Politiedilemma's

DE GEMEENTERAAD van Alkmaar heeft in een motie uitgesproken dat de voorgenomen reorganisatie van het politiebestel beter moet worden afgestemd op de wet gemeenschappelijke regelingen. Dat is immers de aangewezen samenwerkingsvorm tussen lokale overheden. Het is echter onwaarschijnlijk dat in dit geval de victorie in Alkmaar begint. De beide politieministers Dales (Binnenlandse Zaken) en Hirsch Ballin (Justitie) leggen dezer dagen de laatste hand aan een plan van 23 politieregio's. Zonder in het uiterste van de 63 gemeenschappelijke regelingen te vervallen kan er overigens best een enkele regio bij om beter recht te doen aan de realiteit van de bestuurlijke en sociaal-geografische verhoudingen. Het getuigt meer van de spreekwoordelijke stammenstrijd dan van de wijsheid van de regeerders wanneer het nieuwe bestel een monstrum oplevert als een gecombineerde regio van Amsterdam en het Gooi, een korps van ruim vijfduizend man, meer dan tien procent van de totale reguliere politie in dit land.

EEN ANDER knelpunt blijft de inspraak van de justitie. In de jongste aflevering van het tijdschrift voor de rechterlijke macht wordt openlijkgesproken van de 'identiteitscrisis' van het openbaar ministerie. Dat is niet teveel gezegd: dit instituut wordt heen en weer geslingerd tussen zijn rechtshandhavende taak en zijn bestuurlijke aspiraties. Het gevaar is niet denkbeeldig dat beide het slachtoffer worden. Een combinatie van aanwijzings- en vetobevoegdheden lijkt zuiverder dan het openbaar ministerie mee te zuigen in de maalstroom van het dagelijkse beheer. Dat geldt ook voor de zo fel begeerde landelijke politiediensten. De grootste zorg is intussen wat in het onderhandelingsjargon wel wordt aangeduid als 'het democratische gat'. Het regeerakkoord belijdt vroom het Nederlandse beginsel van 'een politie die zoveel mogelijk lokale politie zal zijn'.

Dat ligt trouwens alleen al in de rede wegenshet feit dat tachtig procent van de politiezorg lokaal is gebonden. Grotere beheerseenheden kunnen helpen het bloed in het verkalkte politiebestel sneller te laten stromen. Maar ook dan blijft het in het belang van de politie zelf dat zij behoorlijk is verankerd in de samenleving. Dit betekent dat zij op gemeentelijk niveau bestuurlijk kanworden gecontroleerd. IN ALLE varianten die thans circuleren komt de rol van de gemeente(raad)op de tocht te staan. Dit valt te ondervangen door opwaardering van de lokale eenheden, waarbij valt te denken aan een aanspreekbare politieleiding en eigen (deel)budgetten. En een stem in het regionale politieberaad. Het wordt nog een lastige keuze of die stem dient te worden toebedeeld aan raadsleden dan wel aan burgemeesters. Heteerste is erg democratisch, maar de ervaring met de wet gemeenschappelijke regelingen leert juist dat een dergelijk getrapt toezicht moeizaam werkt. Dit toezicht heeft bovendien helemaal weinig tebetekenen als conflicten in het nieuwe bestel te makkelijk worden doorgespeeld naar nog weer hogere bestuurslagen. Zonder 'top-down'-druk valt een ambitieuze onderneming als de hervorming van het Nederlandse politiebestel niet te realiseren. Maar doorslaggevend voor de beoordeling van het plan van de politieministers is toch of zij het nieuwe bestel een behoorlijk draagvlak weten te geven.