BONN NEEMT DDR GEWOON ONDER DE ARM MEEJelle Zijlstra over een opwindend scenario voor Oost-Europa

Oud-president dr. Jelle Zijlstra van de Nederlandsche Bank is 'gefascineerd' door de omwentelingen die zich voltrekken in Oost-Europa. 'Ik ben blij dat ik het allemaal meemaak.'

Zijlstra ziet de problemen maar hij is ervan overtuigd dat het Duitse Wirtschaftswunder zich in oostelijke richting zal herhalen. Beschouwingen over een economisch avontuur zonder vluchtweg.

In heel Europa, van de Oeral tot de Middellandse Zee, zijn economen met rode konen in discussie. Hoe zal Oost-Europa de overgang naar de markteconomie aanpakken? Zal West-Europa worden beloond met extra economische groei of wordt het Oosten een bodemloos vat? De klassieke theorie biedt weinig houvast want de situatie is uniek, en bovendien heeft het echte leven een eigen dynamiek. De discussies zijn dan ook speculatief; het is meer een collectief brainstormen over wat er zou kunnen gebeuren. Dr. Jelle Zijlstra, emeritus maar nog steeds een der scherpste breinen in de wereld van economische deskundigen, is duidelijk optimistisch. Bloemrijk samengevat ziet hij het probleem als volgt: 'Oost-Duitsland is politiek het belangrijkst, verreweg. De Sovjet-Unie moeten wij maar even terzijde laten want dat land is te gigantisch. De Sovjet-Unie is een enorme olifant die je hoogstens even in de bil moet prikken ter aansporing, maar de Russen moeten het zelf doen.

Er is geen hulpprogramma denkbaar dat de overgang naar een markteconomie kan helpen. Bovendien hebben zij daar nooit de combinatie van democratie en markteconomie gekend, ze hebben het niet in hun genen. Ze zien de markt als een chaos. 'De Oosteuropese landen hebben allen toch meer of minder ervaring met democratie en vrije markt, daardoor is het probleem beter beheersbaar. Oost-Duitsland heeft van alle Oosteuropese landen de sterkst gecollectiviseerde economie, dat hebben ze grondig gedaan. Maar West-Duitsland zal de DDR gewoon onder de arm meenemen, ze zijn daar sterk genoeg voor. En als het lukt met Oost-Duitsland, kan dat een voorbeeld zijn voor de anderen.' Zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Ook Zijlstra erkent dat het hem af en toe duizelt, maar dat nadenken over een scenario buitengewoon opwindend is. 'Ik denk dat er drie grote problemen zijn.

Monetair, dus hoe zal de wisselkoers worden op D-day. Budgettair, hoe zwaar zal de Westduitse schatkist worden belast. En juridisch-economisch. Dat laatste is waanzinnig ingewikkeld want er moet een totaal nieuwe juridische structuur komen, nieuwe fiscale wetgeving, eigendomswetgeving. 'Toch zie ik de monetaire hervorming als de paukenslag waarmee de symfonie begint, want zonder betrouwbare rekeneenheid kun je geen sommen maken. Als wij tijd zouden hebben, dan konden de valutakoersen langzaam naar elkaar toekomen, maar die tijd is er niet. Ik schat dat de monetaire eenwording voor het eind van het jaar voor elkaar is, en dan zien wij wel wat er van komt. 'De vraag is natuurlijk: hoeveel is de Ostmark waard? Normaal kun je via een pakketvergelijking de koopkracht van valuta vaststellen. Maar dat werkt niet, omdat de staat daar de eerste levensbehoeften subsidieert. Als je in Oost-Duitsland eens lekker wilt eten, kost je dat twaalf Ostmark, of omgerekend tegen een koers van een op drie ongeveer vier D-mark. Een Trabant kost 12.000 Ostmark, en dat is spotgoedkoop. Alleen de levertijd is dertien jaar.

