Dankert in rede: bestuur EG te zwak

DEN HAAG, 21 febr. - De Europese Commissie heeft volgens staatssecretaris Dankert (buitenlandse zaken) in de huidige vorm een te zwakke basis voor 'het grote Europese avontuur'. Het dagelijks bestuur van de EG krijgt volgens Dankert niet de noodzakelijke steun van de ministerraad bij het versterken van die basis, noch bij het uitwerken van het plan voor een interne Europese markt in 1993. Dankert zei dat gisteravond in een rede voor het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken in het Haagse Gemeentemuseum. De staatssecretaris voor Europese zaken noemde het huidige instrumentarium voor verwezenlijking van de interne markt 'amper voldoende' en zeker niet toereikend voor het nieuwe, immense probleem van de Oosteuropese landen. Hij sprak van een 'heksentoer'.

'Oost-Europa geeft ons minder tijd en mogelijkheden dan we dachten te hebben.' Vooral de financiering van de hulp aan Oost-Europa baart hem ernstige zorgen. In Oost-Europa moeten tientallen miljarden geinvesteerd worden, maar tegelijkertijd heeft de grootste financier, de Bondsrepubliek, een heel eigen probleem met de DDR. Dit dreigt het in 1988 moeizaam tot stand gebrachte, precaire evenwicht tussen Noord en Zuid in de EG te verstoren. Portugezen, Ieren, Zuid-Italianen en Spanjaarden vrezen dat de dichter bij het centrum van de EG gelegen Oosteuropese landen hun kansen op de interne Europese markt zullen bedreigen.

Als de Commissie te weinig geld krijgt - en dat is volgens Dankert tamelijk waarschijnlijk - en bovendien haar politieke instrumentarium te zwak blijft, zullen de afzonderlijke staten, en niet langer de EG zelf, voortaan de leiding nemen. Bilateralisme krijgt dan de overhand, de Oosteuropese landen zullen in dat geval niet meer te rade gaan bij de EG, maar bij enkele sterke lidstaten.

Een positief gevolg van de nieuwe Oosteuropese situatie is dat het moeilijke probleem van toetreding van Oostenrijk, Turkije en Malta voorlopig is opgeschort. Daardoor krijgt de vorming van de interne markt iets meer tijd. Bovendien wordt de samenwerking tussen EG- en EVA-landen (Europese Vrijhandels Associatie) erdoor versterkt. In de huidige EG komt Nederland tamelijk perifeer te liggen, bij een 'fusie' tussen EG en EVA (met onder andere Zweden) zou dat veel minder het geval zijn.