Amsterdam pakt bodemvervuiling aan

AMSTERDAM, 21 febr. - Amsterdam wil bijna 425 miljoen gulden uittrekken voor het schoonmaken van een groot aantal vervuilde terreinen. Van de 2,5 miljoen ton te verwerken grond is tien procent reinigbaar; de rest kan op speciale stortplaatsen worden opgeborgen. Een klein deel is dermate vervuild dat export naar het buitenland moet worden overwogen. Voor de sanering van een aantal terreinen ontvangt de hoofdstad financiele steun van het rijk.

Op sommige plaatsen dateert de bodemvervuiling volgens Amsterdamse milieu-ambtenaren uit de 17de en 18de eeuw. De grond is op die plaatsen vervuild door bijvoorbeeld kwik gebruikt in kleine ambachtelijke bedrijven.

Het merendeel van de plaatsen is vervuild in de jaren rondom de eeuwwisseling en de industriele ontwikkeling daarna. Wie de vervuiling heeft veroorzaakt is dikwijls niet meer te achterhalen. Gevolg daarvan is dat het principe 'de vervuiler betaalt' veelal niet realiseerbaar is. De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) en de Amsterdamse wethouder L. Genet (stadsvernieuwing, grondzaken en volkshuisvesting) vinden dat nieuwe gebruikers van schoon te maken gronden niet op te hoge kosten mogen worden gejaagd. Volgens hen zou de rijksoverheid een groter aandeel in de saneringskosten moeten nemen. Ook zouden grote gemeenten moeten worden toegestaan een selectief saneringsbeleid te voeren.

Scenario

Over de aanpak van de bodemschoonmaak spreekt minister Alders (milieu) morgen met de Tweede Kamer. Bij het gesprek gaat het over het tienjaren-scenario bodemsanering en over het het rapport van de commissie-Oele over vervuilde, nog in gebruik zijnde bedrijfsterreinen. Uit het tienjaren-scenario, dat vorig jaar september aan de minister van milieubeheer werd aangeboden maar waar het kabinet nog geen standpunt over heeft bepaald, blijkt dat er sprake is van tenminste honderdduizend ernstig vervuilde lokaties; vooral van terreinen van voormalige gasfabrieken, autosloperijen, stortplaatsen en andere bedrijven. Daarvan zouden er in tien jaar in ieder geval zesduizend moeten worden schoongemaakt. Daarvoor zou zo'n 2,5 miljard gulden per jaar nodig zijn. De inventarisatie van het scenario gaf echter geen totaalbeeld van de bodemvervuiling. Vijf categorieen (waterbodems, ophogingslokaties, het rioolstelsel en ondergrondse olietanks als ook de invloed van luchtvervuiling en van kunstmest en landbouwbestrijdingsmiddelen op de bodem) moeten nog worden onderzocht.

25 jaar

Zowel de milieubeweging als de Centrale raad voor de milieuhygiene (CRMH) hebben scherpe kritiek op het saneringsscenario dat morgen door de Tweede Kamer wordt besproken. Hun voornaamste bezwaar is dat de voorgestelde grote schoonmaak niet snel genoeg gaat en meer dan een generatie (25 jaar) in beslag neemt. Verder vinden zij het bedenkelijk dat in het scenario bepleit wordt dat de rijksoverheid een terugtredende houding aanneemt en de sanering primair aan het bedrijfsleven en de provincies zou moeten overlaten. Volgens de stichting Natuur en Milieu en het samenwerkingsverband Nederland Gifvrij is circa twintig procent van de Nederlandse grond ernstig vervuild. Daarbij gaat het niet alleen om grote lokaties als de Volgermeerpolder bij Amsterdam en Budel in het Brabants-Limburgse grensgebied, maar ook om honderden, betrekkelijk kleine gevallen zoals vuilstortplaatsen en fabrieksterreinen zowel binnen als buiten de bebouwde kom.