'Een wisselkoers van een op een, zoals het Institut der Deutschen Wirtschaft voorstelt, lijkt mij absurd. Dan heeft het Oostduitse bedrijfsleven op slag geen rentabiliteit meer en gaat het collectief failliet. Maar als je zuiver op de koopkracht probeert af te gaan, kom je misschien uit op een op vijf of een op zes. Dat is weer politiek ondenkbaar, want dan krijgen de arbeiders geen 12.000 mark per jaar, maar 2.000 of 2.500 mark en dan pakken ze helemaal de koffers. Men moet dus een compromis vinden tussen de koopkracht-pariteit en de politiek-psychologische haalbaarheid en dan denk je aan een verhouding van een op twee, of een op drie. 'De hele zaak hangt af van de vraag, of de monetaire operatie een zweepslageffect heeft op de Oostduitse economie, of een Wirtschaftswunder zich daar zal herhalen. Gebeurt het, dan loopt het gesmeerd; gebeurt het niet dan is de chaos niet te overzien.' Maar wat gebeurt er met de subsdies? Hoe kan de achterlijke Oostduitse industrie concurreren? En hoeveel gaat dat de Westduitsers kosten?

Zijlstra komt nu echt op toeren, hij geniet zichtbaar. ' Niet alles hoeft uit de schatkist te komen. Het bedrijfsleven kan op grote schaal gaan investeren en dat zal ook gebeuren als er maar rendement in het vooruitzicht is. De Westduitsers zijn er klaar voor, maar een voorwaarde is natuurlijk dat de DDR de hele winkel, dat wil zeggen alle bedrijven die de staat in handen heeft, in de verkoop brengt, tegen een aantrekkelijke prijs. 'Natuurlijk weten wij dat de arbeidsproduktiviteit laag is. Het management is slecht, het machinepark verouderd en de infrastructuur achterlijk. Maar waar de achterstanden zo groot zijn, is de kans op produktiviteitsverbetering ook gigantisch. En vergeet niet dat er ook bedrijven zijn die redelijk mee kunnen komen: Trabant levert motoren voor Volkswagen. Natuurlijk neemt Volkswagen die handel over, net zoals Zeiss al is overgenomen door het Westduitse Zeiss. Je koopt niet alleen schroot, je koopt ook geschoold personeel. Maar ik geef toe dat de tijd enorm krap is, en bedrijven die geen produktiviteitsverbetering laten zien gaan failliet.' Het Duitse bedrijfsleven is nu al aan de grens van zijn capaciteit. Wat gebeurt er als de Oostduitsers fors gaan kopen en eindelijk hun spaargeld kunnen besteden? Inflatie?

Zijlstra vindt dat men niet moet overdrijven, en dat het goed is om de proporties in het oog te houden. Volgens ruwe schattingen hebben de zestien miljoen Oostduitsers samen in al die jaren l70 miljard Ostmark gespaard. Dat is, uitgaande van een wisselkoers van een op drie, gelijk aan bijna zestig miljard Westduitse marken. Maar de 61 miljoen Westduitsers besparen elk jaar meer dan 170 miljard Mark. 'Er is trouwens nog een voor de hand liggende manier om dat geld af te romen. De Oostduitse staat kan kleine ondernemingen, woningen en land aan zijn burgers verkopen. Dat geld mag dan niet meer worden uitgegeven, het moet worden vernietigd. En de inkomsten aan valuta door verkoop van ondernemingen aan het buitenland kunnen worden gebruikt om de staatssschuld ten dele af te lossen, dat is dan een verlichting van de gemeenschappelijke schatkist. De consequentie is wel dat de overheid geen inkomsten meer heeft en dus moeten de burgers en bedrijven belasting gaan betalen. Er moet dus als de bliksem fiscale wetgeving uit de grond worden gestampt, en een apparaat om het geld te innen. 'Natuurlijk houdt Grossdeutschland, om het zo speels uit te drukken, budgettaire problemen. De infrastructuur moet worden verbeterd; de sociale voorzieningen moeten worden opgetrokken in de richting van het Westduitse peil. En uiteraard zal de herstructurering van het bedrijfsleven tot ontslagen leiden.

Dat gebeurt nu niet, er is officieel geen werkloosheid en dus is er geen fonds voor uitkeringen. Toch zul je die werklozen zoveel moeten geven dat ze in het Oosten blijven en niet alsnog op de trein stappen. Dat kost heel veel geld, maar het financieringstekort in West-Duitsland is relatief laag, daar mag wel wat bij voor een paar jaar. Dat kan 'verschmerzt' worden. Mits dat nieuwe Wirtschaftswunder op gang komt, natuurlijk, dan kan het binnen vijf jaar achter de rug zijn. Anders is de ellende niet te overzien.

