1 Miljoen op klaarlichte dag

WIE WIL AANPAKKEN kan in Nederland nog best snel iets voor elkaar brengen. Neem de journalisten die 30 november vorig jaar bij elkaar kwamen en bedachten dat het aardig zou zijn als de overheid een fonds zou instellen waarmee langere reportages zouden worden gesubsidieerd. Brief naar de minister, een even goed geschreven brief naar de Kamer en hopla, gisteren goedgekeurd. Er komt een miljoen gulden beschikbaar voor 'de onderzoeksjournalistiek'. De GPV-er Middelkoop bleef tegen. Hij was verbaasd dat zo snel en zonder noemenswaardige afweging van prioriteiten door departement en politiek een dergelijk bedrag ter beschikking wordt gesteld. Zoals wel vaker levert het GPV een onafhankelijk oordeel in niet-religieus gebonden zaken. Waarom zouden de minister en de grotere fracties niet op het idee zijn gekomen dat hier voetangels en klemmen liggen? Toch niet omdat men goed formulerende en bekende journalisten liever niet tegen zich inneemt? Het plan beroept zich op het kleine taalgebied en de vercommercialisering van de pers in Nederland. En stapt daarmee luchtig heen over het principiele bezwaar dat een onafhankelijke pers haar hand niet hoort op te houden. Natuurlijk bestaat er al het Bedrijfsfonds voor de Pers; geen van de door dat fonds overeind gehouden bladen heeft zich geroepen gevoeld de regering van de dag naar de mond te praten. Maar daar ging het om aanvullende subsidies om hele uitgaven te steunen.

BIJ DIT NIEUWE PLAN is journalistiek voorhoedewerk aan de orde, de beschrijving van toestanden die kennelijk te complex en misschien te gevoelig zijn om via de 'gewone' journalistiek aan het licht te brengen. Als journalistiek medium kunnen wij parlementaire waardering en dus extra financiele middelen voor fundamenteel journalistiek werk moeilijk betreuren. Maar verwelkomen kan toch alleen met gemengde gevoelens. Nergens is aangetoond dat de bestaande kranten, weekbladen en zelfs omroepen niet in staat zijn diepgravende produkties te entameren. Als zij het niet willen is dat wat anders. Het gaat natuurlijk niet aan dat mevrouwd'Ancona reis- en graafgrage journalisten geld geeft voor projecten waar de echte pers geen zin in heeft en waarvan arme kranten of weekbladen vervolgens het verslag afdrukken omdat het zo goedkoop was.

ANDERS GEZEGD: als dit fonds een succes wordt, zelfs als het ieder jaar maar vijf belangrijke stukken zou opleveren, is de bestaande pers tekort geschoten. Dat neemt niet weg dat een eerste onderzoeks-essay zou mogen gaan over de vraag welk politiek-cultureel verschijnsel voor deze U-vraagt-en-wij-draaien-subsidie heeft gezorgd. Dat zou iets over Nederland onthullen.