Slechts snuivers en spuiters kunnen drugs bestrijden

Zal de 'declaratie van Cartagena' die president Bush vorige week beklonk met de leiders van de drie voornaamste cocaine-producerende landen in Latijns-Amerika veel effect hebben op de houding van een miljoen verpauperde boertjes die met de coca-verbouw letterlijk een gouden slag hebben geslagen? Het is moeilijkvoorstelbaar. Er komen meer Amerikaanse dollars om de drugsplaag 'aan de basis' in Latijns-Amerika te bestrijden. President Bush bood 2,2 miljard dollar over vijf jaar en hij hoopt dat het Congres hem nog wat meer zal toeschuiven. Daarnaast willen de Verenigde Staten de drugsproducerende landen met het liberaliseren van de handel ter wille zijn.

Met deze verruimde middelen moeten de Latijns-Amerikaanse coca-campesinos door een combinatie van dwang (vernietiging van de coca-plant en het onderscheppen van coca-transporten) en economische hulp (het stimuleren van de verbouw vam legale gewassen) van hun lucratieve activiteit worden afgebracht. Als de geschiedenis van de afgelopen jaren iets aantoont, is het wel dat dwang en repressie weinig uithalen. In de Peruaanse Alta Huallaga-vallei, waar de helft van 's werelds coca wordt verbouwd op zo'n 250.000 hectare, lanceerde de Peruaanse regering in de jaren tachtig met Amerikaanse hulp verscheidene Condor-programma's.

Coca-akkertjes werden gekapt, coca-transporten werden onderschept en de illegale vliegveldjes waar Colombiaanse vliegtuigen de coca en coca-pasta 's nachts kwamen afhalen, werden opgeblazen. De gevolgen? De coca-akkertjes werden weer snel beplant of elders aangelegd, het vinden van nieuwe coca-handelsroutes bleek in dit weelderig begroeide terrein geen enkel probleem en zelfs de gaten in vliegstrips werden in enkele uren gedicht. Daarbij komt dat deze hardhandige acties de plaatselijke bevolking in de armen dreef van de maoistische guerrillastrijders van Sendero Luminoso, die bescherming bieden tegen de regering in Lima en optimale prijzen bedingen van de Colombiaanse opkopers. Een harde aanpak van het probleem bleek dus volstrekt haaks te staan op de anti-guerrilla-oorlogvoering en dat zette de regering in Lima terecht aan het denken.

OverlevingEnkele jaren geleden hadden de massa's verarmde Andes-bewoners voor hun overleving nog weinig andere keus dan af te dalen naar Lima om daar verder te ploeteren in een van de zich onbelemmerd uitbreidende 'Pueblos Jovenes' (Jonge Dorpen). Nu trekken steeds meer kansloze hooglanders oostwaarts om zich op de Andes-hellingen aan de coca-cultuur te wijden. De coca-verbouw strekt zich al uit over vrijwel de hele lengte van de duizenden kilometers lange oostelijke Andes-flanken en is volgens deskundigen in Lima al veel omvangrijker dan uit officiele statistieken blijkt.

In Bolivia is de situatie nauwelijks anders. In 1986 werden daar zelfs Amerikaanse militairen en helikopters ingezet bij de hardhandige coca-bestrijding. De resultaten waren echter minimaal. Om de Amerikaanse autoriteiten gunstig te stemmen en de Amerikaanse dollarstroom te onderbreken, laat de Boliviaanse regering per jaar 2 a 3000 hectare coca-aanplant vernietigen, al groeit de totale omvang van de aanplant nog steeds stevig. Op 16 januari vertelde de Boliviaanse president Paz Zamora de half miljoen boertjes die van de coca leven, dat zij niet moeten wanhopen. 'De boeren', zei hij, 'moeten vertrouwen hebben in hun regering die, door te onderhandelen met de internationale gemeenschap, hun concrete baten zal bezorgen'. Op de 'drugs-top' van Cartagena werd vorige week inderdaad meer nadruk gelegd op een economische aanpak van de anti-drugsoorlog. Toch zijn de perspectieven op dit punt nauwelijks beter. Er is wel eens met het idee gespeeld dat de Verenigde Staten en de overige cocaine-consumerende wereld elk jaar de hele coca-oogst zouden opkopen. Die beloopt in Peru en Bolivia een waarde van zo'n twee miljard dollar terwijl beide landen volgens de 'top van Cartagena' per jaar op zo'n 280 miljoen Amerikaanse hulpdollars mogen rekenen.

