Kabinet verlangt nauwer overleg Duitse hereniging

DEN HAAG, 20 feb. - De veiligheidsbelangen van Nederland en van de andere buurlanden van Duitsland kunnen volgens de Nederlandse regering niet buiten die landen om door de vier mogendheden en de twee Duitse staten worden geregeld.

Het kabinet blijft bij zijn standpunt dat Nederland nauwer bij de besluitvorming over de Duitse eenheid moet worden betrokken dan op dit moment in het internationale overleg is voorzien. In een vanmorgen aan de Tweede Kamer gestuurde notitie noemt minister Van den Broek van buitenlandse zaken de geldende procedure 'niet voldoende'. Volgens dit door de Westduitse minister Genscher voorgestelde plan blijft de betrokkenheid van Nederland (en andere NAVO-buurlanden van de Bondsrepubliek) thans beperkt tot 'het in ontvangst nemen' van de resultaten van het overleg tussen de beide Duitse staten en de vier mogendheden Amerika, Sovjet-Unie, Engeland en Frankrijk. Van den Broek wil daarover echter nog 'een diepgaande discussie'.

Hij vindt dat wanneer er afspraken worden gemaakt over een lidmaatschap van het verenigd Duitsland van de NAVO, met speciale veiligheidsafspraken in zake het grondgebied van de huidige DDR, 'dit vanzelfsprekend ook de overige bondgenoten raakt'. De afspraak de besluitvorming te beperken tot het zgn. 'Twee plus vier'-overleg werd genomen door de zes betrokken landen tijdens de NAVO-Warschaupact ministersconferentie in Ottawa. De ministers van buitenlandse zaken van de zes landen spraken daar af om tijdens een conferentie later dit jaar 'de externe aspecten te bespreken van de vestiging van de Duitse eenheid, met inbegrip van de veiligheidsaspecten van de buurlanden'.

Van den Broek schrijft in zijn notitie aan de Kamer tegen deze laatste toevoeging onmiddellijk 'verzet te hebben aangetekend'. Er ging naar zijn mening de suggestie van uit 'dat de veiligheidsbelangen van de buurlanden van Duitsland buiten die landen om door deze zes landen moest worden besproken'.

'Meerdere bondgenoten sloten zich bij deze zienswijze aan', zo staat in de brief aan de Kamer. De Kamer debatteert waarschijnlijk donderdag met de regering.