Geen snelle resultaten in Zuid-Afrika

JOHANNESBURG, 19 febr. - Het lijkt niet waarschijnlijk dat de ophandenzijnde onderhandelingen tussen blank en zwart in Zuid-Afrika de vorm zullen aannemen van de grote Lancaster House-conferentie in Londen in 1979, waarmee het conflict om Zimbabwe tot een oplossing werd gebracht. Het is eerder te verwachten dat er een reeks afzonderlijke onderhandelingen komt, uitgesmeerd over een aantal jaren, waarbij de verschillende kwesties door kleine groepjes onderhandelaars worden opgelost. President De Klerk heeft gesproken over een 'Grote Indaba' - een Zulu-woord dat 'landelijke beraadslaging' betekent - waaraan door alle rassen zou moeten worden deelgenomen. Het ANC heeft opgeroepentot verkiezingen voor een constituerende vergadering, die evenals in Namibie een grondwet zou moeten ontwerpen. Maar waarnemers betwijfelen of daar iets van terecht komt. Zij nemen eerder aan dat de vrijdag door het ANC aangekondigde rechtstreekse gesprekken die spoedig moeten worden gehouden tussen De Klerk en een groep ANC-leiders om de overgebleven belemmeringen voor onderhandelingen uit de weg te ruimen, op hun beurt zullen bepalen hoe de onderhandelingen zelf er uit zullen zien. 'Ik neem aan dat het zo zal verlopen, en dat tal van informele groepen achter de schermen zullen onderhandelen over specifieke kwesties', aldus professor Robert Shrire van het instituut voor politicologie van de universiteit van Kaapstad. Pas wanneer er langs deze weg overeenstemming is bereikt over de fundamentele kwesties zou er een landelijk congres kunnen worden gehouden 'om dat waarover inmiddelsovereenstemming is bereikt te verifieren en te ratificeren', is het oordeel van Shrire. Hij is ervan overtuigd dat de regering een alle aandacht trekkende grote conferentie uit de weg wil gaan. Die zou immersin een dramatisch debacle kunnen eindigen, waarna de regering met de zwarte piet zou blijven zitten, zonder te weten wat ze verder met het pas gelegaliseerde ANC aan moet.

Anderen wijzen erop dat een periodiek verlopend onderhandelingsproces waarbij over afzonderlijke kwesties wordt onderhandeld ook gunstiger is voor het ANC, omdat bij informele groepsbijeenkomsten steeds de regering en het ANC betrokken zullen zijn, terwijl andere zwarte groeperingen niet mee doen of slechts een ondergeschikte rol spelen.

Pag.4: Vervolg

Andre du Toit, hoogleraar politicologie van Afrikaanse afkomst, is het met de uitlatingen van Shrire eens. Hij is ervan overtuigd dat de 'gesprekken ter voorbereiding van gesprekken' die met de eerstvolgende bijeenkomst over het opruimen van hinderpalen een aanvang zullen nemen, over zullen gaan in vergelijkbare gesprekken over meer substantiele kwesties 'tot er een reeks overeenkomsten zal zijn bereikt die gezamenlijk een akkoord tussen de regering en het ANC vormt omtrent de inrichting van het nieuwe politieke systeem'. Een en ander zal, aldus Du Toit, veel weg hebben van de trapsgewijze onderhandelingen tussen regering en oppositiegroeperingen die hebben geleid tot de liberalisering van bij voorbeeld Spanje na de dood van Franco.

Sommige waarnemers zien in dit proces grote overeenkomsten met de manierwaarop in de industriele wereld een geschil tot een oplossing wordt gebracht: beide partijen zetten elkaar, zelfs aan het begin van de onderhandelingen, maximaal onder druk en wisselen steeds meer punten uit waarop kan worden toegegeven naarmate een overeenkomst dichterbij komt.

Dat zou ook de reden zijn van het feit dat het ANC en de pas in vrijheidgestelde leider Nelson Mandela geweigerd hebben de gewapende strijd van de zwarte beweging op te geven of op te roepen tot het beeindigen van sancties. En om dezelfde reden zou de regering de noodtoestand nog niet hebben willen opheffen en alle politieke gevangenen nog niet hebben willen vrijlaten: op deze punten kan dan in de loop van de onderhandelingen nog worden toegegeven.

Shrire merkt op dat Mandela ook het beleidspunt van het ANC dat de groteindustrieen moeten worden genationaliseerd opnieuw aan de orde heeft gesteld, maar tevens heeft aangegeven dat erover kan worden onderhandeld. Het aantal problematische kwesties dat moet worden opgelost is dermate groot, aldus Shrire, 'dat dit waarschijnlijk de meest complexe onderhandelingen zullen worden die denkbaar zijn'. Maar politicologen wijzen erop dat De Klerk niet onbeperkt de tijd heeften dat hij dus wel gedwongen zal zijn het tempo waarin hij van start is gegaan erin te houden. Een van de factoren waardoor De Klerk daartoe wordt gedwongen, wordt gevormd door het toenemende verzet dat zijn ingrijpende hervormingen binnen de blanke gemeenschap hebben opgeroepen, met name onder de Afrikaners die de ruggegraat vormen van de regerende Nationale Partij. Als dat verzet blijft toenemen zou De Klerk zijn meerderheid onder de blanke kiezers wel eens kunnen verliezen. Hij zal derhalve niet tot de volgende algemene verkiezingen, die voor 1994 gepland staan, willen wachten met de nieuwe grondwet; onder de huidige grondwet hebben immers alleen blanken een beslissende stem.

Weer een andere tijdsfactor wordt gevormd door de leeftijd van Mandela. Het ironische van de situatie is dat de regering bijzonder afhankelijk is geworden van de enorm populaire ANC-leider die ze 27 jaar gevangen heeft gehouden, wil ze in de ingewikkelde onderhandelingen succes boeken tegenover de zwarte militante oppositiebewegingen die een harde lijn voorstaan en door willen gaan met de revolutionaire strijd. Gezien zijn leeftijd - hij is 71 - magworden aangenomen dat Mandela niet meer dan vier of vijf jaar voor de boeg heeft waarin hij zal zijn opgewassen tegen de geweldige stress die dergelijke politieke activiteiten met zich mee brengen. En zelfs daar zou ieder moment een einde aan kunnen komen.

    • Onze Allister Sparks