Studie belastingheffing in stedelijke gebieden

DEN HAAG, 20 febr. - Het kabinet onderzoekt of de gemeentelijke belastingtarieven in de grootstedelijke gebieden beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Dit heeft staatssecretaris De Graaff-Nauta (Binnenlandse Zaken) gisteren in de Tweede Kamer bekendgemaakt bij de behandeling van de begrotingen van het Gemeente- en Provinciefonds. Volgens haar is dit een beter middel dan een 'zogenoemde forensenbelasting'. Een dergelijke belasting is voorgesteld door de gemeentebesturen van Amsterdam en Rotterdam. De grote steden zijn veel geld kwijt aan het in stand houden van voorzieningen voor forensen, terwijl de gebruikers daar niet voor betalen. 'Mijn enthousiasme voor zo'n voorstel is niet erg groot', aldus de staatssecretaris.

De VVD-er L. Hermans keerde zich gisteren tegen elke belastingverhoging. Hij pleitte voor een verhoging van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds aan de grote steden. De Graaff-Nauta hield zich op de vlakte ten aanzien van de financiele problematiek van gemeenten. Samen met haar collega Van Amelsvoort (Financien) is ze in onderhandeling met gemeenten en provincies over nieuwe bestuursakkoorden waarin ook de financiele ruimte wordt geregeld.

De staatssecretaris kondigde aan dat in het kader van de sociale vernieuwing een aantal uitkeringen van het Rijk naar de gemeenten wordt samengevoegd. Hierdoor komen gemeenten eerder tot het voeren van een eigen beleid. Het kabinet heeft besloten de reeds eerder aangekondigde belasting voor pleziervaartuigen in 1992 in te voeren, zo deelde De Graaff-Nauta mee. Het kabinet studeert nog op de vraag hoe, en door wie (Rijk of provincie) de vaarbelasting wordt geheven. Het kabinet wil een vaarbelasting heffen, omdat het toenemend aantal waterrecreanten een zware wissel trekt op het milieu.