Eenwording Duitsland hoeft D-mark niet te verzwakken

AMSTERDAM, 21 febr. - De Duitse monetaire eenwording betekent niet automatisch een verzwakking van de D-mark. Een hogere Duitse rente, waardoor kapitaal wordt aangetrokken kan heel goed leiden tot een sterkere positie van de Westduitse munt. Het is daardoor helemaal niet zeker dat de Nederlandse rente ten opzichte van die in de Bondsrepubliek kan dalen.

Dit betoogde ex-minister van financien Ruding gisteravond op een bijeenkomst van de Society for International Development (SID) in het Amsterdamse Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Zorgvuldig formulerend ging Ruding niet in op de brief die minister van financien Kok afgelopen vrijdag aan de Tweede Kamer heeft geschreven over de Duitse monetaire eenwording. Daarin schreef Kok dat bij een gelijkblijvende koers tussen de gulden en de mark wellicht ruimte voor een Nederlandse rentedaling zal ontstaan.

Ruding sprak op de SID-bijeenkomst over de ontwikkelingen in Oost-Europa. Hij zei dat steun ten behoeve van de hervormingen in Oost-Europa niet ten koste moet gaan van de economische integratie in de EG of van hulp aan ontwikkelingslanden.

De overhaaste aankondiging van de Duits-Duitse monetaire eenwording noemde Ruding politiek de enige juiste beslissing die bondskanselier Kohl kon nemen, gezien de snel toenemende irritatie in West-Duitsland over de niet-aflatende stroom migranten uit de DDR. 'Het was in wezen een heel zinnige beslissing van Kohl, waar niemand tegen is', aldus Ruding.

Met enig voorbehoud - 'ja, met aarzelingen' - verklaarde hij zich voorstander van een snelle monetaire aansluiting. Het is beter dat de Westduitse overheid en het bedrijfsleven geld in de DDR investeren, dan het besteden aan de opvang van Oostduitse migranten in de Bondsrepubliek, zei Ruding.

De ex-minister, die kandidaat is voor de directeurspost bij de toekomstige Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa, schetste de dilemma's van het economische hervormingsproces in Oost-Europa. Hervormers staan voor de keuze tussen een radicale schoktherapie of geleidelijke hervormingen, tussen prioriteit voor hervormingen van de economische structuur of een snelle geldsanering. In beide gevallen pleitte Ruding voor een gematigd standpunt: 'De Waarheid ligt in het midden en hervormers moeten op alle fronten tegelijk bezig zijn'. Zonder pasklare antwoorden te geven zei Ruding dat het economische hervormingsproces jaren zou duren. Er zijn jarenlange financiele overdrachten van West- naar Oost-Europa nodig door overheden en het bedrijfsleven. De fabriek die defensiemateriaal maakt, produceert niet van de ene op de andere dag vlinderdasjes. Vooral de aanpak van de milieuvervuiling 'zou een van de grootste financiele aspecten zijn', voorspelde hij.

Ruding stond uitvoerig stil bij de economische banden tussen Oost-Europa en de Sovjet-Unie. De Sovjets hebben hun Oosteuropese satellietlanden volgens hem om economische redenen politiek losgelaten. Oost-Europa was een te zware last geworden voor de Sovjet-Unie, die wordt geconfronteerd met eigen stagnatie en dalende inkomsten uit de olie- en gasexport. De energie-export is de belangrijkste bron van harde valuta voor de Sovjet-Unie.

De massale kapitaalstroom naar Oost-Europa zal aan het einde van deze eeuw geen nieuw schuldenprobleem opleveren, zoals in de Derde wereld is ontstaan, verwachtte Ruding. 'Schulden zullen er zeker zijn, maar dat is op zichzelf niet slecht. Het gaat om de besteding van het geld'. Ruding besloot: 'We moeten niet naar Oost-Europa gaan als een rijke, wijze oom. We zijn wel rijker, maar niet wijzer - en zeker geen oom'.

    • Roel Janssen