Zwakzinnigen naar rechter voor plaatsing in een tehuis

ROTTERDAM, 20 febr. - Zes geestelijk gehandicapten uit het Gooi proberen morgen voor de Amsterdamse rechtbank een plaats af te dwingen in een gezinsvervangend tehuis. Eigenlijk kunnen de zes, in leeftijd varierend van 22 tot 63 jaar, geen dag langer op de ellenlange wachtlijst voor zwakzinnigen blijven staan, meent hun advocaat, mr. P. Visser-van Daal.

Het is de eerste keer dat op deze manier wordt geprobeerd om zwakzinnigen in een tehuis geplaatst te krijgen. De stap is ingegeven door de groeiende wachtlijsten in de zwakzinnigenzorg. 'Een van de ouders heeft een hersenbloeding gehad, een is zwaar overspannen', zegt Visser-van Daal om een indruk te geven van de omstandigheden waarin veel gehandicapten zich bevinden. Ouders en andere familieleden zijn volgens haar absoluut niet langer in staat om voor deze mensen te zorgen. En dan te bedenken dat de gehandicapten die het geding hebben aangespannen nog redelijk stabiel zijn, voegt de advocvate eraan toe. Ze kent een gehandicapte die na het overlijden van beide ouders op zichzelf is aangewezen zodra hij uit het dagverblijf komt. Deze man is volgens Visser-van Daal aan zijn lot overgelaten. 'Hij moet maar zien dat hij zich redt.'

Ze onderstreept dat de toekomst voor talloze geestelijk gehandicapten als gevolg van de lange wachtlijsten uitzichtloos is. 'Het is hard, maar je zou kunnen stellen dat het probleem zich pas oplost als je doodgaat.' De zes gehandicapten beroepen zich op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Zij menen als verzekerden recht te hebben op de verstrekkingen die daarin worden geregeld en vragen de rechtbank om het ziekenfonds Het Gooi en Omstreken onmiddellijk plaatsen in een gezinsvervangend tehuis te leveren of voor een alternatieve woonvorm te zorgen.

Naar aanleiding van het kort geding pleitten de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen (VNZ) en het betrokken ziekenfonds uit het Gooi er vorige week bij het ministerie van WVC voor om met tijdelijke maatregelen de nood te lenigen die door de lange wachtlijsten is ontstaan. De wachttijd voor een plaats in een zwakzinnigentehuis is ruim twee jaar. Ongeveer 4.000 zwakzinnigen hebben dringend een plaats in een tehuis nodig. Voor bijna net zoveel zwakzinnigen, 3.500, is opname gewenst. Ongeveer 2.000 van deze 7.500 zwakzinnigen zijn in een inrichting ondergebracht maar hebben meer zorg nodig.

Pag.7: Vervolg 'De overheid maakt het ons onmogelijk om onze taak als uitvoerder van de AWBZ goed te vervullen', zegt een woordvoerder van ziekenfonds Het Gooi en Omstreken. Het fonds, dat het onaanvaardbaar vindt dat geestelijk gehandicapten jarenlang moeten wachten op een woonvoorziening, hoopt dat het kort geding de overheid zal stimuleren middelen beschikbaar te stellen voor verdere uitbreiding van de capaciteit.

Hoewel staatssecretaris Simons (volksgezondheid) in januari 220 miljoen gulden voor uitbreiding van de zwakzinnigenzorg heeft uitgetrokken, menen het fonds en de VNZ dat de 'acute' problemen op korte termijn een tijdelijke oplossing vergen. Simons gaf toestemming om de zwakzinnigeninrichtingen - waaronder gezinsvervangende tehuizen - met 1.421 plaatsen uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de provinciale besturen bij hun bouwplannen prioriteit geven aan de door WVC voorgestelde uitbreidingen. Het Gooi komt echter niet in de plannen van de staatssecretaris voor.

In het Gooi staan 177 geestelijk gehandicapten met een hoge urgentiegraad op de wachtlijst. 'Wij verkopen al jaren nee aan deze mensen. Dat is voor de hulpverleners erg frustrerend en het wordt ook door de gehandicapten als zeer negatief ervaren', klaagt J. Berens, directeur van de Sociaal Pedagogische Dienst (SPD) in Hilversum die onder meer de zes gehandicapten begeleidt die het kort geding hebben aangespannen.

Sociale werkplaats

Het komt volgens Berens te vaak voor dat geestelijk gehandicapten een plaats in een inrichting buiten de eigen regio krijgen toegewezen, niet zelden in de vorm van een 'noodbed'. 'Gehandicapten raken dan hun plaats in een dagvoorziening kwijt, bijvoorbeeld een sociale werkplaats, en dan begin je weer van voren af aan.'

Een dergelijke plaatsing buiten de eigen regio leidt volgens Berens tot 'schrijnende gevallen'.

Bijvoorbeeld het geval van de man in Hilversum van wie de enige nog in leven zijnde ouder in een bejaardenhuis werd geplaatst. Berens: 'De gehandicapte mocht niet mee en kwam op een noodbed buiten de regio, in het Gelderse Uddel, bij Apeldoorn. Geen van beiden is in staat om zelfstandig te reizen, dus zien ze elkaar bijna niet meer'. Volgens Berens kan het versnellen van bouwprocedures een aanzienlijke verlichting van de wachtlijsten betekenen. Bovendien ziet hij een belangrijke rol voor de thuiszorg, waarmee geestelijk gehandicapten in afwachting van een plaats in een gezinsvervangend tehuis kunnen worden geholpen. Thuiszorg moet in dat geval een tussenstation blijven en mag plaatsing in een tehuis niet in de weg staan, meent Berens.