Turkse vrouwen betogen tegen artikel 238

ISTANBUL, 20 febr. - Enkele duizenden vrouwen, onder wie vijfhonderd prostituees, hebben in het Aziatische gedeelte van Istanbul een protestmars gehouden tegen artikel 238 van het Turkse Wetboek van Strafrecht. Dit stelt dat de bestraffing van verkrachting tot op een derde kan worden verminderd indien het slachtoffer een prostituee blijkt te zijn. De zaak werd eerder dit jaar actueel toen de verdediger van een verkrachter de rechtbank wist te overtuigen van het feit dat zijn slachtoffer er 'lichte zeden' op na had gehouden. Enkele verontruste juristen legde het betreffende artikel ter vernietiging voor aan het Constitutionele Gerechtshof omdat het indruiste tegen de 'gelijkheid van de burgers' van wie (maar dat zeiden zij er niet bij) prostituees ook nog maximaal veel belasting betalen.

Het Hof, uitsluitend uit mannen bestaande, besliste met 7 tegen 4 stemmen dat het artikel rechtvaardig was omdat de psychische schade aan een verkrachte prostituee toegebracht, minder groot zou zijn dan die aan een 'eerbare vrouw'. Zowel president als de vice-president van het Hof betoonde zich over dit besluit zeer geschokt, evenals het grootste deel van de pers en allerlei vrouwenorganisaties, inclusief het machtige syndicaat van prostituees in de havenstad Izmir, dat een staking overweegt. Een feministische organisatie riep haar leden op, zich een week van seksuele contacten te onthouden.

Bij de mars werden leuzen meegedragen als 'de man is de bron van agressie', 'weg met aanmoediging van agressie', 'eerbaar of eerloos, wij zijn vrouwen', 'prostituee is ook een beroep', en 'we willen niet tot thuisblijven worden veroordeeld'. Dit laatste verwoordt de vrees dat, als artikel 238 wordt toegepast, verdedigers van verkrachters steeds hardnekkiger zullen zoeken naar sporen van 'lichte levenswandel' bij het slachtoffer dat op die manier tot thuisblijven is gedoemd.