Japanse restauratie

EVEN HAD HET EROP geleken dat 1989 ook in Japan als revolutiejaar kon worden gevierd. In juli immers raakte het Hogerhuis in handen van de door de socialisten aangevoerde oppositie. Verzet tegen verruiming van agrarische importen en tegen een nieuwe consumentenbelasting, gecombineerd met verontwaardiging over een reeks van financiele en seksschandalen in de top van de sinds 1955 regerende Liberaal-Democratische Partij lagen aan deze ommezwaai ten grondslag. De voorspelling dat zich ook in de traditionele machtsverhoudingen in het Lagerhuis ingrijpende verschuivingen zouden voordoen en dat een nieuwe zon aan de Japanse kim zou verrijzen, had dan ook een tijd lang een mate van geloofwaardigheid.

De verkiezingen van gisteren hebben wel een heel ander resultaat opgeleverd. Niet alleen behoudt het regeringsmozaiek ruim zijn meerderheid, maar ook kunnen een aantal vorig jaar nog door de schandalen besmeurde leiders ongemoeid hun zetels weer innemen om van daar uit hun onderlinge spel met de macht voort te zetten. De kiezer heeft ermee volstaan de falanx van de Liberaal-Democraten wat af te zwakken en hier en daar de persoonlijke aanhang van de oude voormannen te besnoeien. Maar overigens heeft het geldende systeem van patronage en intimidatie als gewoonlijk de continuiteit bevestigd.

HEEFT HET Japanse electoraat gekozen voor de zekerheid van het bekende, de rest van de wereld wordt die nu opgedrongen. Of zij daarmee haar voordeel zal doen, valt te betwijfelen. Want de daarvoor noodzakelijke consensus over wat Japan nu eigenlijk is, ontbreekt nog steeds. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld wordt als gevolg van spectaculaire overnemingen van het Amerikaanse cultuurgoed door Japanse beleggers weliswaar een zekere gepikeerdheid voelbaar, maar daar staat een soepel opererende en rijk van middelen voorziene lobby tegenover die om het Amerikaanse bestuursapparaat een elastisch web heeft geweven.

Het een noch het ander draagt bij tot het scheppen van een klimaat waarin een onbevooroordeelde analyse kan gedijen.

In Europa is men Japan sinds midden vorig jaar uit het oog verloren. De algemene aandacht - massapsychologisch, politiek en commercieel - is te zeer gefascineerd geraakt door de ontbinding in de communistische staten in Europa. Aan dit monomane enthousiasme komt vanzelfsprekend op een gegeven ogenblik een einde, maar voorlopig wordt het sprookje naverteld dat Europa straks iedereen zal overtroeven.

Onder die omstandigheden zal het inzicht in het Japanse wezen dus nauwelijks kunnen toenemen.

INTERN EN EXTERN wordt de Japanse politieke en bestuurlijke elite opnieuw aan zichzelf overgelaten. Haar bewustzijn wordt immers niet geprikkeld tot enige originaliteit, integendeel. Toch is daaraan, niet in de laatste plaats in het belang van de Japanners zelf, dringend behoefte. Restauratie in plaats van reformatie zet zich door.