SED dan De Maiziere. Ook de rede van De Maiziere was opgebouwd rondom de drie kernzinnen van de Alliantie: 'Weg met het socialisme. Weg met alle experimenten. Lang leve de sociale markteconomie.'

Met hun gortdroge redes konden zij het publiek, hoe bezorgd en opgewonden het zich ook voelde, niet echt boeien. De Erfurters beseffen dat hun lot niet van hen afhangt, maar van die ene grote man, die letterlijk en figuurlijk met kop en schouders boven de anderen op het podium uitstak: Helmut Kohl.

    • Henri Beunders