Onderwijs in Zuid-Afrika is 'education for liberation'.

In het Zuid-Afrikaanse onderwijs nemen de blanken een bevoorrechte positie in. Toch zijn de slechte prestaties, de vele drop-outs en de demotivatie van de zwarte leerlingen niet alleen het gevolg van discriminatie. Ook de politieke strijd heeft het onderwijs ontregeld. Inmiddels lijkt er sprake van een ommekeer. Honderden leraren uit Soweto, het grote zwarte woonoord bij Johannesburg, staan met spandoeken voor het grijze regiogebouw van het Department for Education and Training (DET) in Braamfontein, een stadsdeel van Johannesburg. ' Weg met het apartheidsonderwijs, wij willen meer scholen' staat op de doeken geschilderd. Een onderwijzer houdt een bord op met een niet mis te verstane tekst in het Afrikaans: ' DET is vol Skobejakke, Sakerollers en Boemelaars'. Zwarte onderwijzers en leerlingen hebben in Zuid-Afrika reden tot klagen. In de verdeling van het nationale onderwijs-budget komen ze er slecht vanaf. Pretoria geeft voor een blanke leerling elk jaar een bedrag van 2.538 rand uit, terwijl voor een zwarte scholier slechts 504 rand beschikbaar is. Kinderen van kleurlingen en Indiers moeten het respectievelijk doen met 1.286 en 1.857 rand. Het onderwijsstelsel is opgedeeld naar ras - of bevolkingsgroep, zoals de regering het zelf pleegt uit te drukken. Voor blanke kinderen wordt het onderwijs georganiseerd via de vier provinciale departementen, zodat een zekere mate van regionale autonomie mogelijk is. Ook kleurlingen en Indiers hebben hun eigen onderwijsdepartementen. Maar voor de zwarten is er de DET, een departement dat wordt bestuurd door blanken, en waar zwarten geen hogere posten bekleden dan assistent-regionaal directeur.

Hoewel de Zuidafrikaanse president Frederik de Klerk de afgelopen maanden veel vorderingen heeft gemaakt met het ontmantelen van de apartheidswetgeving, blijft het gescheiden onderwijs voor de blanken een heilige koe. De minister van Nationaal Onderwijs, Stoffel van der Merwe, heeft vorige week nog eens onomwonden verklaard dat het onderwijs binnen de categorie 'eigen zaken' van elke bevolkingsgroep valt. Gemengde scholen, die nu nog volgens de wet zijn verboden, wil de regering mogelijk maken voor ouders die er geen bezwaar tegen hebben om hun blanke kinderen naast een zwarte of kleurling in de klas te zetten. Waarnemers verwachten echter dat relatief weinig blanken hun kinderen naar 'gemengde scholen' zullen sturen.

Lege klaslokalen

De opdeling van het onderwijs naar ras heeft tot grote onderlinge verschillen geleid. Zo staan in sommige delen van het land klaslokalen voor blanken leeg, terwijl die van zwarte scholen zijn volgepropt met leerlingen. Blanke gemeenschappen gaan ook vaak over tot 'bussing' om hun kinderen naar een blanke school te kunnen brengen, terwijl er een zwarten- of kleurlingenschool in de buurt staat.

De klachten die de zwarte leraren voor het gebouw van DET ventileren zijn steeds dezelfde: de klassen zitten te vol, er zijn te weinig onderwijzers, er zijn te weinig scholen en er is te weinig lesmateriaal. In Soweto staan ongeveer 250 scholen, waarvan er slechts 30 electriciteit hebben. Een zwarte leraar heeft doorgaans 40 tot 50 kinderen in de klas - een blanke onderwijzer heeft gemiddeld 20 kinderen voor zich zitten.

De omstandigheden waarin Soweto-scholieren leren lezen en schrijven zijn miserabel, maar het grote woonoord is nog de 'creme de la creme' in vergelijking tot andere delen van het land. In de thuislanden, de vaak dorre en afgelegen delen van Zuid-Afrika waar de zwarten zichzelf moeten besturen, is gemiddeld slechts 250 rand voor elke scholier beschikbaar. Het gevolg is dat er in Kwazulu, het thuisland van de Zulu-stam in Natal, scholen zijn met 1600 leerlingen, 30 onderwijzers, 25 lokalen en twee toiletten. En het wordt alleen maar erger. Door de demografische explosie onder de zwarte bevolking in Zuid-Afrika is het aantal zwarte leerlingen de laatste tien jaar drastisch gestegen en het einde is nog niet in zicht. In 1979 deden 20.000 zwarte kinderen eindexamen, vorig jaar waren het er 190.000. Het is onder deze omstandigheden niet verwonderlijk dat van de 190.000 zwarte scholieren die eind vorig jaar hun eindexamen deden, de zogenoemde matric, slechts 42 procent slaagde. De meesten zakten omdat ze thuis, in de piepkleine huisjes in de woonoorden, geen rustige plek hebben om te leren, omdat ze in een grote klas geen aandacht krijgen of omdat ze geen boeken kunnen bemachtigen. Het aantal drop-outs is erg groot, de scholieren zijn gedemotiveerd: het onderwijs voor zwarten is volledig ontwricht.

