Akkoord over rijksbijdrage voor vaste verbinding Westerschelde

DEN HAAG/MIDDELBURG, 20 febr. - De provincie Zeeland en het Rijk hebben een akkoord bereikt over de financiering van een vaste oeververbinding Westerschelde tussen Zuid-Beveland en Zeeuwsch-Vlaanderen. Gedeputeerde Staten van Zeeland accepteerden gisteren het 'finale' bod van een jaarlijkse bijdrage van 41,1 miljoen gulden dat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) vorige week vrijdag op tafel had gelegd. Waarschijnlijk zal aan het eind van dit jaar de beslissing vallen welke aannemer de toltunnel of een toltunnel-brug mag bouwen en waar deze zal worden aangelegd. De prijs van de nieuwe oeververbinding is afhankelijk van de keus voor een brug-tunnel (700 miljoen gulden) of een tunnel (800 miljoen). Verwacht wordt dat Provinciale Staten zullen instemmen met het akkoord.

De financiers van het project houden nog een slag om de arm of de oeververbinding kan worden gerealiseerd. Het Rijk neemt nu weliswaar de BTW voor zijn rekening, maar volgens directeur G. P. M. van Os van de Tolbrugmaatschappij (TBM), een van de twee aannemerscombinaties die in de race zijn voor het project, is het probleem van de indexering nog niet opgelost; tijdens de bouw wordt de inflatie voor 100 procent doorberekend, daarna voor 50 procent. Het is de vraag of dat voldoende is, aldus Van Os. Bij de concurrent, de Exploitatiemaatschappij Westerschelde (EW), spreekt F. Luyendijk van een 'financieel zeer complexe zaak'.

'We moeten nu berekenen of we het hiervoor kunnen doen.'