Hausse van Russische gymnasia is nieuwste vruchtperestrojka

UTRECHT, 19 febr. - 'Toen ik wegging waren er vijftig gymnasia. Als ik terugkom zijn het er misschien wel honderd.'

De Russische classicus dr. Alexander Podossinov van de Academie voor Wetenschappen in Moskou kan het nauwelijks nog bijbenen. De laatste maanden zetten steeds meer middelbare scholen in zijn land Latijn en Grieks op het rooster. De nieuwste vrucht van de perestrojka, hield de partijsecretaris van het Instituut voor Russische Geschiedenis van de Akademie zijn Nederlandse vakgenoten zaterdag in Utrecht voor, als gastspreker van de Vereniging Classici Nederland.

De gymnasia werden na de revolutie van 1917 weggevaagd, als bastions van tsaristisch elitarisme. Ze maakten immers deel uit van de klassieke erfenis die na de bekering tot christen van grootvorst Vladimir van Kiev in het jaar 988 het Russische rijk was binnen gekomen. Met name in het zuiden - met zijn vele contacten met de kerk van Byzantium en de talrijke archeologische vindplaatsen rond de Zwarte Zee - was de Griekse invloed altijd sterk geweest. Maar na 1917 schoof de Russische eenheidsschool over de diverse schooltypen heen. Van Moskou tot Vladivostok volgden de kinderen voortaan dezelfde lessen in een Russische taal en een Russische geschiedenis. Het onderwijs in de klassieken werd teruggedrongen naar de universiteiten. Op de faculteiten van Taal- en Literatuurwetenschappen, Kunst en Geschiedenis werden Plato, Aristoteles en Lucretius nog wel onderwezen.

Niet dat daarmee in de Sovjet-maatschappij iets te verdienen was. In het netwerk van de Academie van Wetenschappen was slechts een beperkt aantal baantjes te vergeven. Maar dat was voor de studenten klassieke talen, geschiedenis en kunst niet het belangrijkste, beklemtoonde Podossinov zaterdag. Zij willen zich allereerst een traditie van klassieke humanistische vorming eigen maken. Graag vertelt Podossinov het verhaal over een collega die met Homerus in een hand en een fles wijn inde andere naar de stranden van de Zwarte Zee toog om daar in volmaakt geluk zijn verdere leven aan de studie der klassieken te wijden.

Behalve deze mogelijkheid was er voor classici altijd nog een kans op werk als vertaler. Podossinov verwees naar de lange rijen voor de boekwinkels in de jaren zestig en zeventig, wanneer er weer eens een editie Livius van maar liefst 100.000 exemplaren was verschenen. De belangstellenden kwamen volgens Podossinov niet af op de kans van alternatieve ideologische en filosofische denkbeelden kennis te nemen. De charme van de historische werken lag meer in de ontdekking datgeschiedenis niet alleen uit abstracte systemen bestaat, maar door mensen van vlees en bloed wordt gemaakt.

Nu door de perestrojka de centralistische inrichting van het Russische onderwijs langzaam verslapt, keren de klassieke talen op het lesrooster terug. Volgens Podossinov ziet de politiek de kennis van de klassieken als een manier om de culturele aansluiting met het westen te hervinden. Voor de classici betekent dit veel werk aan de winkel. Er is een schreeuwend gebrek aan lesmateriaal. Leerboekjes uit de pre-revolutionaire periode duiken op. Podossinov hoopt door contacten met landen als Nederland, zo snel mogelijk nieuwe schoolboekende Russische scholen in te krijgen.

Toch is er reden voor jaloezie. Een zucht van nostalgie stijgt uit de zaal op als Podossinov vertelt dat de scholen zelf hun aantal uren klassiek onderwijs mogen bepalen. 'Hier wordt onze lessentabel minutieus vanuit Zoetermeer geregeld', klaagt een leraar klassieke talen achter de microfoon. En de klassieken als deel van een humanistische vorming? 'Hier wordt vooral bekeken of ze bijdragen aan je latere carriere.'