Nelson Mandela

Maar het zijn niet alleen de slechte omstandigheden die van het eindexamen een massaal 'zak-evenement' maken. Ook de politieke strijd aan de scholen heeft het onderwijs ontregeld. Tijdens zijn toespraak in Soweto heeft ANC-leider Nelson Mandela de kinderen vorige week niet voor niets opgeroepen om weer naar de klas te gaan. ' Onderwijs is voor ons een middel tot bevrijding', zei hij. De ontregeling van het onderwijs in de zwarte woornoorden is begonnen in de jaren zeventig, toen scholieren uit protest een massale schoolboycot begonnen. Kinderen die op hun vijfde of zesde al sterk waren gepolitiseerd, leidden het protest. Vrijwel geen enkel kind kon er zich aan onttrekken, en de boycot heeft de regelmaat van het studeren gebroken. Veel kinderen meenden dat eerst de bevrijding zou komen en dat onderwijs van latere zorg was: de 'struggle' stond voorop. Vooral voor pubers had de schoolboycot een aangename werking. Ze konden thuisblijven tijdens de zogenoemde 'stay aways', ze mochten demonstreren en ze mochten betogen. Het systeem moest eerst omver.

De vijand, de 'State', bleef echter overeind en de kinderen raakten achterop. Ze haakten af, werden werkeloos en keerden zich ook tegen kinderen die wel naar school gingen. Het onderwijs voor de 6 miljoen zwarte kinderen is nu een chaos, met jongeren die zich hebben bedacht en op oudere leeftijd weer naar school terugkeren, met 'schoolleiders' die de ongehoorzamen intimideren en grote groepen zittenblijvers. In de klas zit iedereen door elkaar, oud en jong, beginners, gevorderden en achterblijvers. Van een normaal sociaal leven is op de scholen geen sprake meer.

Meer managers nodig

Tegelijk is het zo dat de tijden van Hendrik Verwoerd, de architect van de apartheid die meende dat zwarten zo weinig mogelijk onderwijs moesten hebben, definitief voorbij zijn. De economie heeft steeds meer geschoold kader nodig, meer managers dan er blanken zijn. Terwijl vroeger zwarten veel geschoolde beroepen niet mochten uitoefenen, zijn die belemmeringen inmiddels opgeheven. Het zwarte onderwijs concentreert zich vooral op lager en middelbaar onderwijs.

Maar het snel stijgende aantal leerlingen maakt het steeds moeilijker om de benodigde faciliteiten in Zuid-Afrika's onderwijsstelsel van zeven jaar lagere school en daarna vijf jaar middelbaar onderwijs te bekostigen. Om het tekort aan onderwijzers op te heffen heeft DET toegestaan dat mensen met een lagere kwalificatie dan die van onderwijzer voor de klassen mogen staan, met name in het lager onderwijs. Hierdoor zijn er twee categorieen onderwijzers ontstaan: de gekwalificeerden en de geschoolden die slechts enkele jaren middelbaar onderwijs hadden genoten. Deze moeten echter, omdat er te weinig gekwalificeerde onderwijzers zijn, in veel gevallen invallen in hogere klassen. Inmiddels is het onderwijspeil gedaald en daarmee ook de resultaten van de leerlingen.

Die hebben echter geleerd hoe ze actie moeten voeren: ze gaan nog regelmatig in staking als ze het niet met de onderwijzer eens zijn en eisen bij examens ' dat de hele klas slaagt'.

Als de onderwijzer niet meewerkt gaan de scholieren uit protest in de gang liggen.

Maar sinds kort hebben de slechte resultaten bij de matrics, de eindexamens die centraal worden nagekeken en waarop schoolacties geen invloed hebben, de zwarte leiders wakker geschud. Onder de blanke kinderen slaagt 95 procent. In de woonoorden wordt nu openlijk gesproken over ' de crisus in het onderwijs', en enige jaren geleden is het Nationale Onderwijscrisus Comite - NECC- opgericht. Het NECC eist dat de ongelijkheid in het onderwijs wordt opgeheven maar raakt, mede door de invloed van Mandela, er steeds meer van overtuigd dat ' een normaal schoolleven eerst moet worden hersteld'. Onderwijs is in Zuid-Afrika een beladen politieke kwestie, een gevecht voor gelijke kansen en een strijd om uiteindelijk greep te krijgen op de maatschappij. Het ANC onder leiding van Mandela beseft steeds meer dat onderwijs een van de sleutels is voor politieke macht. Daarom lopen de kinderen in de townships nu rond in T-shirts met het opschrift: 'education for liberation'. Scholieren moeten weer in hun zwart-witte schooluniformen in de klas gaan zitten in plaats op het schoolplein de jonge verzetsheld te spelen.

    • Derk-Jan Eppink