Inburgerings-programma minderheden

DEN HAAG, 20 febr. - Het kabinet wil de tienduizenden migranten die jaarlijks ons land binnenkomen een zogenoemd inburgerings-programma bieden. Minister d'Ancona (WVC) gaf de Kamer gistermiddag onverwacht enig inzicht in het binnenkort uit te brengen kabinetsstandpunt over het minderhedenbeleid in de jaren negentig. Zij zei de achterstand van nieuwe migranten meteen na aankomst in Nederland te willen aanpakken. Met onderwijs, taalcursussen, beroepsopleiding en inschrijving bij het arbeidsbureau zal meteen begonnen worden. Het kabinetsstandpunt over het allochtonenbeleid wordt over twee weken verwacht. Volgens minister De Vries (sociale zaken) komen er jaarlijks 60.000 migranten in Nederland aan. Hij zei dat deze groep de neiging toonde 'fors te groeien'.

In het kabinet wordt het principe van het 'inburgeringstraject' aanvaard - alleen over de kosten, en dus over de omvang, van het project is men het nog niet eens. Minister d'Ancona wekte gistermiddag de indruk dat iedere migrant op een dergelijk aanbod van de overheid kan rekenen, 'als het kan vanaf hun nulde jaar'.

Zij sprak van 'maatwerk met een vooraf afgesproken einddoel'.

Haar aankondiging werd algemeen beschouwd als een poging om de discussie in het kabinet onder druk te zetten. Uit de Kamer kreeg zij nadrukkelijk lof van onder meer CDA en VVD over haar bijdrage die gezien werd als de enige poging van regeringszijde gistermiddag om een algemene visie op het minderhedenbeleid te geven.

Minister De Vries toonde zich in het overleg met de Kamer zeer bezorgd over de achterstand van minderheden op de arbeidsmarkt. Van de 380.000 werklozen behoren er 85.000 tot de etnische minderheden. Bij veel groepen is de werkloosheid 50 procent of meer. De Vries wil de nieuwe regionale organisaties voor de arbeidsvoorziening verplichten jaarlijks bepaalde minimale aantallen mensen uit de etnische minderheden aan werk te helpen. Het zullen zogenoemde taakstellende cijfers zijn, waarvan De Vries ieder kwartaal wil weten of ze ook gehaald zijn. Op de vraag uit de Kamer wat er gebeurt als de resultaten achterblijven, zei De Vries dan eerst de oorzaken te willen analyseren en zich daarna te 'bezinnen op actie'.

Dat kan bestaan uit het 'confronteren van de werkgevers, hen herinneren aan de afspraken'.

Over de WRR-aanbeveling om alleen overheidsorders te geven aan die bedrijven die voldoende minderheden in dienst namen, zei De Vries dat 'daar nog op gestudeerd wordt'.

Hij zei een quotum-beleid voor werkgevers 'iets te eenvoudig' te vinden. 'Minderheden moeten worden erkend en behandeld als volwaardige werknemers'.