Ondernemend Polen druk bezig zich uit de armoede te bevrijden

WARSCHAU, 20 febr. - De meeste Polen hebben het zeer moeilijk als gevolg van hun snel dalende koopkracht. Maar niet de 57-jarige Janusz Wojciechowski. Hij voorzag al vijf jaar geleden dat zijn land de centrale planeconomie de rug zou moeten toekeren en begon via een slimme constructie een particuliere onderneming. Juist nu ieders koopkracht daalt, is zijn maandinkomen gestegen tot 3 miljoen zloty, dat is zes keer modaal. Bescheiden zegt hij dat hij niet veel luxe nodig heeft. Met zijn nieuwe Mercedes in het land van ouderwetse, rammelende FSO-auto's is hij tevreden.

Wojciechowski werkte altijd in overheidsdienst, waarbij hij vele jaren - betaald door de Verenigde Naties - naar Cuba en Algerije was uitgezonden als adviseur voor verbetering van de infrastructuur. Toen zijn pensioen naderde, besloot hij zelfstandig ondernemer te worden. Hij wist te ontsnappen aan de vele barrieres die het particulier ondernemerschap in Polen in 1985 nog buitengewoon moeilijk maakten. Officieel begon hij niet zelf de industrie van medische apparatuur Emco, maar werd zijn tot Zwitserse genaturaliseerde dochter, die in Zurich woont, de eigenares.

Emco is dus een Zwitserse onderneming in Polen en was als zodanig niet onderworpen aan staatscontrole op personeel en salarissen. Bovendien kreeg het buitenlandse bedrijf belangrijke belastingfaciliteiten.

Er werd met vier man personeel gestart. Nu zijn bij Emco zestig werknemers in dienst. Daaronder zijn negen ingenieurs die de elektronische instrumenten - begonnen is met de aankoop van een Oostduitse licentie - verder ontwikkelen.

Emco groeide tot nu toe met 300 procent per jaar. Klanten zijn behalve in Polen vooral ook in de Sovjet-Unie en in Tsjechoslowakije. Westerse concurrentie wordt niet gevreesd. Dank zij de lage Poolse lonen kan Emco ongeveer 20 procent goedkoper leveren dan Westeuropese bedrijven.

De winst werd tot nu toe in hoofdzaak in de onderneming geinvesteerd. Behalve een bedrag dat de Zwitsers-Poolse eigenares jaarlijks opnam om in Polen vakantie te vieren. Vader Wojciechowski leidde als directeur de onderneming tot eind vorig jaar tegen een salaris van 40.000 zloty per maand, dat is in harde valuta omgerekend acht gulden. Hij stelde zich met dit symbolische bedrag tevreden omdat hij bij een hoger inkomen zijn staatspensioen van 500.000 zloty per maand zou verspelen. Sinds 1 januari van dit jaar mogen gepensioneerden net zoveel bijverdienen als zij willen. Terwijl iedereen zucht over het verlies van koopkracht, heeft Wojciechowski zijn directeurssalaris van 40.000 zloty verhoogd tot 3 miljoen zloty.

Veel Polen zijn al jaren met veel fantasie in de weer om aan de beperkingen van de officiele armoedige inkomens te ontkomen. De 42-jarige Marek Hiz zei twee jaar geleden zijn administrateursbaan op. Hij ging in 1988 drie maanden naar Noorwegen, waar hij schilderend, appels plukkend en klussend genoeg geld verdiende om voor zijn vrouw een kleine Poolse Fiat te kunnen kopen en geld over te houden om de rest van het jaar prinsheerlijk te leven. Hij kon per maand 100 dollars in zloty's omwisselen. Het salaris dat hij eerder verdiende, stond gelijk aan 30 dollar per maand. Hij besteedde een jaar aan vissen, wat vrienden helpen met klussen, en toog vorig jaar weer met vrouw, zoon en dochter drie maanden naar Noorwegen.

De verdiensten waren nog beter. Maar door de recente devaluatie van de zloty is zijn geld plotseling nog maar een vijfde waard. Hoewel zijn vrouw werkt als vertaalster, vindt hij dat hij, voor hij de komende zomer weer naar Noorwegen trekt, toch wat moet werken om zijn levensstandaard op peil te houden.