Maar als de drugshandelaren meer bieden? Verder zou zo'n aanpak waarschijnlijk legers van nieuwe coca-verbouwers trekken, die azen op een forse compensatie van de rijke overzeese consumenten. Deze niet-marktgerichte aanpak is dus niet aantrekkelijk.

Overschakelen

Biedt het financieel helpen van coca-boeren om over te schakelen op legale gewassen - waartoe in Cartagena ook werd besloten - meer kans? Nauwelijks. De coca is een gemakkelijke en snelgroeiende plant, die weinig onderhoud vraagt en vier oogsten per jaar voortbrengt die de boer per jaar 4500 dollar per hectare opleveren. Ter vergelijking: een hectare rijst zou de boer per jaar 600 dollar opleveren en pepers 1000 dollar. De palmolie zou met 1200 dollar nog een concurrent van de coca kunnen zijn. Zal zo'n 200 dollar aan compensatie, waarop de coca-boeren nu mogen rekenen als ze een ander gewas gaan verbouwen, zoden aan de dijk zetten? Natuurlijk niet.

Bovendien is in de Peruaanse Alta Huallaga, als 's werelds voornaamste produktiegebied, vrijwel het hele marktsysteem afgestemd op de coca-cultuur en zijn de guerrilleros van Sendero Luminoso wel degelijk in staat de boeren te dwingen de coca-teelt voort te zetten. Die teelt werd voor de rebellen zelf onder meer door het heffen van belastingen ook de voornaamste inkomensbron.

In Colombia, waar de coca en coca-pasta uit Peru en Bolivia in laboratoria tot cocaine wordt verwerkt, zal een geslaagde anti-drugsoorlog ertoe kunnen leiden dat de Peruaanse en Boliviaanse boeren met hun coca blijven zitten en wel worden gedwongen om iets anders te verbouwen.

Hoewel de Colombiaanse regering-Barco de laatste tijd in haar bloedige strijd tegen de drugskartels zekere successen boekte, gelooft vrijwel niemand in Colombia in de mogelijkheid van een totale overwinning. Als de huidige drugsbaronnen de handdoek in de ring zouden gooien - en zij proberen die indruk nu te wekken - staan er vele anderen klaar om hun lucratieve zaken over te nemen.

Toontje lager

De Colombiaanse regering kan hoogstens hopen dat de 'Narcos' een toontje lager zingen en niet langer zullen proberen het hele staatsbestel met grof geweld naar hun hand te zetten. Bovendien heeft defelle anti-drugsstrijd van de laatste drie maanden van 1989 volgens de deskundigen ertoe geleid dat een deel van de cocaine-fabricage uit Colombia is overgebracht naar buurlanden als Brazilie en Bolivia. Dat werd vorige maand bevestigd door Bolivia's topdrugsbestrijder generaal Anez Rivera. Tegelijkertijd wordt nu meer cocaine via Brazilie, Uruguay en Argentinie naar de Verenigde Staten en West-Europa gesmokkeld.

Een ander punt is dat de coca-plant in meer delen van de wereld kan gedijen en ook al in Azie is gesignaleerd. Zullen de Verenigde Staten binnenkort de halve Derde Wereld gaan betalen om geen coca te verbouwen? 'De enige wet die de Narcos niet breken is die van vraag en aanbod', verzuchtte de Colombiaanse president Barco in Cartagena. Die wet wordt trouwens elders evenmin gebroken. Zoals in de Verenigde Staten, waar Texas geldt als 's werelds voornaamste produktiegebied van marihuana. Pas als de snuivers, rokers en spuiters in de rijke wereld door opvoeding en indoctrinatie hun leven beteren en daarmee de wisselwerking tussen vraag en aanbod verstoren, breekt er licht door.