U bent optimistisch. Uw collega's Heertje en Van der Ploeg hebben in ESB een complottheorie ontwikkeld: Duitsland zou ten koste van de EG-collega's een economische hegemonie nastreven.

Zijlstra windt zich daar niet over op. 'Ja, West-Duitsland zou de wisselkoers opdrijven door het verhogen van de korte rente, waardoor andere landen moeilijker kunnen investeren. Dat geeft de Duitsers dan een tijdelijk voordeel in Oost-Europa, doordat ze er als eersten grootscheeps kunnen inspringen. Hun theorie is dat wij de koppeling met West-Duitland dus moeten verbreken. 'Ik geloof daar niet in. De rentestijging in de hele wereld is vervelend, maar het is niet terecht om die toe te spitsen op het Oosteuropese probleem, ik kan dat niet volgen. Bovendien: Nederland heeft nog een van de laagste rentestanden in Europa.' Ook uw opvolger Duisenberg bij de Nederlandsche Bank heeft over een loskoppeling gesproken. 'Nee, niet in die zin. Hij heeft erop gezinspeeld dat wij de D-mark moeten volgen als deze omhoog gaat, maar dat wij niet direct hoeven te volgen als de mark omlaag zou gaan. Dan kan trouwens het rentepeil hier eventueel omlaag.' U ziet dus geen gevaren voor Nederland en de rest van de EG? 'Natuurlijk zijn er risico's.

Pohl, de president van de Bundesbank, heeft terecht gezegd dat er voor economische en monetaire eenwording geen nultarief bestaat. De Westduitsers zullen tijdens een overgangsperiode stevig moeten bijspringen. Tegelijkertijd is het onmogelijk om alle Oostduitsers in een klap naar het Westduitse welvaartsniveau te tillen. Er blijft een verschil in beloning door het verschil in produktiviteit, anders zou er een stroom van faillissementen komen. Dat geeft spanning en onrust. 'Maar ik wijs nogmaals op de proporties.

Het gaat om zestien miljoen Oostduitsers tegen 61 miljoen Westduitsers. En het nationale produkt per hoofd in de DDR is slechts een derde van dat in West-Duitsland, zo gezien is de verhouding maar 61 op vijf. 'In de Bondsrepubliek is 140 miljard mark in omloop, in de DDR maar zeventien miljard, en dan bedoel ik het baar geld. Als je de wisselkoers even op een op drie stelt, is die verhouding dus 140 staat tot bijna zes. Economisch is de DDR even belangrijk in omvang als de deelstaat Hessen; wat bevolking betreft even groot als Rijnland-Westfalen. Pohl heeft er ook op gewezen dat de Bondsrepubliek jaarlijks twintig miljard mark uitgeeft voor West-Berlijn en miljarden voor de vluchtelingen. Een deel van de kosten kan tegen elkaar worden weggestreept. 'Het is te overbruggen, mits de verschillen niet te groot zijn en niet te lang blijven bestaan. Alles hangt af van de snelheid waarmee de Oostduitsers kunnen overschakelen naar het marktsysteem en hun produktiviteit kunnen verhogen. 'Ik zie het ook als een enorme uitdaging. Het herstel van Oost-Europa als economische entiteit kan de EG tot een sterkere machtsfactor maken. De Oosteuropese landen overschatten de EG misschien, ze weten niet dat achter de schermen ook niet alles rozegeur en maneschijn is.'

De econoom Zijlstra amuseert zich duidelijk. 'Het is een waterval, een Beispiellose periode zonder omkeren of vluchtweg. En dan hebben wij niet eens gepraat over wat er met Bonn gaat gebeuren als die duizenden ambtenaren naar Berlijn verhuizen. Ook de Bundesbank zal verhuizen, die moet volgens de grondwet in de hoofdstad zijn gevestigd. En denk eens in, al die Westduitsers gaan misschien hun onteigende huizen en landgoederen opeisen. Iedereen kijkt al of er goedkoop iets op de kop te tikken valt. Ik ben blij dat ik het allemaal meemaak, het is fascinerend.'

    • W. Woltz