Als vroegere chauffeur kan hij auto's repareren. Daarom is hij met een buurman uit zijn flat - een ingenieur machinebouw - een eigen firma begonnen. Een autoreparatiebedrijf zonder werkplaats. In de hele buurt heeft hij briefjes tussen ruitewissers gestopt met de aanbieding alle reparaties voor de deur van de klant uit te voeren met een korting van 33 procent op de officiele garageprijzen. De investering is de 448.000 zloty belasting die een kleine ambachtsman vast per maand moet betalen. Marek is net gestart. Zijn eerste karwei was de reparatie van een lekke band. Een buurman wiens accu niet meer wordt opgeladen, zag ondanks de 33 procent korting van de reparatie af. Hij had niet genoeg geld en laadt voorlopig iedere avond dan maar de accu thuis op. Marek Hiz heeft moeten vaststellen dat in zijn buurt geld voor noodzakelijke reparaties dikwijls ontbreekt.

Stanislaw is zo bang voor de fiscus dat hij zelfs in het buitenland anoniem wil blijven. Hij maakt goedkope sieraden die zijn vrouw verkoopt in heel Polen. Een onderneming waaraan hij altijd goed verdiende omdat een groot deel van de zaken buiten de fiscus om werd gedaan. Tot eind vorig jaar had hij officieel drie man in dienst, maar bovendien werkten elf mensen zwart voor hem.

Toen hij vorig jaar de toespraak van minister Leszek Balcerowicz van financien in het parlement over het economisch hervormingsplan las, nam hij dadelijk zijn maatregelen. Hij ontsloeg iedereen, tot hij nog slechts twee zwartwerkers over had.

Hogere belastingen, hogere sociale verzekeringen, hogere kosten voor transport en energie, een werkplaatshuur die steeg van 3.000 zloty per vierkante meter naar 30.000 zloty en naar verwachting dit jaar nog op 60.000 zloty zal komen, dat was Stanislaw te veel. Bovendien heeft het Poolse publiek bij een met tientallen procenten dalende koopkracht wel wat anders aan het hoofd dan het kopen van sieraden waarvan de produktiekosten in een maand tijd zijn vertienvoudigd.

Stanislaw probeert door het berekenen van een minimale winst zijn zaakje drijvende te houden. Voor de fiscus is hij niet bang. 'Ik ken beter de wegen om mijn inkomen geheim te houden dan dat de belastingambtenaren de officiele regels kennen.'

Hij is wel teleurgesteld in de opstelling van Solidariteit in de regering. Hij vindt dat de kleine ambachtslieden worden vernietigd ten gunste van hun op grote ondernemingen gericht beleid. 'Ik dacht nog wel dat deze regering de particuliere sector een kans zou bieden.' De 31-jarige ingenieur Robert Ulewski, directeur/mede-eigenaar van de computerfirma Copact is minder somber. Hij vangt kostenstijgingen tot nu toe succesvol op door de geschatte inflatie van de toekomst alvast in zijn offertes door te berekenen. En werkend bij een staatsorganisatie voor buitenlandse handel had Ulewski al gauw door dat een eigen bedrijf hem meer mogelijkheden zou bieden. Hij werkt met 21 mensen in een tot kantoor en werkplaats omgevormde woning in een buitenwijk van Warschau. Computers uit Singapore en Taiwan worden in onderdelen ingevoerd via West-Duitsland, omdat rechtstreekse betaling naar het Verre Oosten vanuit Polen nog te gecompliceerd is. Copact zet de computers in Warschau in elkaar. Daardoor is slechts 5 procent invoerrechten voor onderdelen verschuldigd in plaats van de 15 procent die bij import van complete computers moet worden betaald.

De klanten van Copact zijn vooral staatsondernemingen, die gebruik kunnen maken van een speciale service-afdeling van het bedrijfje. Zij zijn tot nu toe de enigen die zich op grotere schaal de aanschaf van computers kunnen permitteren. De veranderende economische situatie brengt Ulewski zowel voordelen als problemen. Invoer van computeronderdelen is gemakkelijker geworden, omdat geen speciale vergunningen meer vereist zijn. Maar daartegenover staat dat de toekomst van de klanten-staatsbedrijven onzeker is. Bovendien is er onzekerheid over de toekomst van de export naar de Sovjet-Unie. Dat land betaalt Copact tot nu toe met goederen, die Ulewski weer doorverkoopt aan Poolse staatsondernemingen. 'Ik kan altijd geld verdienen', zegt Ulewski zelfverzekerd. Hij rekent er vooral op dat hij als Pool betere kansen heeft dan Duitsers bij handel met de Sovjet-Unie. Rijk behoeft hij niet te worden. Dat hij zich aan het hoofd van een computerbedrijfje met een jaaromzet van 300 miljoen zloty - ongeveer 60.000 gulden - een Westerse auto, een Fiat Uno, kan permitteren, maakt hem al zeer tevreden.

Dit is het vierde artikel in een serie over de Poolse schoktherapie. Eerdere artikelen verschenen op 13, 15 en 16 februari.

    • Ben van der Velden