Onrust over militair oefenterrein in natuurgebied

EDE, 20 febr. - Geluidoverlast, stof en stank door tanks, helikopters en schietoefeningen, grote schade aan zeldzame plant- en diersoorten, negatieve effecten op toerisme en recreatie en waardedaling van aangrenzende woningen. Dat zijn enkele van de gevolgen die de Vereniging Verontruste Edenaren (VVE) voorziet als de plannen van Defensie doorgaan om op de Veluwe een Compagnies Oefen Terrein (COT) aan te leggen. Dit COT zal een oppervlakte beslaan van 1.000 hectare, begrensd door de 'oude' rijksweg Ede-Arnhem in het noorden, de A12 in het zuiden en omringd door Ede, Renkum, Oosterbeek, Wolfheze en Wageningen. Het gaat om een gedeelte van het Centraal Veluws Natuurgebied, bestaande uit de Sijsselt (210 ha bos), de Ginkelse Heide (362 ha heide), het Ginkelse Zand (282 ha bos) en het bosgebied Planken Wambuis (145 ha). Het grootste terrein is eigendom van Defensie, de andere moeten worden onteigend. De plannen voor het COT-Ginkelse Heide maken deel uit van een herschikking door Defensie van de oefenterreinen. In 1981 werden zeven plaatsen in Nederland aangewezen voor COT's. Doordat ten behoeve van de nieuwe oefenterreinen enige huidige oefenlokaties worden ingeleverd, verwacht Defensie dat de totale hoeveelheid oefengebied met 6.000 hectare wordt verminderd ten opzichte van 1980. Behalve op de Ginkelse Heide is er in Gelderland ook een COT gepland in Ermelo-noord. Het eerste van de zeven COT's, dat in de Marnewaard aan het Lauwersmeer, is vorig jaar in gebruik genomen. Het COT Ginkelse Heide moet het volgende worden. Volgens de VVE uniek in Europa: 'Nergens tref je zo dicht bij de bebouwde kom een COT aan.'

Defensie denkt dit oefenterrein zeker 25 jaar nodig te hebben.

Pantser-, infanterie- en (anti)tankpelotons oefenen er vijf dagen per week en achtenveertig weken per jaar met dertig rupsvoertuigen en tanks. Voor de inrichting van het terrein moet 200 ha bos worden gekapt op het Ginkelse Zand. Dat is ongeveer vijftig keer de oppervlakte van het bos bij Amelisweerd dat moest sneuvelen voor de aanleg van een weg. Een derde van het gebied zal bestaan uit een banenstelsel en een derde blijft bos.

Voor behandeling in de Tweede Kamer is het wachten voorlopig nog op de Milieu Effect Rapportage (MER), die in opdracht van Defensie wordt samengesteld door een ingenieursbureau in Amersfoort. Vorig jaar mei zou dit rapport al aan de staatssecretaris worden aangeboden, maar kolonel P. L. A. M. van den Hoek van de directie Gelderland van Defensie verwacht dat het zeker tot april zal duren voordat het klaar is. Als oorzaak van de vertraging noemt hij het feit dat dit de eerste keer is dat er een MER wordt opgesteld en men met wat kinderziekten te kampen heeft gehad. De reden is in elk geval niet de door minister Ter Beek aangekondigde bezuinigingen en de ontspanning tussen Oost en West. 'Het Structuurschema militaire terreinen gaf in 1985 duidelijk aan welke behoefte er is aan ruimte voor Defensie en die behoefte is er nog steeds. Er is geen reden om de plannen nu te wijzigen', zo benadrukt Van den Hoek. De schriftelijke vragen die Groen Links hierover onlangs in de Kamer stelde zijn nog niet beantwoord. Ten behoeve van de MER zijn er behalve door de directie Gelderland van Defensie ook onderzoeken verricht door de Amsterdamse universiteiten en de Landbouwuniversiteit in Wageningen. De deelrapporten bevatten zorgwekkende berichten over de flora en fauna in het gebied. Zo leven in de vier natuurgebieden beschermde dieren als de das en de boommarter. Voor het grofwild vormt het gebied de enige wisselzone met de rest van de Veluwe. Ook voor reptielen, amfibieen en insecten - er komen onder meer 362 vlindersoorten voor - is het terrein van grote waarde.

Wat de flora betreft constateerden de onderzoekers dat de heide op de Ginkelse Heide nog vrijwel compleet is en er met name in de Sysselt bijzondere paddestoelen voorkomen. Op het Ginkelse Zand is zogenoemd roodzand aangetroffen, waarvan in Nederland nog maar twintig hectare over is. De MER zal tevens uitsluitsel geven over geluidoverlast en over de historische waarde van het gebied.

De VVE acht een COT in de omgeving niet toelaatbaar. In een straal van tien kilometer rond het gebied wonen 200.000 mensen en er is nu al veel overlast door helikopters en tanks. 'Wat wij niet begrijpen', zegt secretaris C. Vriend, 'is dat niet voor een lokatie in de Flevopolder is gekozen. Dat zou, volgens Defensie, te duur worden, zo'n 100 miljoen gulden. Deze natuurgebieden hier onteigenen en inrichten kost volgens Defensie maar 30 miljoen. Vraagt niemand zich dan af wat de maatschappelijke kosten zijn? De Flevopolder is daarbij vergeleken een koopje'. De vereniging vindt dat er eerst geld moet worden gestopt in een onderzoek naar simulatietechnieken, een methode die Defensie volgens Vriend nog veel te weinig gebruikt. Met haar protesten bestookt ze de minister, staatssecretaris en de Kamerfracties. 'Als het moet stappen wij naar de Raad van State', aldus vice-voorzitter J. K. Loman.

Misschien is Ede niet eens zo rouwig om het lange uitblijven van de MER, omdat het aanvankelijk door het gemeentebestuur ingenomen standpunt in de loop der tijd nogal is veranderd en er nu een nieuwe strategie moet worden gevonden. Al in 1981 werd in de Edese gemeenteraad een eerste discussie gewijd aan de plannen van Defensie. De meerderheid van de raad (de PvdA en Progressief Ede uitgezonderd) zag toen geen andere uitweg dan zich te verzoenen met een COT, 'tenzij er planologisch alternatieven zijn'. Inmiddels is de meerderheid van de raad, evenals het provinciaal bestuur dat zich van het begin af aan al een fel tegenstander toonde, tegen een COT op de Ginkelse Heide.

In afwachting van de uitslag van de MER heeft de gemeente een communicatiebureau in de arm genomen om haar strategie klaar te hebben als de vaste Kamercommissie voor Defensie moet worden benaderd en is het onderzoeksinstituut De Dorschkamp in Wageningen ingeschakeld om de gevolgen van de houtkap op het Ginkelse Zand te inventariseren. Het gemeentebestuur heeft ook een platform opgericht bestaande uit afgevaardigden uit de drie betrokken gemeenten, de VVE, de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten, het Geldersch Landschap en de Milieufederatie.

    • Yoke Janse