Vooruitzicht van de Duitse eenheid dwingt Europa tot meerhaast

BRUSSEL, 16 febr. - Het is bijna onvermijdelijk dat de Intergouvernementele conferentie (IGC), waar het institutionele kader moet worden ontworpen voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) van de Europese Gemeenschap, eerder zal beginnen dan in december.

Vorig jaar december werd op de Europese top in Straatsburg met veel moeite een compromis bereikt over het begin van de IGC dat werd geprogrammeerd tijdens de Europese top die in december in Rome zal worden gehouden: kort na de Bondsdagverkiezingen op 2 december, die, zo was de uitdrukkelijke wens van bondskanselier Helmut Kohl, niet belast mochten worden met een controversieel onderwerp als de EMU, waarvan de Duitse kiezer mogelijk een verzwakking vreest van de positie van de mark.

Inmiddels zijn de omstandigheden echter ingrijpend veranderd: hereniging van de twee Duitslanden komt steeds dichterbij, een monetaire unie tussen Bondsrepubliek en de DDR lijkt langzamerhand een kwestie van hooguit een paar maanden en op die ontwikkelingen zal ook de Europese Gemeenschap moeten reageren. 'Het is bijna ondenkbaar dat de EG het vraagstuk van de EMU, en daarmee het begin van de IGC zomaar tot december in de ijskast kan zetten', zo zeiden gisteren Ierse bronnen in Brussel - Ierland fungeert dit half jaar als voorzitter van de EG. 'Het is noodzakelijk dat er al veel eerder naar allerlei institutionele veranderingen wordt gekeken die nodig zijn als straks de DDR, via hereniging met de Bondsrepubliek, deel gaat uitmaken van de Europese Gemeenschap. Denk alleen maar aan het gewicht van de Duitse stem in de ministerraad, aan de vertegenwoordiging in het Europees Parlement.' Al op 5 maart zal er tijdens de raad van ministers van buitenlandse zaken in Brussel een Iers initiatief ter tafel komen waarmee formeel de procedure geopend kan worden om versneld te voldoen aan de vereisten voor het begin van de IGC. Vervroeging van de IGC stuit, blijkens het gesprek dat Kohl donderdagavond met president Mitterrand had, nog steeds op verzet bij de bondskanselier. Kohl voerde bij die gelegenheid, behalve de verkiezingen, ook zijn overvolle agenda aan als reden dat de IGC niet eerder zou kunnen beginnen. Beleefdheidshalve toonde Mitterrand begrip voor dat argument, maar de meeste lidstaten van de EG zijn van mening dat de omstandigheden inmiddels zo volkomen anders zijn geworden dat Kohls argumenten weinig steekhoudend meer zijn.

Want niet alleen Kohls agenda ondergaat snelle veranderingen. Ook de agenda van de Europese Gemeenschap is deze week als gevolg van de stormachtige ontwikkelingen in de Duits-Duitse kwestie in een ware stroomversnelling geraakt. Nadat de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, dinsdag het sein had gegeven om het begin van de Intergouvernementele conferentie (IGC) naar een vroegere datum te verschuiven, liet de Italiaanse premier, Giulio Andreotti, na een onderhoud met Mitterrand in Parijs, weten dat hij 'al het mogelijke' zal doen om het bijeenroepen van de IGC te versnellen. De verwachting is dat het Italiaanse voorzitterschap, in de tweede helft van 1990, zal proberen de IGC zo snel mogelijk na de zomervakantie te laten beginnen. Daardoor lijkt overigens wel de 'volledige en adequate voorbereiding' van de IGC zoals die vorig jaar juni op de Europese top in Madrid is afgesproken enigszins in het gedrang te komen. Die formulering werd toen gekozen om de Britse premier te kalmeren. Zij moet niets van de EMU hebben en zeker niet van de opoffering van soevereiniteit die die met zich zal meebrengen.

Nederland, dat inzake de IGC meestal een voorzichtige tussenpositie innam tussen de Franse hardlopers en de Britse remmers, is ook voorstander van een vervroeging van de IGC. Minister Kok van financien liet begin deze week in elk geval al weten dat zijn 'politieke instinct' hem zei dat de Duitse kwestie invloed zou hebben op de begindatum van de conferentie.

Commissievoorzitter Jacques Delors waarschuwde dinsdag ook al dat de EG zich niet moet laten inhalen door de geschiedenis en kort na de verkiezingen in de DDR op 18 maart een extra topconferentie in Dublin zou moeten beleggen om de nieuwe situatie te bespreken.

Delors werd toen enigszins zuur terechtgewezen door het Ierse voorzitterschap, waarvan de vertegenwoordigster, mevrouw Geoghegan-Quinn, opmerkte dat die kwestie al enige tijd was overwogen, dat zij zich bewust was van het feit dat de snelle ontwikkelingen in de twee Duitslanden 'op korte termijn een bijeenkomst van de staats- en regeringsleiders zouden kunnen vereisen', maar dat het bijeenroepen van een dergelijke top niet de taak was van de Commissie, maar van het presidentschap. Intussen zijn in elk geval Kohl en Mitterrand het erover eens geworden dat die bijeenkomst, naar het voorbeeld van de extra 'top van het Elysee' in november vorig jaar, ergens in april moet plaatshebben. Mitterrand drukte en passant het Ierse voorzitterschap nog eens een pleister op de wonde door in een krant te verklaren dat hij het volste vertrouwen had in de Ierse premier Charles Haughey.

Het gewicht van het Ierse voorzitterschap is door de Duitse ontwikkelingen intussen aanzienlijk toegenomen: de informele bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken die voor volgende week dinsdag in Dublin was geprogrammeerd zou aanvankelijk alleen bestaan uit een tamelijk routineuze gedachtenwisseling in het kader van de Europese politieke samenwerking die om zes uur 's avonds zou beginnen. Maar woensdag werd bekendgemaakt dat de vergadering al om tien uur 's ochtends begint. Op de agenda van de bijeenkomst staan, behalve de voorbereiding van de CVSE-conferentie over economie in Bonn, in elk geval twee belangrijke actuele onderwerpen:Oost-Europa en de gevolgen van een economische en monetaire unie van de twee Duitslanden en de vraag of en zo ja hoe de Europese Gemeenschap moet reageren op de vrijlating van Nelson Mandela in Zuid-Afrika. Terwijl de meeste lidstaten van de EG van mening zijn dat daaraan geen directe consequenties verbonden dienen te worden, zoals een versoepeling van de EG-sancties tegen Pretoria, gelooft de Britse premier Thatcher dat dat nu juist wel moet.

Eerder deze week leed de Britse premier overigens een gevoelige nederlaag op dat punt in het Europees Parlement, waar niet meer dan 11 van de 32 Conservatieven stemden voor het standpunt van de regering in Londen dat de sancties kunnen worden opgeheven.

    • Frits Schaling