Twaalf vrouwen tegen 500 mannen; vrouw blijft uitzonderlijkeverschijning in Japans parlement

SENDAI, 20 febr. - Tomiko Okazaki kirt van vreugde. Ze is net gekozen als lid van het Japanse parlement, waarin zij voor de socialistische partij (JSP) de Miyagi-prefectuur van de stad Sendai zal vertegenwoordigen. In haar beige mantelpakje stapt ze kordaat het hoofdkwartier binnen van de JSP in Sendai, een middelgrote stad 350 kilometer ten noorden van Tokio. De lege flessen sake en bier, sporen van het feest van de vorige avond, staan keurig gerangschikt in een hoek van het pand. Tomiko poseert met graagte voor een levensgroot roze portret van partijleidster Takako Doi en roept dan: 'Geen tijd meer om te praten. Tokio wacht op mij!' Ze buigt diep en schudt de handen van de aanwezigen. Een handeling die in Japan alleen door politici wordt verricht.

Daar loopt ze, Tomiko Okazaki. Een kleine uitzondering in eigen partij - negen vrouwen op 136 parlementariers. Een grote uitzondering in de verzamelde volksvertegenwoordiging, waar 12 vrouwen aankijken tegen 500 mannen. Vrouw zijn in de Japanse politiek is geen voordeel. De machtige Liberaal-Democratische Partij, al 35 jaar de enige regeringsmacht, is als de Staatkundig-Gereformeerde Partij in Nederland: de stem van de vrouw is welkom maar zij moet zich niet met de politiek bemoeien. Het is voor vrouwen niet verboden zich aan te sluiten bij de LDP, ze komen simpelweg nauwelijks voor in de partijgelederen.

Allemaal mannen

In het nieuw gekozen parlement zitten 275 LDP'ers, allemaal mannen. De Tokiose huisvrouw Makiko Hamada wond zich vorige maand zo op over de vrouw-armoede in de LDP dat zij zich tot verbijstering van haar man Takujiro, een gerespecteerde Liberaal-Democratische volksvertegenwoordiger, als onafhankelijke kandidaat stelde voor het parlement. Mevrouw Hamada zei, na jarenlang als verlengstuk van haar echtgenoot te hebben gediend, zich nu te realiseren dat zij zelf ook wel eens iets wilde zeggen: 'Maar dat heeft niets met mijn huwelijk te maken, ik hou nog even veel van hem'.

Mevrouw Hamada werd zondag niet gekozen. Haar echtgenoot wel.

Yasuhiro Nakasone, de vroegere Liberaal-Democratische premier van Japan en boegbeeld van de LDP, vindt het niets: vrouwen in de politiek. Het succes van de socialisten bij de verkiezingen van zondag - een zetelwinst van 51 - is, daar kunnen vriend en vijand zich in vinden, vooral te danken aan een krachtdadig optreden van de 60-jarige Takako Doi, wier nieuwe elan de kiezers aanspreekt. Maar Nakasone zei knorrig over haar: 'Ze kan toch nooit minister-president worden, want ze is niet eens getrouwd'.

De traditionele rolverdeling slijt in het verder hypermoderne Japan moeizaam. Aan de wet ligt het niet meer. Sinds 1985 zijn daarin gelijke rechten en plichten van beide geslachten netjes vastgelegd. Daarvoor moest een vrouw die ging trouwen of 30 werd haar baan opgegeven.

Ander verhaal

De realiteit is echter een heel ander verhaal. Publiciste Reiko Tamura spreekt van 'lippedienst aan de gelijkheid; vrouwen zijn in werkelijkheid onderworpen aan openlijke en verhulde achterstelling'.

Dat is niet op alle terreinen het geval. In het gezin is de vrouw de baas. De Japanse samenleving is matriarchaal; Japanners hebben een sterk moedergevoel. Maar buiten het gezin telt de wet van de man. Japanse bedrijven werven personeel met verschillende categorieen advertenties: 'Mannen', 'Man/vrouw', 'Vrouwen', 'Mensen van oudere leeftijd' en in die volgorde. Man zijn heeft zo zijn voordelen. Een man krijgt de betere banen, kan aandelen kopen van het bedrijf waarin hij werkt en verdient aanzienlijk meer. Het gemiddelde vrouwenloon bedraagt 2.300 gulden. Dat van de mannelijke collega's ligt 60 procent hoger. Toegang tot de zenuwcentra van de samenleving, de alom tegenwoordige bureaucratie, het regeringsapparaat en de zakenwereld, is vrouwen zo goed als ontzegd. Onna no jidai werd 1989 genoemd: het tijdperk van de vrouw. Een reeks opzienbarende gebeurtenissen leek de prelude van de emancipatie te zijn. In april brak de 'keukenrevolutie' uit. Huisvrouwen gingen de straat op om te protesteren tegen de belasting van 3 procent op consumptiegoederen die de LDP-regering, toen nog geleid door Noboru Takeshita, invoerde.

De toch al extreem hoge kosten van levensonderhoud (drie- tot viermaal zo hoog als in de EG) werden zo nog verder opgeschroefd. De vrouwen waren woedend. Takeshita trad dezelfde maand nog af wegens betrokkenheid bij het Recruit-schandaal en zijn opvolger Sosouke Uno twee maanden later, nadat zijn relatie met een geisha was uitgelekt. Op de golven van de publieke (lees: vrouwelijke) verontwaardiging over dergelijke onverkwikkelijkheden slaagden de oppositiepartijen, de JSP voorop, er bij verkiezingen in juli in de meerderheid van de LDP in het Hogerhuis te breken. De kersverse premier Toshiki Kaifu nam om nieuwe rampen te voorkomen een ingrijpend besluit: hij benoemde twee vrouwen in zijn kabinet. Voor het eerst sinds het ontstaan van de LDP in 1955 kreeg Japan zo twee vrouwelijke bewindslieden: Mayumi Moriyama is nu kabinetssecretaris, een belangrijke post, en Sumiko Takahara minister van economische planning. Hoewel de uitslag van de verkiezingen van afgelopen zondag lijkt te bewijzen dat het tijdperk van de vrouw slechts een jaar heeft geduurd denkt Reiko Tamaru daar anders over: het kerngezin is nu het belangrijkste referentiekader van Japanse vrouwen en niet de uitgebreide familie zoals vroeger, meent zij. De vrouwen houden daardoor meer tijd over, die nu nog wordt geinvesteerd in vrijwilligerswerk, maar straks mogelijk in de politiek. Tamaru ziet een vergelijking met de Verenigde Staten in de jaren zeventig toen vrouwen doorbraken op alle maatschappelijke terreinen.

Commentaar van een huisvrouw in de Japan Times: niet alleen in Oost-Europa is de democratie achtergebleven, ook in Japan.

    • Lolke van der Heide