Storm op de obligatiemarkt geluwd, maar schade is groot

UTRECHT, 17 febr. - De storm die gedurende de afgelopen twee weken de obligatiemarkt teisterde lijkt enigszins geluwd. De schade is echter groot, terwijl nieuwe depressies niet zijn uit te sluiten.

Ten opzichte van 5 februari, de dag voordat bondskanselier Kohl de snelle realisering van een Duitse monetaire unie opperde, zijn de obligatiekoersen in Amsterdam met gemiddeld 3,8 procent gedaald. De lange rente liep terzelfdertijd op van 8,48 procent tot 9,10 procent. In het 10-jaars-segment was er een stijging van 8,30 procent tot ruim 8,9 procent. De jongste 8,25 procent staatslening noteerde gisteren krap 96 procent. Ook de aandelenmarkt moest het, zij het in mindere mate, ontgelden: gerekend vanaf 5 februari werd 3 procent ingeleverd. Genoemde datum had voor de Duitse aandelenmarkt een historische hoogtepunt opgeleverd, waarna eenzelfde teruggang als bij ons moest worden geincasseerd.

Een belangrijk richtsnoer voor de toekomst vormt de gulden/DM-verhouding. Aanvankelijk bleek de gulden zwakte te ondervinden, toen de financiele markten nog slechts in euforie aan de Duitse eenwording dachten. Reeds in de loop van vorige week drong het besef evenwel door dat de kansen ook risico's inhielden. Deze risico's lijken, gegeven de in D-mark om te wisselen 175 miljard mark Oostduitse spaargelden, vooral de Westduitse inflatie en rente te betreffen. Gisteren bleef althans de Duitse obligatiemarkt zwak ondanks het feit dat de Duitse aandelenmarkt een sterke herstel boekte.

Voor De Nederlandsche Bank bleek de tot fl.1,1267 spilkoers verzwakte D-mark voldoende reden om het tarief voor 7-daagse speciale beleningen donderdagmiddag op 8,4 procent te handhaven. De interbancaire tarieven konden zich hier deze week per saldo handhaven. Aan Duitse zijde werd weliswaar niet de gevreesde verhoging van het disconto doorgevoerd, maar toch neigden de geldmarkttarieven iets omhoog. Binnen het tienjaars segment van de obligatiemarkt was deze week nauwelijks iets van een verdere verkleining van het ecart (0,4 procent) ten opzichte van Duitse staatsobligaties te merken.

Eurokapitaalmarkt

Het beeld dat de eurokapitaalmarkt de afgelopen week bood was een weerspiegeling van de week ervoor. Door de aanhoudende onzekerheid met betrekking tot de implicaties van een monetaire unie tussen Oost- en West Duitsland durfden de meeste emittenten het niet aan het absorptievermogen van de euro-DM-sector van de eurokapitaalmarkt te testen. De beleggers concentreerden zich op de binnenlandse markten waardoor ook de omzetten laag bleven. De enige debiteur die de afgelopen week de DM-sector van de eurokapitaalmarkt aanboorde was het Koninkrijk van Belgie. Dat de betreffende lening, groot 500 miljoen D-mark, een goede ontvangst kreeg was te danken aan het feit dat het hier een zogenaamde floating rate note betrof, een lening waarop een variabele rente wordt uitgekeerd en waarvan de interest-gevoeligheid dus gering is. Overigens was het rendement voor langlopende Duitse staatsleningen voor het eerst sinds 10 jaar hoger dan dat voor Amerikaanse staatslenigen. Een zorgwekkende ontwikkeling voor de V. S, aangezien in het verleden een relatief hoge Amerikaanse rente zorgde voor de financiering van het dubbele (financierings- en handelsbalans) tekort. De binnenlandse Amerikaanse vastrentende markt stond de afgelopen week in het teken van de junk-bonds. Op maandag daalden de koersen hiervan toen bleek dat Drexel Burnham Lambert, een vooraanstaand Amerikaans effectenhuis, in de problemen verkeerde. De junk-bonds trokken ook de koersen van de staatsleningen mee. De grootste emissie van de vorige week op de eurodollarmarkt kwam op naam van de Wereldbank. Deze triple A-debiteur bracht haar tweede 'wereldwijde' lening uit, ter grootte van 1,5 miljard dollar met een looptijd van 7 jaar. De inschrijving op de lening was dermate goed dat de Wereldbank, tot ongenoegen van de Europese beleggers, besloot de uitgiftekoers naar boven aan te passen. Het effectief rendement van de lening, die a pari werd uitgegeven, lag hierdoor 33 basispunten boven het niveau van vergelijkbare Amerikaanse staatsleningen, ongeveer 5 basispunten minder dan waarop de markt hoopte.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek