Kok heeft meer tegenvallers dan hij had gedacht

DEN HAAG, 19 febr. - De belastingtegenvaller over 1989 bedraagt drie miljard gulden en is daarmee vijftig procent groter dan eerst werd gedacht. Hiertegenover staan meevallers voor een bedrag van ruim twee miljard gulden, ongeveer een half miljard meer dan gedacht.

Het financieringstekort wordt daarom groter dan aangenomen en komt over 1989 uit op 5,9 procent in plaats van op de geprognotiseerde 5,7 procent.

Dat blijkt uit berekeningen die op het ministerie van financien zijn uitgevoerd ter voorbereiding van de Februari-nota. In de nota, die deze week naar het kabinet gaat, wordt de definitieve balans opgemaakt van deoverheidsfinancien in het afgelopen jaar.

Het overheidstekort blijft in elk geval beneden het door het kabinet aanvaardbaar geachte maximum van zes procent. Vorig jaar zag het er geruime tijd naar uit dat het overheidstekort op circa 5,7 procent kon uitkomen. Minister Kok (Financien) maakte in november echter bekend dat moest worden gerekend met een belastingtegenvaller van 1,5 a 2 miljard gulden. Toen werd ook reeds met een meevaller van zo'n 1,5 miljard gerekend.

Het is nog niet duidelijk of de tegenvallende belastingopbrengst een structureel karakter heeft. Hierover zal pas de komende maanden duidelijkheid komen. De meevaller van ruim twee miljard is een saldo. Er zijn meevallers bij de niet-belastingontvangsten en de zogenoemde derden-rekening (onder anderen EG-uitgaven). Ook is minder uitgegeven dan geraamd door Sociale Zaken (werkgelegenheidsbeleid). Bij de studiefinanciering (Onderwijs) is sprake van een overschrijding van zo'n vierhonderd miljoen gulden. In november werd ook bekendgemaakt dat door naijl-effecten in 1989 meer dan een miljard gulden meer is uitgegeven aan WIR-investeringspremies dan geraamd. Vorige week gaf minister Kok zijn fiat aan een enquete die inzicht moet geven in de overschrijdingen van de WIR-uitgaven.