KEITH HARING 1958 - 1990; Hiphop in beelden

Het laatste waarmee je het werk van de vrijdag aan AIDS overleden Amerikaanse schilder Keith Haring zou associeren is de dood. Zelden waren er zoveel opgewekte gezichten in het Stedelijk Museum als bij de tentoonstelling van Haring in 1986. Vaders en moeders met kinderen keken geamuseerd naar die spectaculaire 'beat van beelden', zoals museumdirecteur Wim Beeren het graffiti-werk van Haring beschreef.

En dat was het ook: een aaneenschakeling van ritmische lappendekens in zwart, rood en geel met simpele mannetjes, hondjes, kruipende babies, Mickey Mouse-figuren, raketten, vliegende schotels, neergezet met een aanstekelijke energie en vitaliteit; 'obsessioneel en nonstop', zoals Haring het werken aan zijn 'heksenketels' noemde. Hip-hop muziek in zijn atelier was daarbij onmisbaar. De Newyorkse cult hero, die Haring ten tijde van het Stedelijk al was, maakte zijn schilderingen van aaneengeregen grafische puzzlestukken op speciaal gefabriceerde dekzeilen. De randen waren van gaten voorzien, zodat je het doek alleen maar even hoefde te spannen. Zijn schematische figuurtjes en symbolen verschenen op kolossale muurschilderingen in Tokio en Napels, en op buttons, tijdschriftomslagen, platenhoezen, vazen, horloges, T-shirts, toneeldecors en op het lijf van Grace Jones. De 'media-hype' Haring, zoals hij zichzelf noemde, 'wilde dingen vormgeven om vorm aan de maatschappij te geven', en een degelijk commercieel inzicht daarbij kon hem niet ontzegd worden. Zijn postorderbedrijf liep als een trein.

Toch waren Harings beelden, ontwikkeld omdat de taal naar zijn zeggen tekortschoot, minder zorgeloos dan ze op het eerste gezicht leken. In zijn tepelzuigende klonen, zijn giftige rivieren van consumptiegoederen, zijn woekerende fallussen, zijn zwarte popppetjes zou je een dodelijk vermoeide consumptie-maatschappij kunnen ontdekken die door vervuiling, stress, geld en hardeseks in duizelingwekkende vaart haar ondergang tegemoet ging. Haring was daar niet uitgesproken over. De toeschouwer moest het zelf maar bekijken. Samen met enkele collega's behoorde Haring, die in Pennsylvania in 1958 werd geboren, tot het keurcorps van graffiti-maniakken uit de Newyorkse underground, dat begin jaren tachtig snel werd ingelijfd in het officiele Amerikaanse galerie-circuit. Haring had het daar bewust op aan gestuurd. Zijn 'keurige opleiding' sloot beter aan bij wat er op en onder de straat gebeurde, vond hij.

De metro was een platform voor jong talent, dus daar en nergens anders moest hij zijn werk etaleren. De kalligrafieen van de Belg Alechinsky zouden hem op het spoor hebben gezet van de basis-karakteristieken die trefzeker alsmaar weer herhaald werden. Ook de Azteken, de Islamitische architectuur, Soll LeWitt en zoveel anderen hadden hem geinspireerd, zei hij later. Andy Warhol met zijn Factory speelde een niet onaanzienlijke rol in zijn 'promotion'. Daar was Haring duidelijk over: 'Van alle mensen die ik heb ontmoet maakte Andy de grootste indruk op me. Hij was degene die mij in staat stelde kunst te bedrijven. Hij was de eerste kunstenaar die het mogelijk maakte om een kunstenaar voor het volk te zijn'. De naam van de komeet Keith Haring werd een 'must' en de 22-jarige kunstenaar mocht meemaken hoe zijn cartoons twee- tot tienduizend dollars opbrachten. Dat was nog maar het begin. Er volgden talloze tentoonstellingen en opdrachten in Amerika en Europa, de prijzen stegen, en vorig jaar december bracht een klein doek op een Amerikaanse veiling al drie ton op. Maar toen hadden geld en roem allang aan betekenis ingeboet, zoals blijkt uit een van de laatste interviews met een zieke Keith Haring: 'Roem vernietigt mensen (...). Zelfs voor de meest zuivere persoon zijnde gevolgen van roem zo verleidelijk dat het heel moeilijk is om je te blijven herinneren waarom je ooit bent begonnen'.