Bonn stelt EG-partners gerust over vereniging

DUBLIN, 21 febr. - De Bondsrepubliek zal haar partners in de Europese Gemeenschap en de NAVO volledig geinformeerd houden over het proces van de Duitse eenwording. Dat heeft de Westduitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, gisteren toegezegd tijdens de ministeriele bijeenkomst in het kader van de Europese politieke samenwerking (EPS) in Dublin.

Genscher zei dit in verband met de vragen die er bij de buurlanden van de Bondsrepubliek, onder andere Nederland, waren gerezen over de zogeheten vier plus twee formule die wordt gehanteerd bij het overleg over vereniging van de beide Duitslanden (de vier vroegere geallieerden plus de twee Duitslanden). 'We willen niets achter de ruggen van onze EG-partners om doen', aldus Genscher. 'We zullen de mening van onze partners vragen over de stappen die in het eenwordingsproces genomen moeten worden.'

Genscher zei zich bewust te zijn van de speciale belangstelling die het Duitse vraagstuk oproept bij andere landen, maar hij hoopte op begrip voor het verenigingsproces. In dat verband herinnerde hij aan de uitspraak van Thomas Mann dat er een 'Europees Duitsland, maar geen Duits Europa' moet komen.

De Nederlandse minister Van den Broek toonde zich gisteren zeer tevreden met het 'indrukwekkende betoog' van zijn Duitse collega, dat hij karakteriseerde als 'royaal en toegevend'.

In zijn antwoord aan Genscher had de minister erop gewezen dat Nederland 'intens betrokken' was bij het Duitse eenwordingsproces, dat hij betitelde als 'natuurlijk en historisch noodzakelijk'.

De wijze waarop de eenwording tot stand komt laat Nederland nu eenmaal niet onverschillig, maar dat betekende niet dat men de Duitse eenwording iets in de weg zou willen leggen, zei Van den Broek.

Tijdens de ontmoeting van gisteren hebben de ministers van de twaalf EG-landen een verklaring aangenomen waarin de 'fundamentele rol van het CVSE-proces' wordt onderstreept. Volgens de ministers zal de deze herfst te houden topconferentie van de 35 landen die deelnemen aan de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa - alle Europese landen minus Albanie plus de VS en Canada - het 'beginpunt vormen voor een nieuw, meer geavanceerd stadium van het CVSE-proces' waarbij 'nieuwe richtingen' worden gegeven.

Op die top, zo menen de EG-ministers, moeten niet alleen de principes van Helsinki 1975 opnieuw worden bevestigd maar ook een mandaat aan de ministers van buitenlandse zaken van de 35 landen gegeven worden om de CVSE-verbintenissen uit te breiden met het recht op vrije verkiezingen en een betere bescherming voor minderheden. In het CVSE-proces zal een nieuw institutioneel kader kunnen worden ingebouwd in de zin dat tweemaal per jaar ministersontmoetingen van de 35 worden gehouden.

Om dit alles voor te bereiden, zo menen de ministers, moet zo snel mogelijk, maar in elk geval voor 1 juli een voorbereidend comite beginnen met de samenstelling van de agenda en de organisatie van de CVSE-top van dit jaar. De ministers zijn verder van mening dat de reguliere, vierde CVSE-vervolgconferentie in 1992 in Helsinki kan worden gehouden op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders.

    • Frits Schaling