WVC wil dat artsen grotere rol spelen bij bestrijding vanincest

DEN HAAG, 17 febr. - De inspectie jeugdgezondheidszorg van het ministerie van WVC wil dat artsen een grotere rol spelen bij het constateren en bestrijden van seksuele kindermishandeling.

De inspectie heeft een adviesaanvraag voorbereid voor de Gezondheidsraad. Gevraagd wordt welke lichamelijke signalen bij kinderen erop kunnen duiden dat ze seksueel zijn misbruikt. De inspectie wil tevens weten wat een arts te doen staat als een hulpverlener vermoedt dat een kind seksueel wordt mishandeld. 'Moet een arts dan bijvoorbeeld altijd de anus van het kind bekijken, moet hij bacteriologische kweekjes nemen en moet hij bijvoorbeeld bloedonderzoek doen om geslachtsziekte vast te stellen?' Dit zijn een aantal vragen waarop inspecteur jeugdgezondheidszorg, arts F. Wafelbakker, graag antwoorden wil.

Volgens Wafelbakker negeren artsen vaak uit onmacht symptomen die op seksueel misbruik van een kind wijzen. De Gezondheidsraad wordt gevraagd in hoeverre bijvoorbeeld een schoolarts een signalerende taak op dit gebied heeft. 'Moet een arts tuchtrechtelijk worden aangepakt als hij ondanks gerechtvaardigde vermoedens van incest nalaat maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld het inschakelen van de vertrouwensarts', vraagt de inspecteur.

Ook het openbaar ministerie (OM) onderzoekt in hoeverre seksueel misbruik beter kan worden aangepakt. Het OM heeft hiertoe een landelijke werkgroep ingesteld onder voorzitterschap van de Arnhemse advocaat-generaal mr. J. A. Hulsenbek. Deze commissie zal richtlijnen opstellen waarin onder meer zal worden vastgelegd welke opsporingsmiddelen - zoals wel of geen anatomische poppen - Justitie kan gebruiken voor het vaststellen van seksuele kindermishandeling.

De nieuwe initiatieven om de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen te verbeteren zijn een nasleep van de incestgevallen die vorig jaar bij De Bolderkar werden geconstateerd, waarbij gebleken is dat hulverleners en justitie incest niet adequaat kunnen aanpakken. Op het medisch kleuterdagverblijf De Bolderkar in Vlaardingen zijn de laatste zes maanden van het vorig jaar opnieuw drie gevallen van seksueel misbruik van kleuters vastgesteld. Al deze gevallen zijn met de inspectie jegdhulpverlening van WVC besproken. Volgens hoofdinspecteur drs. H. Dijk heeft De Bolderkar bij deze drie gevallen 'zeer zorgvuldig' gehandeld.

    • Marcel Haenen